Groente, idealisme en karakter

Eeuwigemoes_2 Onder de indruk was ik toen ik vorige week Eeuwige moes van Catherine van Kampen op televisie zag. De documentaire ging niet alleen over de teloorgang van de biodiversiteit van gewassen (wereldwijd is 75% van alle landbouwgewassen de afgelopen eeuw uitgestorven) maar ook over de schoonheid en authenticiteit van mensen; in uiterlijk en karakter. En over de destructieve kant van de instrumentele rede, waar we ons keer op keer van bewust moeten blijven.

Eeuwige moes gaat over idealisten die vechten voor het behoud van een diversiteit aan groenten en gewassen. Ruurd Walrecht was zo’n idealist: op zijn Oerakker verbouwde hij veertig jaar lang allerlei variëteiten van groenten en planten die binnen de geïndustrialiseerde landbouw buiten de boot lijken te vallen en langzaam uitsterven.  In een ‘groene ark’ verzamelde hij de zaden totdat hij –teleurgesteld dat zijn project niet erkend werd- plotseling naar Zweden vertrok. Zijn akker en verbouwereerde vrienden achter zich latend.

Eeuwige moes is vooral interessant omdat de unieke gewassen waarover gesproken wordt (en die getoond worden) lijken te harmoniëren met de bijzondere karakters van de besproken personen. Ruurd Walrecht krijg je zelf niet te zien, maar je hoort wel zijn stem. Vrienden van hem komen in beeld zoals de eigenzinnige ‘crofter’ Reid de Jong die met zijn lange baard zo uit een sprookje lijkt weggestapt. Boele Ytsma, de teleurgestelde vriend en medewerker van Ruurd. Of de hippie-achtige nomade Peter ten Bokkum. Mensen die op de een of andere manier niet aangepast lijken te zijn aan deze jachtige samenleving. Het is net alsof al die gewassen met hun grillige vormen, hun vreemde kleuren en soms scherpe uitsteeksels zich hebben weerspiegeld in het karakter van deze bijzondere mensen.

Ik was vooral geïntrigeerd door de gedachten van Walrecht zelf. In het commentaar dat je van hem hoort, veelal voorzien van close-up beelden van aparte groenterassen, klinkt zo nu en dan een verfrissende en tegelijkertijd wereldvreemde levenswijsheid door. Alsof hij alles op zijn kop zet. Bijvoorbeeld een uitspraak als deze:

‘Wat maakt een mens mooi? Die kraaienpootjes bij de ogen. Die plooitjes in een gezicht. Op een arm die zichtbare aders. En die nerven van een plant, dat is allemaal van hetzelfde voor mijn beleving. En zoals iemand van tachtig mooi kan zijn van alle rimpels en adertjes en een dun perkamentachtig huidje, dat vind je allemaal terug, ook bij planten.’

Het gekke is dat Walrecht er hier vanuit lijkt te gaan dat iedereen rimpels en kraaienpootjes mooi vindt. En dus ook begrijpt dat planten mooi kunnen zijn vanwege die nerven. Dat in een wereld van plastische chirurgie en botox, waarin juist elke rimpel wordt uitgebannen en strakgetrokken, waarin het ideaal is om een zo glad mogelijke huid en een symmetrisch gezicht te hebben. Het leek me dat we die uitspraak beter kunnen omdraaien. Dat je eerder van de nerven van een plant – die de meeste mensen wel mooi kunnen vinden – kan leren dat rimpels prachtig zijn en authenticiteit en karakter uitstralen. Dat is inderdaad het gevoel dat je overhoudt van deze documentaire, met al die prachtige beelden van bonkige, kronkelende, krioelende groenten. Een tomaat met karakter is zo ongelooflijk veel smakelijker dan de zoveelste glimmende Wasserbombe.

Dat Ruurd wel weet dat de wereld anders in elkaar zit blijkt uit een uitspraak later in de documentaire:

‘Planten moeten een grote opbrengst hebben, moeten knapperig en vochtig en pompeus zijn, dat zie je bij tomaten, sla, kool. En zo zie je ook de mensen wateriger en vormlozer worden.’

