Vileine mannen, fragiele vrouwen

Twee mannen –goede vrienden- zitten samen tijdens een feestje. Vrouwen zijn ook aanwezig. De mannen raken ergens over in discussie. Laten we zeggen: over politiek. De argumenten gaan over en weer, adrenaline begint te stromen. Hoofden worden rood, aderen zwellen op, het stemgeluid verhevigt zich. Voortdurend onderbreken de mannen elkaar, kunnen nauwelijks wachten tot de ander klaar is met spreken. De vrouwen wisselen geïrriteerde blikken uit, proberen het gesprek –zonder succes- naar een ander onderwerp te krijgen.

Dan ineens is de discussie over en lijken de mannen alles volledig vergeten. Op de terugweg herinnert één van de vrouwen haar vent aan de gespannen en onprettige sfeer. Tot haar verbazing ontdekt ze dat hij niet weet waar ze het over heeft. Gespannen sfeer? In zijn beleving heeft hij gewoon lekker zitten discussiëren: een vriendschappelijk robbertje vechten. De discussie en de over en weer aangevoerde argumenten worden niet persoonlijk opgevat, maar maken deel uit van een ritueel dat door beide mannen als prettig ervaren werd. Voor de vrouwen was het eerder een onplezierige onderbreking van de avond, het sneed als een mes door de gezellige sfeer van daarvoor. Vreemd, hoe mannen en vrouwen zaken verschillend beleven.

In bovenstaande analyse spreek ik in stereotypen: de grens tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid is in werkelijkheid niet zo zwart-wit. En dat is nu precies het probleem waar ik het over wil hebben. In bovenstaand voorbeeld gedragen de mannen zich volgens klassieke masculiene regels: er is competitie tussen twee individuen (die beide gelijk willen krijgen), het onderwerp van discussie bevindt zich op een volstrekt inhoudelijk niveau (de mannen schenken bijvoorbeeld geen aandacht aan the tone of voice) en uiteindelijk vindt de confrontatie plaats op een basis van solidariteit: de mannen zijn vrienden, het zit wel goed tussen hen en dat weten ze. De strijd is een schijngevecht.

De ervaring van vrouwen is anders en klassiek feminien. Het eerste dat zij opmerken is juist die tone of voice, die ze als erg onprettig ervaren. Het gevecht tussen de twee mannen wordt door hen gepercipieerd als een echt gevecht, en het elkaar wederzijds aanvallen wordt opgevat als agressie jegens de persoon zelf en niet op diens argumenten. Uiteindelijk zijn de vrouwen zich niet bewust van de mannelijke kameraadschap, die altijd aanwezig is. Dat laatste heeft vooral te maken met het feit dat vrouwen deze kameraadschap niet kennen. Want tussen vrouwen (ik stereotypeer nog steeds), zelfs bij de beste vriendinnen, bestaat geen solidariteit en moet je altijd op je hoede zijn. Vandaar dat zij er veelal de voorkeur aan geven om de lieve vrede te bewaren.

Van de week sprak ik journaliste Myrthe Hilkens en zij vertelde mij waarom ambitieuze vrouwen het volgens haar zo moeilijk hebben. Dat had te maken met het feit dat ze enerzijds moesten knokken tegen de mannelijke competitie en dat er anderzijds totaal geen solidariteit was tussen vrouwen onderling. Genadeloos worden ze van twee kanten afgemaakt in hun pogingen hun idealen of ambities te verwezenlijken. Ik kan me daar inderdaad wel wat bij voorstellen. In het klassieke zwart-wit schema van mannelijkheid en vrouwelijkheid, zoals ik dat hierboven schets is assertiviteit: opkomen voor je mening bijvoorbeeld, iets dat voorbehouden is aan mannen. Zij doen dit dan ook vaak vanuit een basis van vriendschap en kameraadschap. Vrouwen die zichzelf een ‘mannelijke’ assertiviteit aanmeten missen meestal dat laatste.

