Een vadervriendelijker Nederland

Dit is de tekst van een lezing die ik 18 juni 2011 gaf bij een bijeenkomst van FEMNET van GroenLinks.

Drie weken terug ben ik vader geworden van een gezonde dochter. Ik heb dan ook een bijzondere periode achter de rug. Van de kraamhulp leerde ik hoe ik het meisje moet voeden, hoe ik luiers moet verschonen, hoe ik haar in bad moet doen, af moet drogen en insmeren met babyolie. Ik heb door schade en schande geleerd hoe ik haar spartelende lichaampje in de kleertjes moet hijsen. Bovenal heb ik kunnen ervaren hoe ze ruikt, hoe ze voelt in mijn armen, hoe ze zich beweegt. Ik heb ontdekt hoe ik haar moet troosten als ze om de een of andere reden verdrietig is, wat haar kirrende, pruttelende geluidjes en scherpe huiltjes betekenen: wanneer ze wil eten, een poepluier heeft of gewoon getroost wil worden. De afgelopen weken ben ik verliefd geworden op mijn kleine Juno en zij voelt zich veilig en geborgen bij mij.

Dat heb ik allemaal kunnen doen omdat ik de afgelopen tijd vrij kon krijgen. Niet van overheidswege, helaas, maar omdat ik in overleg met mijn werkgever vakantiedagen kon opnemen op het moment dat mijn vrouw beviel. Ik prijs mijzelf daarin gelukkig: niet alle mannen hebben die mogelijkheid. Het Nederlandse vaderverlof duurt slechts twee dagen, exclusief één dag calamiteitenverlof tijdens de bevalling en is daarmee een van de laagste van Europa. Dat is niet alleen onrechtvaardig: omdat vrouwen die toch al een voorsprong hebben in het opbouwen van een band met hun kind in het bevallingsverlof van minimaal tien weken veel meer tijd hebben om aan hun kind te besteden. Wettelijke regelingen binnen de verzorgingsstaat hebben niet alleen een praktische functie, het zijn ook signalen,  versteende waarden. Het Nederlandse vaderschapsverlof symboliseert hoe wij over mannen en hun relatie tot kinderen denken. Het lijkt alsof de wetgever met de armzalige twee dagen vaderschapsverlof tegen de Nederlandse mannen wil zeggen: blijven jullie maar weg bij kleine kinderen. Daar hebben jullie niets te zoeken.

Het idee dat een man een zorgende rol niet past, maar dat hij slechts een ondersteunende functie heeft binnen het gezin is hier wijdverbreid. Toen ik een collega vertelde over de drie weken verlof die ik nam voor mijn dochter, keek zij mij verbaasd aan. De eerste week was er immers een kraamhulp in huis, dus hoefde ik niets te doen? Alsof mijn rol alleen praktisch is, de emotionele band die ik op wil bouwen met mijn dochter er totaal niet toe doet. Op dat soort momenten merk je dat je op diepliggende overtuigingen van mensen stuit.

Bij de intake voor de kraamzorg kregen mijn vrouw en ik ook een ietwat wonderlijke vraag. Er was namelijk een mannelijke kraamverzorger in dienst bij het door ons gekozen bureau. Of wij daar eventueel bezwaren tegen zouden hebben? Bezwaren? Zouden ze bij een islamitisch gezin ook vragen of er bezwaren zijn tegen een joodse kraamhulp? Bij een streng-christelijk gezin of ze problemen hebben met een lesbische? Een discriminerende vraag, die ik als man als beledigend ervoer. Volgens de mevrouw van de kraamzorg zei echter 60 procent van de mensen ‘nee’ tegen een mannelijke kraamverzorger. Wat maar weer aangeeft dat een zorgende man nog altijd not done is.

Toegegeven: de recente schandalen rond pedofielen in de kinderopvang in Amsterdam hebben mannen die zorgen verdacht gemaakt. Als ouder wil je dit soort gevaren nu eenmaal helemaal uitsluiten voor je kind. Maar alle ophef rond de ontuchtzaak in Amsterdam bevestigde vooral dieperliggende vooroordelen over mannen en kinderopvang. Een man die voor kinderen wil zorgen: diens intenties kúnnen gewoon niet goed zijn.

