Sinterklaas, zwarte piet en onze beleving

Sinterklaas en zwarte piet associeer ik – sinds ik heel jong was – met geborgenheid. Ze bevinden zich in een heel oud gedeelte van mijn brein, net als de geur van speculaas, warme chocolademelk, de smaak van mierzoete marsepein. Ze bevinden zich een een ruimte vol van veilig familiaal samenzijn, gelach en de spannende verwachting van cadeaus. Het sinterklaasfeest herinnert me aan jeugdige gelukzaligheid, aan koude, donkere dagen gevuld met warm, licht verlangen. Het zijn belangrijke herinneringen en ze zijn op de een of andere manier kwetsbaar, misschien omdat ze afkomstig zijn uit mijn vroege kindertijd: alles uit die tijd is fragiel en heel persoonlijk.

Ik deel een soortgelijke herinnering met heel veel Nederlanders. Het is iets dat we van generatie op generatie doorgeven. Graag wil ik dat mijn dochter dit ook meemaakt, dat gevoel van samenzijn, die geborgenheid van het Sinterklaasfeest. Ik wil met haar de bekende liedjes zingen en haar schoen zetten, met een grote wortel en wat hooi erin. Ik wil dat ze ‘s morgens opstaat en niet kan wachten om te zien wat erin zit.

Mijn eerste reactie, toen ik iemand zwarte piet in verband hoorde brengen met racisme, was daarom ook ronduit afwijzend. Het compartimentje in mijn brein waar Sinterklaas en zwarte piet zich bevinden, die clustering van associaties die ik hierboven noemde, stond ver af van dat compartimentje waar het begrip racisme thuishoorde. Racisme associeer ik met narigheid, met Ku Klux Klan, brandende kruizen, met lynchings, met gewelddadige skinheads, met ‘Slegs vir blankes’. Racisme is naar en onveilig, het had niets, maar dan ook niets te maken met mijn beleving van het Sinterklaasfeest.

Daarom maakte ik ervan: zwarte piet is een sprookjesfiguur, zoals de Oostenrijkse Krampus. Of een schoorsteenveger. Of weet ik wat, maar vooral geen racistische karikatuur van een zwarte man. Of ik zei dat ik het geen belangrijke discussie vond, dat zwarte piet nou eenmaal traditie was. Dat er wel meer dingen waren die niet klopten, en vervolgens ging ik heel lang nadenken over voorbeelden. Zoals Jodenkoeken en blanke vla. Zijn die dan niet beledigend? Tsja.

Het heeft me tijd gekost om zonder dit soort verkrampte uitvluchten (want dat zijn het) neutraal naar het probleem te durven kijken. De achtergrond van mijn reactie was namelijk mijn beleving. Mijn beleving van Sinterklaas en zwarte piet is warm, veilig en geborgen, maar voor heel veel mensen met een donkere huidkleur is die beleving anders. Voor hen is het Sinterklaasfeest, en dat komt vooral door zwarte piet, juist onveilig en ongemakkelijk. Want hoewel zwarte piet door de jaren heen zijn Surinaamse accent is kwijtgeraakt, evenals zijn grote oorbellen en dikke lippen, is het nog steeds een springerige zwarte man met kroeshaar, het knechtje van de witte Sinterklaas.

Dat besef, dat zwarte piet niet los gezien kan worden van een racistisch verleden, en dat dat racistische verleden tot op de dag van vandaag volwassenen en kinderen heel veel pijn doet, hoeft niet mijn veilige en warme herinnering aan Sinterklaas te bevlekken. Dat ik zo van dat feest genoot als kind maakt mij geen racist en maakt ook het feest zoals wij dat altijd vierden niet racistisch. Maar de tijden zijn veranderd, Nederland is veelkleuriger geworden. We moeten nu wel echt van die piet af. Hij kan niet meer, hij is al lang over zijn houdbaarheidsdatum heen, hij begint zuur te ruiken.

Die zuurheid walmde mij volop tegemoet toen ik de reacties las op het optreden van Quincy Gario tijdens Pauw en Witteman. Ik rook die zuurheid op twitter, op facebook, op de talloze fora waar mensen over dit onderwerp discussieerden. Veel blanke Nederlanders schreeuwen over hun kwetsbaarheid heen, worden gemeen, racistisch, sarren, pesten als schoolkinderen. Er ging een plaatje viraal op facebook, dat Gario voorstelde, gephotoshopt als zwarte piet met de tekst ‘ zeurpiet’ eronder. Gretig klikten de vingers op de like-knop.

Het Sinterklaasfeest dat ik altijd vierde, was niet hetzelfde als dat van mijn grootouders. Mijn sinterklaasfeest kende noch de roe, noch de zak. Die waren voor mijn jeugd al afgeschaft, die barbaarse disciplineringsinstrumenten. Sinterklaas gebruiken om kinderen in het gareel te krijgen, dat doen we tegenwoordig niet meer. Sinterklaas is vooral een kindervriend, geen gewelddadige boeman.

Voor de generatie van mijn dochter zou ik graag een Sinterklaas willen zonder die zwarte piet-figuur. Een inclusief sinterklaasfeest zou ik willen, met pieten in alle kleuren van de regenboog. Zodat niet alleen zij later een geborgen en veilige herinnering zal hebben aan Sinterklaas, maar ook haar vriendjes en vriendinnetjes met een donkere huidkleur. Want tradities passen zich aan aan de tijd waarin we leven. Dat hebben ze altijd gedaan en dat zullen ze ook altijd blijven doen.

Advertenties