Totalitarisme, ideologie en drugsbeleid

‘Ghb is belangrijker dan zon, zand en zee’. Zo luidde de suggestieve kop van een al even suggestieve reportage in de liberale krant NRC Handelsblad. Het stuk handelde over de partycultuur op de stranden van Bloemendaal aan Zee. Daar wordt –volgens het artikel- veel drugs gebruikt en is vooral het narcoticum ghb populair.  Aangezien je bij ghb snel overdoseringen krijgt en het middel slecht combineert met alcohol had Bloemendaal de afgelopen zomer te maken met 18 gevallen van comateuze bezoekers die per ziekenauto moesten worden afgevoerd. Daarom denkt de burgemeester van Bloemendaal over het invoeren van een zerotolerancebeleid.

Over zerotolerancebeleid had een paar dagen daarvoor ook al een ander artikel in NRC gestaan. Op een aantal dansfeesten is de politie sinds een paar jaar zo streng dat zelfs marihuana wordt afgepakt. Voorheen was het zo dat op dit soort feesten hasj en wiet werden gedoogd. Andersoortige drugs werden altijd al afgenomen, als ze tenminste gevonden werden bij het fouilleren bij de ingang. Het is een wonderlijke redenering: er zijn ongelukken met ghb en om die reden moeten hasj en wiet worden verboden op feesten.

Maar zerotolerance behelst meer. Al bij een aantal Amsterdamse housefeesten werd zelfs met drugshonden gewerkt. De toegang tot dit soort party’s begint dan een beetje te lijken op een Oost-Europese grensovergang uit de tijd van het ijzeren gordijn. De vraag is nu wat precies de reden is voor dit grimmige beleid. In het artikel over Bloemendaal worden de problemen rond ghb genoemd als aanleiding voor een strengere aanpak. Bij dancefestivals is er verder niet een echte aanleiding: de medische problematiek rond drugs is erg klein en alcohol is vaker een groter probleem. Terwijl drank opde feesten vrij verkrijgbaar is.

De reden die vaak wordt aangevoerd is dat men de bezoeker van feesten wil ‘beschermen’. Een klassiek paternalistische redenering dus: wij weten wat goed voor je is en daarom nemen we je alle illegale roesmiddelen af. De logische vraag die je dan kan stellen is: werkt het? Gaat de gezondheid van de partybezoeker erop vooruit bij een dergelijk strenger beleid? Het antwoord daarop is gemakkelijk te geven. Drugs zijn vrij gemakkelijk mee te smokkelen, iets dat bezoekers van feesten in landen waar al jaren een repressiever drugsbeleid heerst, zoals in het Verenigd Koninkrijk, al lang weten. Maar al zou het wel werken, dan kan het negatieve effecten hebben. Mensen die graag in een roes willen geraken op een feest zullen vanzelf op zoek gaan naar drugs op het feest zelf, met alle risico’s voor de kwaliteit van wat ze kopen. Of ze gaan juist heel veel drinken en alcohol is nu juist een middel dat –zoals de ervaring leert- veel problemen kan opleveren. Of ze nemen van tevoren alles in één keer in.

Jaren terug, in minder repressieve tijden, was het mogelijk om op housefeesten je pilletje te laten testen op kwaliteit. Ook was het mogelijk om informatie te krijgen over het minimaliseren van risico’s bij druggebruik. Dat zou je ook kunnen zien als een vorm van paternalisme, maar een libertaire vorm daarvan: we weten dat jullie die drugs toch gaan gebruiken, maar doe het dan alsjeblieft op een verstandige manier. Er was altijd een autoriteit aanwezig die je kon vertellen wat je beter wel en niet kon doen. Het maakte feesten minder grimmig, gezelliger en zorgde voor minder incidenten.