In het boek Veilig door de kraamtijd van zwangerschap- en borstvoedingsgoeroe Beatrijs Smulders staat een hoofdstuk over de rol van de man. Daarin wordt beschreven dat de hechting tussen moeder en kind het allerbelangrijkst is en dat de vader zuiver een faciliterende taak heeft. ‘Jij houdt de zaak draaiende en brengt structuur aan in die woelige tijd, zodat moeder en kind zoveel mogelijk in harmonie samen kunnen zijn.’ Het is dit soort teksten die mannen al meteen een bepaalde richting uitduwen. De traditionele, afstandelijke rol van provider.

Dit terwijl uit de pedagogiek bekend is dat een kind zich niet alleen aan de moeder, maaraan twee tot drie stabiele personen in de omgeving kan hechten, ongeacht sekse of zelfs familieband. Hiermee heeft de natuur zich voorbereid op het wegvallen van de moeder. Moeders hebben natuurlijk wel een voorsprong op vaders: zij hebben immers het kind negen maanden in zich gedragen en geven vaak ook borstvoeding. Dat maakt het des te belangrijker dat vaders al erg vroeg veel aandacht aan hun kinderen kunnen besteden. Ze hebben immers een achterstand in te halen. Toch is ons het Nederlandse systeem ingericht om de natuurlijke verschillen tussen man en vrouw op het gebied van zorg alleen maar uit te vergroten.

Conservatieven werpen in dit soort discussies vaak tegen dat, los van de bekende voor de hand liggende verschillen tussen man en vrouw, ook hun hersenen sterk verschillen. Man en vrouw zijn in essentie verschillend: vrouwen zijn gebouwd om te zorgen, mannen om te jagen. Mannen zijn van nature niet goed met kinderen en dat zal ook altijd zo blijven. Qua bewijs wordt vaak gewezen op een stroom van onderzoek, vooral binnen de evolutiebiologie, over de essentiële verschillen tussen man en vrouw. Onderzoeken die oude vooroordelen bevestigen, doen het inderdaad goed in de media en leveren de wetenschappers die publiceren veel aandacht en credits op.

Veel van dit soort onderzoek – dat het goed doet op de ‘Vrouw-‘ pagina van de Telegraaf – wordt echter op een slechte en onbetrouwbare wijze uitgevoerd. Publiciste Cordelia Fine toont aan hoe maar al te vaak seksevoordelen door verkeerde onderzoeksmethoden in wetenschappelijke conclusies terecht komen. Het is het soort van kritiek dat veel minder vaak de populaire pers haalt: het bevestigen van vooroordelen verkoopt over het algemeen beter dan het op losse schroeven zetten van de eigen aannames. Intussen hebben al die ideeën over mannen als ruwe, lompe, vrouwenverslindende jagers wel degelijk invloed op het beeld dat mannen over zichzelf hebben met betrekking tot de vaardigheden benodigd om te zorgen.

Terwijl er veel bewijs is dat de mate waarin mannen zich bezighouden met zorg cultureel bepaald is. Anders dan veel van het evolutiebiologisch onderzoek doet vermoeden, zijn het juist samenlevingen van jagers en verzamelaars waarin mannen veel actiever zijn in de zorg voor kinderen. Bij een jagende pygmeeënstam in Afrika, de Aka, die genetisch verwant zijn aan de oudste soort mensen, houden mannen hun kleine kinderen bijvoorbeeld  bijna de helft van de tijd vast of vlak in de buurt. Een en ander zet de gangbare theorieën over de evolutionaire oorsprong van de genders op hun kop.

De huidige beeldvorming maakt mannen onzeker en verlegen in het opbouwen van een duurzame relatie met hun kinderen. Persoonlijk geloof ik niet dat het bij veel mannen daadwerkelijk onwil is dat ze na drie dagen weer op kantoor rondlopen, of een huilend kind in paniek aan hun vrouw overhandigen omdat ze niet weten wat ze ermee aan moeten. Het probleem is dat in Nederland de algemeen aanvaarde ideeën over zorg en mannen nog steeds oerconservatief zijn. Dat terwijl intensief vaderschap goed is voor zowel kinderen als de mannen zelf.

