Boys will be boys? Over mannen en hun slechte prestaties

Jongens houden niet van stilzitten en luisteren’ kopte Nrc.next vorige week. Jongens presteren slechter op de middelbare school dan meisjes, en volgens hoogleraar Tavecchio en anderen heeft dat te maken met de ‘feminisering’ van het onderwijs. Niet alleen op het middelbaar onderwijs blijven de mannen achter op de vrouwen: ook op het hoger onderwijs presteren zij aanmerkelijk slechter. Volgens de Landelijke jeugdmonitor (CBS) studeerden in het schooljaar 2008-2009 in het hoger onderwijs bijna 20 procent meer vrouwen dan mannen. De vereniging van universiteiten (VSNU) meldde in  2007 dat 57 procent van de vrouwelijke universitaire studenten na vier jaar haar bachelor haalde, tegen 33 procent van de mannen. Wat is er met die jongens aan de hand? Eeuwenlang was het hoger onderwijs een mannenbolwerk. Zalen vol jonge kerels die ‘stilzitten en luisteren’ naar de hoogleraar. Hoe is het mogelijk dat de mannen het nu zo laten afweten?

            Dat kan hem toch niet in ‘feminisering’ zitten, aangezien nog geen derde van de universitair docenten vrouw is. Er is iets anders aan de hand met de studerende jongeman en dat heeft te maken met de veranderende rol van de man in de moderne samenleving.

Mannen waren ooit kostwinners. Een grote verantwoordelijkheid lag op hun schouders: het verzorgen van inkomen voor een gezin. Hun omgeving rekende hen daarop af: de sociale controle van kerk en gemeenschap was groot. Mannen waren zich ervan bewust dat ze hard moesten werken om ooit wat te kunnen betekenen. Mannelijke identiteit haalde je uit je volwassen zelfstandigheid en die verkreeg je door hard te studeren en te werken. Man-zijn betekende dat je geen afhankelijk jongetje meer was.

Sinds vrouwen zich zijn gaan emanciperen is die mannelijke identiteit als kostwinner minder vanzelfsprekend: het is niet langer het alleenrecht van de man om de kost te verdienen. Vrouwen kunnen dat net zo goed. Dat levert mannen een identiteitsvacuüm op. Hoe kun je nog een man zijn als vrouwen en mannen op het gebied van werk gelijkwaardig zijn geworden? Een trieste reactie op die ontwikkeling, onder meer gesignaleerd in de Verenigde Staten door de socioloog Michael Kimmel, is dat jongemannen heel lang blijven hangen in wat hij ‘Guyland’ noemt: een fase tussen puberteit en volwassenheid met zijn eigen codes, waarin jongens vooral bezig zijn tegenover elkaar te bewijzen dat ze geen homo zijn. Mannelijkheid stond niet langer tegenover jongensachtigheid, maar tegenover vrouwelijkheid.

Mannen zijn in alle opzichten speelser geworden. Grote beslissingen, zoals een huis kopen, samenwonen en kinderen krijgen worden steeds langer uitgesteld. Jongensachtig gedrag blijft daarnaast ook voor volwassen mannen heel lang ‘done’: computerspelletjes, excessief bingedrinken, naar popfestivals gaan, rücksichtslos vrouwen versieren: mannen houden het tot diep in hun thirties vol. Geen wonder dat mannen het bij de studie laten afweten. Schoolprestaties zijn minder belangrijk voor hun identiteit: je bewijst jezelf vooral in guyland.Die perceptie van de mannelijke identiteit zou moeten veranderen. het werkt averechts haar alleen maar te benadrukken met verhalen over sneue jongetjes die slachtoffers zijn van een feminiene arbeidscultuur. Mannen zouden weer uitgedaagd moeten worden om hun identiteit te ontlenen aan verantwoordelijk, volwassen gedrag.

Dit is niet gemakkelijk te stimuleren binnen het onderwijs zelf, omdat het hier om maatschappelijke problematiek gaat. Echter, steeds vaker zullen de stoere binken, de ‘Peter Pans’ die niet serieus worden en maar blijven spelen het slachtoffer worden van hun eigen gedrag. De regels rond studiefinanciering zijn steeds strenger geworden en deze mannen zullen een groot deel van hun leven met een studieschuld opgescheept zitten. Guyland kent zijn grenzen en vroeg of laat loopt elke vrolijke gesjeesde drinkebroer daar tegenaan. Wellicht wordt het dan tijd om eens te beseffen dat die vrouwen het helemaal zo gek nog niet doen.