Wij zijn terecht gekomen in een maatschappij waarin het klassieke zwart-wit schema van mannelijkheid en vrouwelijkheden steeds meer grijstinten gaat vertonen. Maar niet elke grijstint is een gelukkige combinatie. Ik hoorde ooit een verhaal van een jongen die in de Bijlmer was opgegroeid en daar een ouderwetse mannelijke streetwise solidariteit onder zijn vrienden had gekend. Tot hij als enige een academische opleiding ging doen en zich aanmeldde bij een wat corporale studentenvereniging. Daar ontdekte hij al snel dat de mannelijke solidariteit die hij kende zo goed als afwezig was. Iedereen probeerde voortdurend de poten onder elkaars stoel vandaan te zagen. Het was schering en inslag om vileine opmerkingen te maken, opmerkingen die op de persoon slaan, hem of haar vernederen.

In het verschijnsel van de veelal corporale studentenvereniging gaat –ondanks al het daar aanwezige machismo- al sinds jaar en dag een aantal vrouwelijke en mannelijke eigenschappen samen. Hoger opgeleide mannen lijken zich sterker de klassiek vrouwelijke eigenschappen van empathie en inzicht in gedrag eigen te maken dan mannen in een lagere sociale klasse. Maar als hoger opgeleiden die vrouwelijke eigenschappen combineren met een typisch mannelijke assertiviteit dan kan dat tot de meest gemene en giftige taferelen leiden. Zodra de mannelijke competitie zich op de persoon richt, dan is alle solidariteit weg en ontstaat een oorlog van allen tegen allen. Een ontwikkeling die je nu ook op bepaalde internet weblogs ziet plaatsvinden. Het persoonlijke valt niet langer buiten de discussie: je wordt niet langer alleen aangevallen op je woorden, maar ook op wie je bent.

In mijn eigen omgeving heb ik gemerkt dat de meeste ruzies met vrienden – echte ruzies- ontstaan als je de onuitgesproken regel van ‘het persoonlijke erbuiten laten’ overschrijdt. Natuurlijk, je mag elkaar belachelijk maken met een geintje, maar er zijn ook geintjes die te ver gaan. Omdat ze iemands zwakke plek uitbuiten. Het zijn de dingen die (klassieke) vrouwen denken en niet zeggen. En het zijn de zaken die klassieke mannen niet zien en dus ook niet zeggen. Assertiviteit en empathisch inzicht vormen een moordende combinatie die met grote zelfbeheersing moet worden aangepakt. Dat is het gevaar van mannen die ook het talent van de –meer feminiene- empathie bezitten.

In een samenleving waarin het klassiek mannelijke en het klassiek vrouwelijke steeds meer vervloeien is het een zoeken naar de beste combinaties. Het is niet zo dat een combinatie van vrouwelijke en mannelijke waarden per definitie een ‘zachtere’ man of juist een ‘hardere’ vrouw maakt. Zoals ik hierboven heb aangegeven kan deze ‘androgynie’ juist keiharde, vileine mannen opleveren en assertieve, doch fragiele vrouwen. In een samenleving waarin rollenpatronen steeds meer veranderen en ook de ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid aan een flux onderhevig zijn is het belangrijk om die klassieke begrippen te leren ontrafelen: waar zitten de verbintenissen, de krachten en de zwaktes. Hoe kunnen mannen en vrouwen van elkaar leren.. en voor wat voor eigenschappen kunnen ze beter Oost-Indisch doof zijn.

Echte mannen en rode cocktails

Afgelopen vrijdagavond bestelde een vriend van mij in de kroeg een felrode cocktail met een parasolletje erop. Een gebeuren dat bij de andere mannen (mijzelf incluis) tot grote, nee, enorme hilariteit leidde. Reden: een man die een rode cocktail met een parasolletje drinkt is ‘geen echte vent’. Mannen drinken van alles. Bier. Wijn. Whisky. Jenever. Misschien zelfs een mojito (immers het drankje van Hemingway, en als dát geen echte vent was). Maar een rode cocktail met een parasolletje? No way.

Waarom drinken mannen geen rode cocktails met parasolletjes? Voor hetzelfde geld was dit een zeer smakelijke cocktail, waarom zou dit genot aan de vrouwelijke bevolkingsgroep voorbehouden blijven? Wellicht omdat de rode kleur, de vorm van het glas (met voetje) en natuurlijk het parasolletje geassocieerd worden met een ‘feminiene’ uitstraling. Of omdat cocktails in het algemeen meer lijken te passen bij vrouwen, die immers vaker de voorkeur zouden geven aan zoete drankjes. Het laatste lijkt mij een vooroordeel, maar waarschijnlijk is er wel ergens een fantasierijke evolutiebioloog die kan uitleggen hoe vrouwen deze voorkeur in het verleden ontwikkeld zouden kunnen hebben. Zoals evolutiebiologen en -psychologen voor alles een kant en klare verklaring uit hun mouwen kunnen schudden.

