Spirituele politiek (3)

Yoga_2

Alweer een tijd terug schreef ik een aantal blogs (1, 2) over het onderwerp ‘spirituele politiek’. Volgens onderzoeksbureau Motivaction valt ruim een kwart van de Nederlanders onder de categorie van ‘ongebonden spirituelen’. Een samenraapsel van new agers, ‘ietsisten’, holisten, paganisten en yoga-beoefenaars, kortom mensen die geloven dat er ‘meer’ is maar dat niet bij een van de traditionele geloven zoeken. Wel geloven ze in ‘positief denken’ en vertrouwen ze op intuïtie. Een blad dat een mooi beeld geeft van datgene waar deze mensen zich mee bezighouden is het immens populaire Happinez

Ik vroeg me destijds af of deze groep, die kritisch lijkt te staan ten opzichte van veel misstanden in de moderne samenleving, politiek actief te maken is. Uiteindelijk was ik behoorlijk kritisch over het mogelijke politieke potentieel. De vele new age therapieën zijn juist een doekje voor het bloeden in een samenleving die steeds ‘flexibeler’ en neoliberaler wordt en in hun ‘shop-‘karakter spiegelen ze de structuur van diezelfde maatschappij. Zouden deze spirituelen nu werkelijk naar een betere wereld streven of gaat het er gewoon om dat ze zichzelf in hun eigen bewierookte wereldje gelukkig voelen?

11 Maart jl. werd de Partij voor Mens en Spirit opgericht. Al ruim daarvoor had Lea Manders, één van de oprichtsters, contact met me gezocht om te vragen of ze gebruik mocht maken van één van mijn blogjes. Dat verwonderde me, vanwege het kritische karakter van die stukjes. Maar –zo vertelde ze me- juist daarom wilde ze naar mijn schrijfsels verwijzen, om bewust te worden van de eigen valkuilen. Zoveel zelfreflectie had ik van nieuwe spirituelen niet verwacht en was dan ook blij verrast. Het is altijd fijn als datgene wat je schrijft enige impact heeft.

Ik heb eindelijk wat tijd gevonden om de website van de PMS (wel een beetje rare afkorting) eens goed te bekijken. Ik vond veel van de visie en uitgangspunten van de partij uitgesproken sympathiek, maar tegelijkertijd erg idealistisch. Bijvoorbeeld:

‘De economie wordt niet meer centraal gesteld, maar economie wordt gezien als de “dienende en verbindende bloedstroom van het totale systeem”. De mens is er niet voor de economie, maar economie staat in dienst van de mens.

1.    Praktisch: Instellingen en bedrijven maken de belangen van de werknemers nooit ondergeschikt aan eigenbelang of aan materialistische uitgangspunten.’

Bedrijven die hun belangen niet ondergeschikt maken aan eigenbelang en materialistische uitgangspunten? Dat is een uitgesproken radicale stelling. Wel heel sympathiek trouwens en netjes doorgeredeneerd vanuit hun spirituele uitgangspunten. In dit opzicht had ik ongelijk: spiritualisme heeft wel degelijk een maatschappijkritisch potentieel. Ze lopen dan echter wel weer tegen een ander gevaar aan. Dat is het gevaar van de veel te hoge idealen. Spirituelen zijn toch al wolkenridders: als ze hun uitgangspunten niet realistisch formuleren zullen ze mijn inziens al helemaal niet serieus worden genomen. Beter kunnen ze hier iets zeggen over het stimuleren van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, bijvoorbeeld via een subsidiestelsel. Dichter bij huis en haalbaarder.

Overigens zijn andere ideeën veel praktischer geformuleerd. Neem nou:

‘De mens en diens vrije geestelijke en persoonlijke ontwikkeling staan steeds centraal. De mens wordt gezien als integraal verbonden met de natuur. Alles maakt deel uit van één systeem.
    1. Praktisch: Mens en natuur horen bij elkaar. Elke mens dient in de buurt groen en ruimte te hebben om zich vrijelijk te kunnen ontwikkelen, evenals onderwijs en een leefomgeving die het individu aanvult en respecteert.’

Dat is nog eens een heel concrete uitwerking van een theoretisch uitgangspunt! Als de partij het voor elkaar krijgt om hun spirituele filosofie, die veel mensen in Nederland aan zal spreken, om te zetten in dit soort praktische standpunten in een verkiezingsprogramma, dan zouden ze volgens mij best nog wel eens op een aantal zetels kunnen rekenen.

De vraag is echter niet of een dergelijke partij niet ten onder gaat aan de individualistische overtuigingen van de verschillende leden. Oude religieuze partijen, zoals CDA of Christenunie gaan uit van geïnstitutionaliseerde religie. De uitgangspunten daarvan staan min of meer vast. Hoe moet dat met de enorme diversiteit aan spirituele filosofieën die ten grondslag liggen aan het wereldbeeld van ‘ongebonden spirituelen’? Gaat daar überhaupt enige samenbindende werking vanuit? Het zal een uitdaging zijn voor de spirituelen om hun uitgangspunten zodanig te formuleren dat al deze groepen zich er in kunnen vinden. Ik ben benieuwd hoe dat zich zal ontwikkelen.