Eerder gepubliceerd in Nrc.next van donderdag 1 juli 2010

Advertenties

Zijn motieven liggen thuis

 Dit opiniestuk van mijn hand stond gisteren in nrc.next

„Mijn motieven liggen thuis. Als ik door zou gaan en premier zou worden na 9 juni, zie ik mijn eigen kinderen niet opgroeien. Dat is het me niet waard. De politiek eist een zware tol van je privéleven.” Aldus ex-PvdA-lijsttrekker Wouter Bos afgelopen vrijdag, toen hij zijn afscheid van de politiek aankondigde. Een dag eerder trad de gedroomde kroonprins van het CDA, Camiel Eurlings eveneens om privéredenen terug uit de Haagse burelen. Wellicht wil hij, zesendertig jaar jong, een gezin stichten. Mannen die (bijna) op de top van hun carrière zijn, kiezen anno 2010 ineens voor hun relatie en gezin: wat is er met hen aan de hand?

Inderdaad is er iets veranderd in de politiek en ook in de rest van de samenleving. Probeer je even voor te stellen dat een politicus als Ruud Lubbers zou terugtreden omdat hij zich meer wil wijden aan zijn ‘privéleven’. Of Wim Kok. Of Dries van Agt. Dat was een heel ander soort mannen. Ouderwetse, degelijke kostwinners die ongetwijfeld hun kinderen nooit zagen, maar dat accepteerden als onderdeel van hun roeping als carrièreman. Voor hen zelf lag slechts  één kurkdroge mogelijkheid van ontplooiing open: succes op het werk.

Deze beperkte keuzevrijheid werd in stand gehouden door een opgelegde mannelijkheidsnorm.  Een man die kiest voor zijn gezin werd door andere mannen (en vrouwen!) uitgemaakt voor een watje of een slappeling, een zacht eitje, een treurige, ruggegraatloze humptydumpty die onder de plak zit. Het betekende uitstoting van de apenrots.

Het hield ook min of meer een einde in van zijn professionele loopbaan, want op een later tijdstip het werk weer oppakken met dat stigma van ambitieloze softie was natuurlijk moeilijk. Mannen moesten kostwinners zijn en lineair carrière maken – zonder onderbrekingen. Een ‘gat’ in je cv was geen aanbeveling.

Moderne mannen als Wouter Bos en Camiel Eurlings, laten we ze mannen 3.0 noemen, willen echter meer keuzevrijheid in hun leven en durven daar ook voor uit te komen. Langzaam veranderen de maatschappelijke opvattingen over wat een zinvol en waardevol leven is voor een man. Dat wordt niet meer gedefinieerd door professioneel succes alleen, maar ook door succes op persoonlijk gebied: vriendschap, relaties en kinderen.

Het is goed dat Eurlings en Bos zo helder zijn over hun motieven om met het politieke werk te stoppen, omdat ze zo een voorbeeldfunctie vervullen voor andere mannen die graag een periode van hun leven aandacht willen geven aan hun geliefde en kinderen. Ze brengen het koor van conservatieve mannen die de keuzevrijheid van andere mannen uit rancune willen beperken, tot zwijgen.

Dat is hard nodig, want deze maatschappij is nog altijd ingericht op het klassieke lineaire kostwinnersmodel. Mannen worden nog maar al te vaak aangekeken op hun verlangen om deeltijd te werken – net zoals dat vrouwen erop worden aangekeken als ze fulltime willen blijven werken wanneer ze moeder worden. 

Hopelijk zullen nu ook werkgevers gaan beseffen dat moderne mannen en vrouwen zelf hun levensloop willen plannen en dat dat niets te maken heeft met ambitieloosheid of karakterzwakte. Integendeel, een keus voor het gezin getuigt van durf en zelfverzekerdheid in een tijd dat dit nog altijd niet algemeen geaccepteerd is.

Update: Onbehagen van de man

Ik twitter tegenwoordig zoveel, dat ik vergeet te bloggen. Goed, ik zal nog even opsommen wat relevant is.