Ik vroeg me af wat hij zou bedoelen. Gaat het hem hier om een directe, fysieke relatie van mensen met hun voedsel (door de massaproductie en eenvormigheid van het voedselpatroon ontstaat bijvoorbeeld obesitas)? Of bedoelt hij het meer op een figuurlijke manier, dat de beelden van ons voedsel steeds meer worden gladgestreken, net zoals de beelden die we van onszelf hebben? Dat ons eten gaat lijken op de gephotoshopte dames in de glossy’s en de reclame? Ons een ideaal voorhoudt dat leeg is, een glinsterende huls zonder werkelijke inhoud, zonder het karakter van een doorleefd persoon? Dat we met de biodiversiteit misschien ook wel een spiegel voor onszelf weggooien. En hoe mensen in alle opzichten net zo eendimensionaal als hun voedsel beginnen te worden.

Op een gegeven moment vertelt Walrecht dat we nu allemaal groene komkommers eten omdat de EU dat bepaald heeft. Terwijl er zoveel verschillende rassen komkommers zijn, in alle denkbare vormen en kleuren. ‘Alle groenten moesten uniform worden. En uniformiteit is een daad tegen het leven.’ Die uitspraak lijkt de kern van de hele documentaire te zijn, waarin zowel de onaangepaste karakters van de geïnterviewden en het onderwerp biodiversiteit samenkomen.

Op die uitspraak valt natuurlijk ook kritiek te leveren. Uniformiteit is helemaal geen daad tegen het leven. Door uniformiteit van gewassen kunnen honderden mensen met gestandaardiseerde landbouwtechnieken gevoed worden en juist in leven blijven. In Afrika en Azië kan uniformiteit en een industriële werkwijze misschien wel de oplossing betekenen van de huidige voedselcrisis. Toch heeft Walrecht wel een punt, want standaardisatie vernietigt een enorm gedeelte van de schatkist die de natuur door miljoenen jaren van evolutie is geworden. Een diversiteit die door geen mens ooit meer kan worden hersteld.

Er zijn zo te zien twee kanten aan dit onderwerp en het deed me denken aan een oud, maar in mijn ogen nog steeds zeer relevant filosofisch betoog. Ik doel op de dialectiek van de Verlichting van Adorno en Horkheimer. De instrumentele rede, die rede die maakt dat het universele (uniforme) boven het particuliere komt te staan, heeft de mens in staat gesteld de gevaarlijke vernietigende kracht van de natuur te leren beheersen. Dat aspect van overheersing maakt deel uit van de rede zelf en kan zich ook weer tegen de mens keren. De Verlichte verhouding tot de natuur (en tot de mens zelf) zal daarom altijd een dialectische zijn. Standaardisatie van technieken en gewassen heeft voordelen, maar we moeten onze ogen niet sluiten voor de destructieve aspecten daarvan. Een deskundige uit de genenbank in Wageningen (die de zaden van de oerakker van Walrecht proberen te bewaren) gaf zelfs aan dat het verdwijnen van de diversiteit aan gewassen uiteindelijk de voedselvoorziening in gevaar kan brengen

‘Het leven staat niet centraal in zijn volle bloei, maar eigenlijk de donkere bederfkant. Die staat centraal in onze cultuur. We creëren nu meer dood, dan dat we leven creëren.’

Het is heel erg jammer dat Ruurd Walrecht niet meer geld en middelen heeft gehad om zijn belangrijke werk te doen. Idealisten zoals hij en zijn vrienden zouden meer ruimte moeten krijgen binnen deze op snelle en massale productie gerichte samenleving. Niet alleen omdat het een noodzaak is om al dat genenmateriaal van unieke planten niet verloren te laten gaan. Ook vanwege de indrukwekkende filosofische inzichten die je blijkbaar uit al die prachtige, unieke groenten kan opdoen.

Advertenties