Een punt achter seksualisering

Het boekje Slow Sex. Een erotisch beschavingsoffensief –een pamflet over seksualisering- is maandag officieel uitgekomen en gepresenteerd tijdens Pinched in Paradiso. Ik kijk terug op een week van veel publiciteit. Zoals verwacht zowel veel positieve reacties als ook negatieve. Soms moesten mensen even zoeken wat het pamflet nu eigenlijk zei: een kritiek op preutsheid of de zoveelste feministische anti-porno canonnade? Ik heb het gevoel dat de kritiek tegen de preutsheid van christelijke en islamitische huize goed geland is. De problematisering van de seksuele beeldcultuur wat minder goed: dat blijft een ingewikkeld en genuanceerd onderwerp.

Meermalen is mij gevraagd hoe ik er nu zelf in zit, in dit onderwerp. Waarom heb ik nu juist hierover geschreven? Om heel eerlijk te zijn: niet uit een gevoel van diepe verontwaardiging. Als ik door de stad loop voel ik me niet beledigd door de overvloed aan naakt. Dat zijn voornamelijk vrouwen en daar kijk ik graag naar. Natuurlijk is de verbeelding vaak wat clichématig en seksistisch, maar als man irriteer ik me daar persoonlijk niet heel erg aan, al kan ik me goed voorstellen dat vrouwen het vervelend vinden om daar elke dag mee geconfronteerd te worden. Muziekzenders kijk ik zelden en dan al helemaal geen vervelende hip hop of arrenbie, dus al die pimps en ho’s waren volledig aan me voorbijgegaan als ik me niet met het onderwerp was gaan bezighouden.

Maar bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij waar ik me al langer mee bezig houd, komen terug in het seksualiseringdebat. Het gaat dan om zaken als de commercialisering en verdinglijking van bijna alles, de neoconservatieve golf die ‘links’ Nederland de schuld geeft van allerlei moderne misstanden, de positieve en negatieve gevolgen van de emancipatie van het individu sinds de jaren zeventig. Allemaal uitdagingen voor het progressieve denken en waar het seksualiseringdebat een van de vele voorbeelden van is. Wat ik altijd leuk heb gevonden aan meewerken met een denktank als Waterland is de behoefte om tot een genuanceerd standpunt te komen over al die kwesties. Niet te verzanden in linkse dogma’s, maar luisteren naar de kritiek van rechts (en van anderen) en deze vervolgens te zien als een uitdaging om het eigen gedachtegoed te verbeteren. Voorzitter van Waterland Dick Pels deed dat al door het gedachtegoed van Pim Fortuyn serieus te nemen en niet gemakkelijk af te serveren zoals een groot deel van links Nederland deed. Ik ben dan ook erg blij met de nieuwe neoconservatieve intellectuelen. Ze vormen een voortdurende uitdaging en een prikkel voor zelfreflectie voor de progressieven.

Naast een zekere irritatie met de verpreutsing de laatste tijd vanuit de hoek van CDA en christenunie is dat dus mijn motivatie geweest om te schrijven over seksualisering. Ik vond het leuk om dat samen met Brechtje Paardekooper te doen: zij is psychologe en ik ben een historicus met een voorkeur voor culturele ontwikkelingen. In dat opzicht vulden we elkaar goed aan. Ondanks dat bleef het echter een moeilijk onderwerp. De kritiek op preutsheid viel nog wel mee: er is een overmaat aan onderzoeken waarin wordt bewezen dat het niet goed is voor de seksuele en psychologische ontwikkeling van jongeren om hen tot uitstel van seksualiteit te proberen te dwingen. Pornoficatie en porno zijn echter veel glibberiger (ahum!) onderwerpen. Als mensen nou eenmaal geil worden van machtsverschillen tussen mannen en vrouwen, als mensen dat seksuele fast food nu lekker vinden, wat kan je er dan over zeggen?

Niet veel eigenlijk. Dat de arbeidsomstandigheden bij het maken van porno goed moeten zijn. En dat je voor bepaalde extreme vormen van longtailporno (gewelddadige sekssites, verkrachtingssites, sites waarop vrouwen vermoord worden) wel een flinke waarschuwing mag hangen dat het allemaal gefingeerd is (dat bedoelden we met een keurmerk). Voor meer details over dit onderwerp verwijs ik naar Ralf Bodelier. En dan de mainstream-porno? De sites die je meteen op de eerste pagina tegenkomt als je het zoekwoord ‘porno’ intikt bij Google? Stel je voor dat je een puber bent en nieuwsgierig naar spannende plaatjes, dan is dit dus het eerste waar je mee geconfronteerd wordt. Wat voor effect heeft dat op je? Op je latere relaties? Op je kijk op seksualiteit? Dit is een moeilijke. Ik geloof dat we pas echt gaan merken wat het effect is geweest van al die makkelijk bereikbare internetporno als we een jaartje of tien verder zijn en al die jongeren van nu zich verder hebben ontwikkeld. Er rest nu slechts een gevoel van onbehagen bij het zien van al die stereotype beelden.