  • Vorige week donderdag was ik te gast in Obalive, gepresenteerd door Jurgen Maas.. Je kunt de uitzending hier bekijken (jawel, een radio-uitzending is tegenwoordig te bekijken). Ik was in het laatste kwartier van dit uur aan de beurt.
  • Gisteren stond ik in de Volkskrant (bijlage) met een heel mooi interview.
  • Ik was vandaag te beluisteren op BNR Nieuwsradio (Paul van Liempt). Je kunt het interview hier terugluisteren.
  • Vanavond heb ik om 19:00 een lezing ism de stichting Aknarij in de bibliotheek van Bos en Lommer in Amsterdam.
  • Een column van Ruben Maes over mannelijkheid en mijn boek in PM.
  • Ik sta met een interview in de Vrij Nederland die net uit is (21 november 2009).
  • Er komt een interview met mij in Intermediair.
  • .. en meer, maar dat laat ik ter zijner tijd horen!

Oh ja. Volg me op twitter voor het laatste nieuws: twitter.com/DylanvR.

Boekpresentatie / Women Inc debat gisteren

Dsc_0260_3

Bovenstaande is een korte impressie van het debat dat ik gisteren tijdens mijn boekpresentatie had met Andreas Kinneging. Het geeft ook wel goed weer hoe ik die avond beleefd heb. Een interessant en roerig debat met één van Nederlands meest vooraanstaande neoconservatieven.

Dsc_0271_3

Ja, dat ben ik. Achter de kansel.

Dsc_0282_3

.. en het eerste exemplaar van mijn boekje reikte ik uit aan Arie Boomsma.

Met dank aan Francien Jonge Poerink voor de foto’s.

Meer foto’s van maandag zijn te vinden op de site van Women-inc.

Het onbehagen van de man: update

De laatste weken zijn zo hectisch dat ik er nauwelijks aan toe kom om iets te schrijven voor mijn weblog, of om zelfs maar een update te geven van de komende activiteiten met betrekking tot mijn boek. Hierbij dan op een rij:

  1. Allereerst natuurlijk de boekpresentatie van Het onbehagen van de man op 16 november. Die heb ik samen met mijn uitgeverij Augustus en Women Inc georganiseerd in combinatie met een debat (‘was will der mann?’). Daar zijn een aantal interessante gasten aanwezig, onder wie Hoogleraar Rechtswetenschap en vooraanstaande neoconservatief Andreas Kinneging, waarmee ik de (verbale) degens zal gaan kruizen. Aan KRO presentator Arie Boomsma zal ik het eerste exemplaar van mijn boek uitreiken, dat vanaf die datum in de winkels zal liggen. En er komen meer interessante gasten: initiatiefnemer van het manifest Papaplus Rutger Groot Wassink, Ondernemer Orville Breeveld, Hoofdredacteur IkVader.nl Henk Hanssen en pionier Hans Faddegon. Het belooft een interessante avond te worden over (hedendaagse) mannelijkheid en mannenemancipatie.
  2. 19 november zal ik een lezing houden uit Het onbehagen van de man in de bibliotheek van Bos & Lommer, een activiteit georganiseerd door de stichting Aknarij.
  3. In het maandblad Opzij van deze maand staat een voorpublicatie uit ‘Het onbehagen van de man’.
  4. In november en december zullen diverse damesbladen, waaronder Elle, Libelle, Red, Mind Magazine en Avantgarde werk van mij of over mijn werk publiceren.

En geheel los van mijn boek en de discussie over mannen stond er in de laatste Waterstof en vervolgens ook op het weblog Sargasso een column van mij met de titel ‘Schop de patatburger uit zijn luie stoel’.

 

Onbeholpen mannelijkheid

Sommige kerels kunnen er gewoon niets aan doen. Die rekken zich uit in hun rafelige t-shirt terwijl ze nietsvermoedend de natte zweetplekken onder hun oksels aan de wereld tonen. Het zijn het soort mannen dat altijd een beetje stinkt, omdat ze nooit deodorant of ook maar aftershave gebruiken. Niet uit een of ander principe, het komt gewoon niet bij ze op. Hetzelfde soort mannen trekt onder een pak altijd de verkeerde – veel te lompe -schoenen aan, of duidelijk afwijkende sokken. Laat ik het de onbeholpen man noemen.

