Juist feministische analyse toont dat vaderschapsverlof socialistische maatregel is

Een verlengd vaderschapsverlof: werkgevers zijn er niet blij mee. VNO-NCW hield een paar jaar terug een enquête onder 300 bedrijfsdirecteuren en daarvan bleek driekwart niets van een verlenging van het vaderschapsverlof te willen weten. Het argument: werknemers hebben al ‘stuwmeren van vakantiedagen’. Vrij vertaald: de zorgende vader uithangen, dat doe je maar in je vrije tijd. Je krijgt twee dagen om aan de nodige administratieve verplichtingen te voldoen en dan word je weer verwacht aan te treden. Het grootbrengen van een kind als hoogstpersoonlijke hobby.

Dit terwijl uit onderzoek in het buitenland naar voren komt dat als vaders verlof nemen bij de geboorte van hun kind, dit nog jarenlang effect kan hebben op de verdeling van de huishoudelijke taken in gezinnen. In die eerste precaire weken na de geboorte krijgen vaders een crash course in babyverzorging en daarbij krijgen ze op organische wijze een band met hun kinderen. Uit Israëlisch onderzoek is gebleken dat mannen die veel tijd doorbrengen met hun kinderen hogere niveaus van het ‘knuffelhormoon’ oxytocine in hun bloed hebben. Ook mannen hebben van moeder natuur een hormonale voorbereiding meegekregen om te zorgen, maar deze wordt pas ‘geactiveerd’ door veel lichamelijk contact met het kind. Het gevolg is dat mannen na een vaderverlof op natuurlijke wijze al veel actiever voor hun kind zorgen dan mannen die geen verlof hebben opgenomen.

Die gelijkere rolverdeling heeft weer een positief effect op de arbeidsparticipatie van vrouwen: zo komt uit een Noors onderzoek naar voren dat moeders uit gezinnen waar vaderschapsverlof wordt opgenomen 5-10% minder vaak afwezig zijn door ziekte. In Zweden heeft men berekend dat elke extra maand die een vader aan vaderschapsverlof opneemt zorgt voor een 6,7% hoger inkomen voor de vrouw in het gezin.

Het lijkt alsof ook het bedrijfsleven op den duur voordeel kan halen uit een langer vaderschapsverlof, omdat dit zal zorgen voor een grotere en gemotiveerdere arbeidsbestand. In tijden van vergrijzing en in een land waarin de anderhalfverdiener de norm is, valt hier zelfs vanuit een economisch-liberale optiek iets voor te zeggen. Waarom dan toch die afwerende houding van werkgevers? Is dit enkel korte termijndenken? Of is het een diepgeworteld cultureel conservatisme binnen de huidige bedrijfselite, die tegen het eigen belang in wil vasthouden aan versleten rolpatronen? Mijn stelling is dat er meer achter zit dan dat. Door het werk dat het grootbrengen van kinderen met zich meebrengt zoveel mogelijk in de privé-sfeer te houden, wordt de prijs van de reproductie van arbeid (de stabiliteit en de blijvende aanwas van werknemers) zo laag mogelijk gehouden.

Laat ik een voorbeeld geven uit een ander vakgebied. In de sterrenkunde wordt wel gesproken over het begrip ‘donkere materie’. Astronomen stellen dat deze donkere materie, materie die niet zichtbaar is met optische middelen, zou moeten bestaan om de baanbewegingen van verre sterren en sterrenstelsels te verklaren. Anders gezegd: het heelal kan niet functioneren zoals het nu doet, zonder die onzichtbare materie. En als die donkere materie niet bestond, zouden we een heel ander heelal hebben. Ook in het veld van de neoklassieke economie worden zaken en werkzaamheden aan het kennende oog onttrokken. Het gaat hier om zaken die juist de vruchtbare turflaag vormen waarop de marktactiviteiten zich doorgaans ontwikkelen. Het waren feministisch-socialisten als Mariarosa Dalla Costa, Silvia Federici en in Nederland Anja Meulenbelt die hier in de jaren zeventig het eerst op wezen en dit ook theoretiseerden. De Italiaanse feministen werden geïnspireerd door de filosoof en politicus Mario Tronti, een van de grondleggers van het autonoom marxisme. Volgens Tronti wordt het kapitalisme in een bepaalde fase van ontwikkeling zo alomvattend dat de grens tussen fabriek en maatschappij verdwijnt en de gehele maatschappij ‘fabriek’ wordt. Dalla Costa en Federici redeneerden als volgt: het werk dat vrouwen doorgaans deden (en doen) in het huishouden, in de zorg, zelfs in de emotionele en seksuele ondersteuning van de arbeidende man, staat niet buiten de kapitalistische wereld, maar maakt er juist deel van uit. Het is een basisvoorwaarde om ervoor te zorgen dat manlief elke morgen weer voor de fabriekspoort staat, en dat er steeds nieuwe generaties arbeiders worden geboren. Het is daarom in het belang van het kapitaal dat dit werk onzichtbaar blijft: want zolang je dit buiten de officiële loonverhoudingen houdt, kan dit werk zo goedkoop mogelijk worden gehouden. Daarnaast zijn vrouwen, afhankelijk gemaakt van het loon van hun man, zo gemakkelijk te disciplineren.