Maar de mogelijkheid om pillen te testen is al een paar jaar terug door de neoconservatieven van het CDA in de regering afgeschaft. Het idee daarachter was dat zo’n test een impliciete goedkeuring van druggebruik inhield en dat wilde men niet. Druggebruik mag niet, het is fout en wordt bestraft. Dat was de nieuwe boodschap. De stelligheid waarmee dit verkondigd wordt doet vermoeden dat er hier meer achter zit dan alleen medeleven met de problemen van jongeren met druggebruik. Waar rook is, is vuur en wanneer er niet geluisterd wordt naar rationele argumenten, dan weet je bijna altijd dat je tegen het koele, bikkelharde oppervlak van een in beton gegoten ideologie aanbotst.

De eerder genoemde suggestieve kop boven het artikel uit NRC zegt wat over die ideologie. Want waarom poneert de krant hier een tegenstelling tussen ghb en ‘zon, zand en zee’? De impliciete boodschap is: aan zon, zand en zee zou je genoeg moeten hebben. Waarom dan ook nog drugs nemen om je lekker te voelen? Het is de eeuwige litanie van de overtuigde niet-gebruiker: ‘je kunt toch ook plezier hebben zonder te gebruiken?’. En die boodschap veronderstelt weer een nog diepere overtuiging: het geluk is altijd voorhanden. Deze wereld is op zichzelf mooi genoeg om van te genieten, het zijn de simpele dingen die het hem doen, het ware geluk ligt in de eenvoud en meer van dat soort clichés.

De sceptische conservatief John Gray heeft deze overtuiging in zijn boek Strohonden (Eng: Straw dogs) haarscherp gekoppeld aan utopisme. Mensen die geloven dat de hemel op aarde maakbaar is kunnen moeilijk leven met het idee dat andere mensen roesmiddelen nemen om tijdelijk te ontsnappen aan de gewoonheid en dagelijksheid van het bestaan. Daarom is één van de grootste anti-drugscampagnes ooit uitgevoerd door een totalitair utopisch regime: China onder Mao. Maar ook neoliberalisme en neoconservatisme zijn ideologieën die geloven dat de wereld maakbaar is, dat overal een oplossing voor is. Daarom is de ‘War on drugs’ ook serieus begonnen onder Reagan (veel fanatieker dan Nixon, die officieel begonnen is met een repressiever beleid), diezelfde man die in de Verenigde Staten met neoliberale hervormingen begon is gestart.

In de woorden van John Gray: ‘Druggebruik is het stilzwijgend toegeven van een verboden waarheid. Voor de meeste mensen ligt het geluk buiten bereik. Vervulling wordt niet in het dagelijks leven gevonden, maar in het ontsnappen eruit. Aangezien geluk niet verkrijgbaar is, zoekt het merendeel der mensheid plezier.’ Die verboden waarheid willen de utopisten en ideologen van nu niet erkennen. Het is niet voor niets dat ik eerder de vergelijking maakte tussen de bewaakte ingang van dancefestivals, met honden en veel politie, met het ijzeren gordijn tijdens de Koude Oorlog. Ook het inzetten van agenten in burger, om druggebruik en handel tijdens housefeesten op te sporen (eveneens onderdeel van zerotolerance beleid)  doet denken aan de praktijken van de Stasi in de DDR. De oorlog tegen drugs levert een nieuw soort totalitarisme op, waarvan we de vormen al eerder in de geschiedenis hebben mogen aanschouwen.

Ik hoor te weinig geluiden uit linksliberale hoek die hier tegenin gaan. Waar is Groenlinks? D’66? Waarom horen we zo weinig van de vrijzinnige richting binnen de PvdA? Bestaat die nog? Er gebeurt op dit moment iets heel naars met onze maatschappij en het gebeurt recht voor onze neuzen. Nederland was ooit een tolerant land met een uitstekend functionerend drugsbeleid. Er zijn krachten bezig om al die vooruitstrevendheid, alles waar we trots op waren, kapot te maken en daar een sombere, repressieve machine overheen te leggen. Als er iets is dat vrijzinnig links zou moeten doen, dan is het wel het aan de kaak stellen van dit soort praktijken.