Er zullen er zijn die deze onbeholpenheid typisch mannelijk noemen. Het ligt echter iets ingewikkelder. In een onderzoek van Discovery naar de mindsets van de moderne man komt naar voren dat deze zich steeds bewuster is geworden van het belang van een goed verzorgd uiterlijk. Dat uiterlijk opent deuren voor hem, zowel in zijn carrière als in zijn liefdesleven. Het wordt echter nog steeds niet van mannen verwacht – alle hypes rond de metroman ten spijt – dat ze zich om hun uiterlijk bekommeren. Sterker nog: een dergelijke houding wordt gezien als onmannelijk en feminien. Om aan die tegengestelde verwachtingen te voldoen schipperen veel mannen een beetje. Ze zijn wel degelijk met hun uiterlijk bezig, weten precies wat kan en wat niet kan, maar zullen dat niet zo snel aan anderen laten merken.

De onbeholpenheid van sommige mannen rond uiterlijke verzorging heeft eerder te maken met sociale achtergrond. Even doorvragen bij een aantal van deze zweterige, onwelriekende mannen leverde mij al gauw de informatie op dat zij niet alleen geen deodorant of eau de toilette gebruiken, maar ook hun vaders niet. Voor hun gevoel was het daarom iets geks om dat te doen, iets wat niet bij een man hoorde. Geen gecultiveerde ongecultiveerdheid dus, zoals bij zoveel andere mannen, maar een echte, originele, authentieke onwetendheid rond persoonlijke hygiëne en verzorging. Het viel me ook op dat dit soort mannen meer dan gemiddeld opgegroeid zijn buiten de grote steden en forenzencentra.

Zelf vond ik het gebruik van aftershave juist uiterst mannelijk. Mijn vader had altijd een zweem van geur om zich heen en als jongetje associeerde ik dat met volwassen worden. Echte mannen schoren zich ‘s morgens in hun hemd voor de spiegel en besproeiden zichzelf dan rijkelijk met aftershave, zodat ze de uren daarna die milde zweem van mannelijke lucht om zich heen hadden. Een man die geen aftershave draagt was in mijn ogen daarom een soort… jongetje. Onvolgroeid en een beetje naïef.

Hetzelfde gevoel heb ik als een man duidelijk ruikt naar een goedkope aftershave of deodorant. Een man die penetrant ruikt naar Axe straalt een proletarische onbeholpenheid uit, even belegen als de in drie dagen-oud frituurvet klaargemaakte gehaktstaaf die hij waarschijnlijk in de voetbalkantine heeft genoten van hetzelfde sportcentrum waarin hij de deo heeft opgedaan. Daartegenover gruwel ik van het zachte roze yoghurthuidje dat je wel eens ziet bij rijke mannen uit het Gooij en dat het resultaat is van diverse bezoekjes samen met vrouwlief aan een peperduur wellness-centrum. Je ziet ze al liggen met hun dikke buiken en witte handdoeken naast het zwembad. Helemaal jeuk krijg ik van de afgetrainde sportschoollichamen van Men’s Health lezende metroseksuelen, die zo leven in een wereld van lichamelijkheid en gezondheid dat alle andere dingen in het leven volledig blijken te verbleken.

Tot zover mijn eigen kleinburgerlijke vooroordelen. Het maakt maar weer duidelijk hoe divers opvattingen en verwachtingen zijn over mannelijkheid. Wat je beleeft als ‘mannelijk’ is heel erg afhankelijk van de sociale laag waar je vandaan komt en de mensen waar je nu mee omgaat. Een diepe grondstructuur van wat onder ‘mannelijk gedrag’ verstaan wordt is voor het grootste deel afwezig. En dat is maar goed ook, want het geeft iedere man ook een klein beetje vrijheid om zijn eigen keuzes te maken, zijn eigen mannelijkheid te creëren, zonder zich al teveel te hoeven aantrekken van zijn omgeving. Want, om het even clichématig uit te drukken, op ieder potje past een dekseltje. Het is wonderlijk, maar de onbeholpen mannen waar ik mee begon, vinden vaak bijpassende vrouwen: zonder parfum, make up of hoge hakken.