Een belangrijke activistische beweging waarin de eisen van de socialistisch-feministen in de jaren zeventig naar voren kwamen is Wages for Housework. Deze vrouwen eisten een vast loon van de staat voor het werk dat zij verrichtten in het reproduceren van de arbeid. Niet omdat werken in loondienst het absolute Walhalla is: in de lijn van Karl Marx gingen zij er vanuit dat loondienst een mystificatie is waarbij de arbeider permanent aan het kortste eind trekt. Maar wel omdat het zorgende werk van vrouwen een minstens zo grote mystificatie is. Een vast loon zou de vrouwen in ieder geval de erkenning geven dat hun werk werk is, en het zou een begin kunnen zijn van een discussie over dat werk, over de hoogte van het loon en over de arbeidsomstandigheden.

Fast forward naar 2015. Intussen is er heel wat veranderd. Het klassieke kostwinnersechtpaar, waarbij de man werkt in de vrouw zorgt, behoort in Nederland nu tot de minderheid. De norm is de anderhalfverdiener. Een groeiende – maar nog steeds in verhouding klein groep – vaders werkt in deeltijd en heeft een zogenaamde ‘papadag’. Maar aangezien moderne vrouwen gemiddeld zo’n 26,4 uur werken, moeten oplossingen gezocht worden voor al het onbetaalde zorg- en huishoudwerk waar de generatie van hun moeders een hele werkweek voor hadden. Die oplossingen worden grofweg gezocht in: minder doen, beter verdelen en ‘uitbesteden’. Wat dat eerste betreft: volgens de officiële Emancipatiemonitor wordt er door vrouwen bezuinigd op het aantal uren onbetaalde arbeid (van 42,6 uur per week in 1975 naar 29,7 in 2011). De lat ligt minder hoog dan in de jaren zeventig, en daarbij zijn de gezinnen kleiner. Voorts zijn de mannen van nu gemiddeld iets meer in het huishouden gaan doen: in 1975 deden mannen gemiddeld 8,5 uur onbetaalde huishoudelijke en zorgarbeid per week, in 2011 was dat 12,4 uur: vrouwen zorgen zo’n 2,5 keer meer dan mannen. Naast het herverdelen van onbetaald werk binnen het gezin zijn er natuurlijk ook de klassieke netwerken buiten het gezin, denk aan grootouders of andere ouders.

De neoliberale ‘oplossing’ voor het verminderen van de tijd die aan reproductie wordt besteed, is uitbesteden. De zorg voor kinderen wordt ge-outsourced naar een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang. Huishoudelijk werk wordt ge-insourced door een huishoudelijk werk(st)er aan te trekken. ‘Consumptief werk’ als bijvoorbeeld boodschappen doen, kan gereduceerd worden door gebruik te maken van een online boodschappendienst, zoals de Albert Heijn die heeft, of Hello Fresh. Dit lijkt een stap in de richting van ‘wages for housework’  maar is dat allerminst, alleen al door de vreemde paradox dat je wel betaald kan worden als je op andermans kinderen past, of andermans huis schoonhoudt, maar dat je de zorg voor eigen kinderen of het schoonhouden van het eigen huis gratis moet doen. Huishoudelijke hulp wordt steeds vaker door migranten uitgevoerd, die soms op duizenden kilometers afstand van hun eigen familie en kinderen andermans huis netjes moeten houden. Zorgwerk blijft zo de lage status houden die nog altijd plakt aan werk dat altijd door vrouwen ‘voor niks’ werd gedaan.