Een onbehagen dat ook te voelen is op andere terreinen. Een voorbeeld is de documentaire Our daily bread over de wijze waarop ons voedsel wordt geproduceerd. De beelden laten zien wat het effect is van schaalvergroting, automatisering en een efficiënte arbeidsverdeling op de voedselindustrie. Toen ik de film zag bekroop me voorzichtig een gevoel van vervreemding. Zo ver zijn we langzamerhand van de natuur afgegroeid dat alles -het slachten van dieren en het oogsten van bijvoorbeeld zonnebloempitten- gegroeid is in een kil, mechanisch proces. Aan de ene kant is dat prachtig: want juist door al die techniek en die schaalvergroting kunnen heel veel monden goed gevoed worden. De mensheid is er enorm op vooruitgegaan sinds de tijd dat we nog oogsten met een zeis en de koeien zelf slachtten. Tegelijkertijd is er dat vreemde onbehagen dat we afhankelijk zijn geworden van techniek en dat we steeds meer in een kunstmatige wereld zijn komen te leven. De kunstmatigheid van de porno-industrie, die vermarkting van mensenvlees, is een ander voorbeeld van die vervreemding en dat onbehagen. Niet iets dat je met politieke middelen moet gaan bestrijden, zeker niet, maar wel een ontwikkeling die tot denken aanzet.

En zo zijn er dus veel meer processen in de maatschappij die het waard zijn om besproken te worden. Dat ga ik de komende tijd dan ook doen. De seksualisering laat ik voorlopig aan anderen om te bespreken. Ik ben er het laatste halfjaar, eigenlijk sinds mijn ‘Vagina achter designtas’-stuk in Trouw (en ook daarvoor, zoals de lezers van mijn weblog weten) zo veel mee bezig geweest dat ik het eerlijk gezegd. volledig gehad heb met het onderwerp. Er zijn zoveel andere boeiende zaken waar ik mijn schaarse tijd aan kan wijden. Het pamflet is uit en ik zet hierbij dan ook  een punt achter het onderwerp.

Slow sex, met of zonder vanille

LadychatterleyVandaag staat ons manifest Slow sex. Een erotisch beschavingsoffensief in Trouw. Heerlijk om eindelijk een duidelijk stuk over ons pamflet gepubliceerd te hebben, dat ook nog eens een keer ondertekend is door politici als Femke Halsema en Jeroen Dijsselbloem. Daarnaast hebben we een week achter de rug met veel media. Zo zat ik samen met Brechtje onder meer bij Het Gesprek, in discussie met Arie Boomsma en gisteravond bij het radioprogramma Llinke Soep. Wat ik het moeilijkste vind is om een genuanceerde boodschap goed over te brengen. Dat we zowel de christelijke preutsheid aanvallen als de relativistische onverschilligheid ten opzichte van seksuele beeldvorming.

Dan hoop je dat je boodschap goed overkomt. Dat als wij het over slowsex hebben dit niet betekent dat we gaan voorschrijven hoe en in welk standje je seks moet hebben. Het plaatje dat Trouw bij ons artikel heeft gezet (zie hierboven) is dan ook zowel goed gekozen als dat het verwarring op levert. Lady Chatterley schijnt een film te zijn die seksualiteit vanuit een vrouwelijk perspectief weergeeft (ik heb hem overigens niet gezien). Dus dat komt de diversiteit zeker ten goede. Het nadeel is het opschrift onder de foto: ‘Slow sex in de film “Lady Chatterley”, die draait om tederheid’, het idee geeft dat slow sex hetzelfde is als tedere seksualiteit, ook wel ‘vanilleseks’ genoemd. Maar daar doen we nu juist geen uitspraken over!

Immers: mensen die van ruwere seks houden voorschrijven dat ze tederder moeten worden is net zo iets absurds als mensen die van tedere seks houden te gaan vertellen dat ze maar eens met bdsm moeten gaan experimenteren. Waar het om gaat is dat mensen bij zichzelf te rade gaan naar wat ze fijn, spannend, geil, prettig en leuk vinden en dat ze dat delen met hun partner. Dat je geen dingen doet die je niet wil, omdat je denkt dat het zo hoort. Slow sex is seks op basis van wederzijds respect, gelijkwaardigheid en aandacht. Voor de een is dat tederheid, voor de ander tantra, voor weer een ander ruw en heftig of een bdsm-achtig rollenspel. Alle variaties zijn goed, zolang ze maar niet voortkomen uit zelfobjectivering, gestimuleerd door media, mainstream porno of videoclips.

Nu maken wij ons op voor Pinched, maandagavond in Paradiso. Daar zullen we ons boek presenteren (en kan het ook met korting worden aangeschaft). het wordt een interessante manifestatie. Femke Halsema zal er zijn en Arie Boomsma, alsmede Maaike Meijer (hoogleraar aan de universiteit van Maastricht). Dichter Thomas Möhlmann zal de avond voorzien van de noodzakelijke poëzie. En het geheel wordt waarschijnlijk ook nog een gestreamed via Fabchannel om nog eens rustig na te kijken. Ik heb er zin in!