Een gezonde hechting met de vader heeft voor kinderen op lange termijn veel voordelen. Naast de voordelen van veilige hechting op zichzelf, dat helpt bij een gezond zelfbeeld, heeft hechting met de vader nog specifieke effecten. Uit onderzoek van de Britse ontwikkelingspsycholoog Michael Lamb blijkt dat dit invloed heeft op de wijze waarop een kind in het latere leven relaties met het andere geslacht aangaat en hoe het in de adolescentie met leeftijdgenoten omgaat. Vaders zijn dus niet alleen de beschermers van de band tussen moeder en kind, ze kunnen ook zelf een specifieke toegevoegde waarde leveren aan gezonde relaties in het leven van kinderen.

Discovery channel ondervroeg drieduizend Europese mannen over wat zij van belang achten in hun leven, waarbij negentig procent aangaf dat de zorg voor kinderen hen gelukkiger maakte. Het Zweedse Karolinska instituut deed onderzoek onder 72.000 mannen en ontdekte dat vaderschapsverlof (dat in Zweden al dertig jaar bestaat) een positief effect heeft op hun levensverwachting. Zorgende mannen worden ouder en zitten beter in hun vel.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de emancipatoire voordelen van een intensievere band tussen man en kind. Als vaders meer zorgen geeft dat moeders de ruimte om dat iets minder te doen zonder dat kinderen daaronder lijden. Deze vaders maken het mogelijk dat minder druk en stress bij enkel de moeder terecht komt en geven haar meer vrijheid en flexibiliteit. Kinderen zijn minder een last en meer een bron van geluk. Dat blijkt ook uit het geboortecijfer in de kindvriendelijke Scandinavische landen, dat tot de hoogste in Europa behoort. Een groeiend geboortecijfer zal ook voor Nederland cruciaal zijn in de bekostiging van de verzorgingsstaat in de toekomst.

Het wordt dus tijd dat Nederland vadervriendelijker wordt. Vadervriendelijker maak je Nederland door vaders zowel praktisch als emotioneel in staat te stellen om een zorgende rol te vervullen. Dat kan door institutionele veranderingen door te voeren, bijvoorbeeld door het betaalde vaderverlof te verlengen tot minimaal een maand.

Door voordelige regelingen of subsidies zouden mannen extra gestimuleerd moeten worden om bijvoorbeeld ouderschapsverlof op te nemen. Het is nu nog te vaak zo dat gezinnen, omdat mannen nog altijd gemiddeld meer verdienen dan vrouwen,  vanuit financiële redenen ervoor kiezen om enkel de vrouw ouderschapsverlof te laten opnemen.

Vadervriendelijkheid betekent ook de beeldvorming rond mannen en zorg zou moeten worden aangepakt. Zorgvaderen zou geen voorrecht moeten zijn voor hoogopgeleide bakfietsvaders, het zou gezien moeten worden als een natuurlijke consequentie van de keuze voor kinderen. Steeds meer zullen we eraan moeten wennen dat ook mannen een bepaalde periode van hun leven minder zullen werken en meer zullen zorgen. Dat kan door van overheidswege actief een visie te promoten waarin vaders een grotere rol in de opvoeding van hun kinderen spelen. Ik zie dat meer in gerichte voorlichting naar aanstaande ouders en brede publiekscampagnes rond beeldvorming dan in het zo nu en dan uitreiken van een prijs aan een ‘moderne vader’.

De tijd is voorbij dat mannen slechts toeschouwers konden zijn bij de opvoeding van hun eigen kinderen. Het zorgvaderschap is een verrijkende ervaring. Het is onrechtvaardig dat dit de Nederlandse mannen door een mengsel van institutionele en sociale belemmeringen wordt onthouden. Tijd voor vadervriendelijke revolutie. Mijn dochter en ik, bevoorrechte mensen dat we zijn, nemen alvast een voorschot.

Like this on Facebook

Advertenties