De eisen van de Wages for housework-beweging zijn daarom nog steeds heel relevant. Ook nu is reproductieve arbeid onzichtbaar, gescheiden langs de messcherpe lijnen van geslacht, klasse en ras van de betaalde arbeid. Zorgende arbeid wordt nog steeds gezien als inferieur, als een persoonlijke hobby en niet als een belangrijke bijdrage aan de maatschappij waarvan de economie de vruchten plukt, sterker nog, zonder welke de economie niet zou bestaan. Het gevolg is dat de prijs voor die zorg zeer laag is en dat roofbouw wordt gepleegd op mensen die dit werk doen. Het is dan ook in het belang van de werkgevers dat dit zo blijft, en dat de rolverdeling tussen man en vrouw blijft bestaan. Hoe meer mannen zorgend werk gaan doen, bijvoorbeeld als gevolg van een uitgebreid vaderschapsverlof, hoe sterker ook bij hen het bewustzijn zal ontstaan dat zorg ook werk is. Geen wonder dan ook dat het bedrijfsleven zich met hand en tand verzet tegen enige uitbreiding van het vaderschapsverlof. Het zou hen wel eens geld kunnen gaan kosten (en dan bedoel ik meer dan die paar extra vrije dagen per man per kind). Bovendien houden ze door te verwijzen naar vakantiedagen de mythe in stand dat zorg een persoonlijke keuze is, in plaats van een sociale, maatschappelijke bezigheid.

Sterker nog: criticasters stellen dat er geen fysieke noodzaak van het vaderverlof is, zoals die er bij het zwangerschapsverlof wel is. Hier wordt de noodzaak van zwangerschapsverlof teruggebracht tot het herstellen van het lichaam van de vrouw. De hechting tussen ouder en kind, de slechte nachten, alles dat mis kan gaan in die eerste precaire weken met een kind: het wordt allemaal niet benoemd, zwangerschapsverlof is slechts een manier van lichamelijk herstel van de vrouwelijke werknemer, vergelijkbaar met een zieke werknemer. Het kenmerkt de Nederlandse houding tegenover zorgend werk, tegenover wat traditioneel ‘vrouwenwerk’ was. Het wordt niet benoemd, teruggedrukt in de private sfeer, weggerelativeerd of juist kapotgeidealiseerd en bewierookt als een pastorale huishoudidylle, in ieder geval als een wereld die ver weg ligt van de harde economie van kantoorgebouwen, fabriekshallen, loonstrookjes en cao’s.

Als de SP zich inzet voor mensen die werken zonder loon, dan gaat dat meestal over mensen die verplicht moeten werken als tegenprestatie voor een uitkering. Een ontzettend belangrijk politiek punt: maar geldt dit niet ook voor het onbetaalde zorgwerk van de klassieke huisvrouw, de deeltijdende vrouw of man? Het is tijd dat het bewustzijn daarvan vergroot wordt en dat kan door een aantal maatregelen te nemen die niet alleen in de uitwerking, maar ook in de geest reproductief werk als werk erkennen. Natuurlijk hebben we sinds jaar en dag kinderbijslag, maar daar kun je niet van leven. Kinderopvangtoeslag is een stimuleringsregeling voor de opvang van kinderen buitenshuis en is dus vooral een premie om de zorg voor de eigen kinderen uit te besteden en zelf ‘aan het werk’  te gaan. Een langdurig vaderschapsverlof daarentegen zou een regeling zijn die expliciet het belang van zorg binnen de samenleving erkent. Beter nog dan dat: een betaald, langdurig ouderschapsverlof naar Scandinavisch model voor man en vrouw dat in de plaats zou komen van het bestaande zwangerschapsverlof zou reproductief werk de ruimte kunnen geven die het verdient.

Het kapitaal heeft al te lang de vruchten geplukt van onbetaalde arbeid, het is tijd dat het daar ook voor betaalt.

Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van Spanning, het wetenschappelijk tijdschrift van de Socialistische Partij.

 

 

Advertenties