Het zijn dit soort oordelen over mannelijkheid en vrouwelijkheid die me interesseren. Vanwaar zoveel hilariteit om een wonderlijk gekleurde cocktail? Waarom moest ik er zo ongelooflijk om lachen? Het heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat dingen die je naar een andere, nieuwe context verplaatst vaak grappig zijn. Het is als de koningin die besluit van nu af aan een petje te gaan dragen boven op haar indrukwekkende kapsel. Twee werelden die niet op elkaar aansluiten zijn grappig. Maar wie heeft bepaald dat het hier om twee werelden gaat? Wie wijst de ene context toe aan de wereld van de mannen en de ander aan die van vrouwen? Zijn er universele regels te benoemen, regels die voor alle tijden en alle culturen gelden, over het domein van de man en de vrouw?

Conservatieven (denk aan de Amerikaan Harvey Mansfield en onze oer-Hollandse Andreas Kinneging) denken van wel. Sommige evolutionaire psychologen zeggen ook iets dergelijks. Ik heb er echter zo mijn twijfels over. Ideeën over mannelijkheid (en vrouwelijkheid) verschillen per cultuur. In de ene cultuur is mannelijkheid actief en dominant, zoals we het beeld kennen van de Romeinen (Jupiter! Mars!). Maar probeer je eens de Indiase god Krishna voor te stellen, toch echt een man en een voorbeeld. Of desnoods Jezus Christus. Was dat een mannelijke man? Hij sloeg in ieder geval niet terug.

En dan hebben we het nog niet gehad over subjectieve en individuele interpretaties van mannelijkheid. Daarover nog een anekdote. Ruim een jaar terug liep ik door de Kalverstraat en rook een zweem van prettige lucht. Voor dat ik het wist stond ik voor de etalage van een winkeltje waar handgemaakte zeep werd verkocht. Deze zeep werd daar tentoongesteld in grote brokken, als kazen. Nieuwsgierig maar met enige gene stapte ik het winkeltje binnen. Een man koopt immers geen dure zeep, dacht ik. Ik kon het niet laten, en heb twee brokken zeep aangeschaft. Nog steeds met het idee dat dit eigenlijk niet kon. Ik weet dit aan een overmatige uitbarsting van metromannerigheid. David Beckham returns with a vengeance.

Nu had ik op datzelfde moment ook een geliefde. Zij ontdekte de hompen zeep naast mijn gootsteen en vertrouwde me op een gegeven moment een bijzonder visie toe. Wat ze zo leuk aan me vond? Dat alles aan me zo mannelijk was. Zelfs de zeep. Ik had geen verwijfde dunne zeepjes, of zo’n lullig pompje. Nee, ik had stoere brokken zeep. Mannelijker kon het niet.

De begrippen mannelijkheid en vrouwelijkheid hebben gedurende hun historie een bepaalde betekenisontwikkeling ondergaan. Een ontwikkeling die van cultuur tot cultuur verschilt en in verschillende fases van de geschiedenis andere vormen heeft aangenomen. Daarnaast wordt wat mannelijk is en wat vrouwelijk is sterk bepaald door de persoon die het oordeel velt. Het zijn daarmee geen neutrale begrippen die je kan toetsen met een vragenlijst. Ieder individu zal er, gezien zijn achtergrond en situatie, een andere betekenis aan geven.

Neemt niet weg dat de begrippen wel degelijk tot onze belevingswereld behoren, hoe vaag gedefinieerd ook. Soms zorgen ze voor hilariteit. Of voor een fijne spanning tussen man en vrouw. Soms zijn ze normatief en beperken ze mensen, of sluiten ze uit (denk aan homoseksuelen). Het geloof aan een universele mannelijkheid, die voor alle culturen gelijk is, komt volgens mij eerder voort uit wishful thinking. De behoefte om de eigen norm tot algemene te verklaren. Universele mannelijkheid is daarom iets voor bange mensen, die blijkbaar behoefte hebben aan een simpele wereld, ‘waarin mannen gewoon mannen en vrouwen gewoon vrouwen zijn’. En waarin mannen dus geen rode cocktails met parasolletjes drinken.