Het begrip ‘slow sex’

Over iets meer dan een week komt het boekje Slow sex. Een erotisch beschavingsoffensief uit dat ik samen met Brechtje Paardekooper geschreven heb. Dit pamflet bevat een uitwerking van een aantal bevindingen die wij al op ons beider weblogs beschreven hebben. Het is een kritiek op de wijze waarop onze samenleving, de media en de reclame steeds meer worden doordrongen van de meest fantasieloze en respectloze beelden uit de pornowereld. Het is ook een kritiek op porno zelf, op de manier waarop het meest persoonlijke – onze seksualiteit – wordt geïnstrumentaliseerd door de industrie. Op de eenzijdigheid, de leegheid, de eenzaamheid en de neppigheid van de pornografische verbeelding, die zo’n karikatuur maakt van de volheid en schoonheid en de intimiteit van wat seksualiteit werkelijk kan zijn.

Voor dat laatste, seksualiteit die zich ontworsteld heeft aan de pornografische eenheidsworst, gebruiken we de term ‘slow sex’. We kenden de slow food beweging, en we wisten dat deze de standaardisering en massaproductie van het voedsel bekritiseert. Slow food: dat zijn levensgenieters die van lekker eten houden, maar het tegelijkertijd belangrijk vinden dat dit voedsel met aandacht bereid is, waarbij rekening wordt gehouden met het milieu en uitgegaan wordt van eerlijke handel. In diezelfde lijn geloven wij in Slow sex: eerlijke seksualiteit, uitgaande van de gelijkwaardigheid van de partners, met aandacht en respect voor elkaar en met de bedoeling om deze seksualiteit te verfijnen en te ontwikkelen.

Natuurlijk bestond het begrip ‘slow sex’ al langer. Carl Honoré heeft het erover in zijn boek In praise of slow. How a wereldwide movement is challenging the cult of speed. Een Italiaan, Alberto Vitale (what’s in a name!) heeft een eigen slow sex beweging opgezet (www.slowsex.it). De nadruk ligt daarin bijna letterlijk op ‘slow’, op langzame seksualiteit. Op de tijd nemen voor seks. Veel aandacht wordt daarbij geschonken aan Tantra, oosterse seksuele meditatie. Een dergelijke beweging vind je ook in Japan. Dr. Kitamura verwijst daar vooral naar de seksuele traditie in het oude Polynesië. Deze eilanden kenden een uiterst langzaam seksritueel dat tot een extreem hoog genot zou leiden.

Voor die bijna letterlijke interpretatie van slow sex -als langzame seks- valt wel wat te zeggen. In een drukke wereld waarin we steeds harder moeten werken, is het goed om de tijd te nemen voor iets zo belangrijks als seksualiteit. Maar het is ook een beetje een kale interpretatie van de term. Zoals slow food ook meer is dan alleen langdurige bereiding van eten maar tevens een ethische wereldvisie inhoudt: waarin je je afzet tegen de door commercie en schaalvergroting ingezette verpaupering van ons voedsel, tegen milieuonvriendelijke productie en de uitbuiting van werknemers in de voedselindustrie en de landbouw wereldwijd, zo is slow sex in onze definitie ook meer dan alleen een langdurige, langzaam-sensuele vrijpartij. Sterker nog: in mijn ogen kan een ‘vlugger’ best ‘slow’ zijn.

Want slow sex betekent ook een bevestiging van de gelijkwaardigheid van man-vrouw (en man-man, vrouw-vrouw) verhoudingen. Een revolutionaire verandering die we aan de seksuele revolutie en het feminisme te danken hebben. Het houdt een erkenning in van de autonomie van ieder mens over zijn of haar eigen lichaam. Slow sex betekent dat seksualiteit persoonlijk en intiem kan zijn.  Het betekent ook dat mensen hun seksualiteit kunnen ontwikkelen en verbeteren. Dat kan in een liefdesrelatie of vriendschapsrelatie, maar altijd in een situatie van onderling respect. Daarom is het een kritiek op veel pornografie, waarin man-vrouw verhoudingen zelden als gelijkwaardig worden weergegeven. Het is ook een kritiek op de kaalheid en gestandaardiseerdheid van pornografie: slow sex betekent dat we nieuwe beelden moeten gaan verzinnen van seksualiteit zodat we andere, originelere en diversere voorbeelden krijgen voor in de slaapkamer. En het is een kritiek op de verbeelding van seksualiteit als iets wat stoer is, waarmee je moet scoren, zoals tegenwoordig in veel hiphop-clips. Laten we seksualiteit zoveel mogelijk buiten het jargon van marktwerking en targets proberen te houden.

Dat is misschien ook wel het mooie van seks. Slow food valt soms in de val waarin meer dan honderd jaar geleden ook de Arts & crafts beweging van William Morris viel. Morris kwam al in opstand tegen de industriële productiewijze. In plaats van de mechanische massaproducten maakte hij allemaal prachtige, unieke, handmatig bewerkte meubels en ander interieur-onderdelen. Probleem was natuurlijk dat al dat handmatige werk duur was. Dus de producten van deze beweging vonden slechts hun weg naar de elite die het kon betalen. De slow food beweging kampt met hetzelfde probleem: al dat zorgvuldig bereide en eerlijke voedsel is behoorlijk duur, dus het is vooral de gegoede middenklasse die het koopt en ervan geniet. Slow sex daarentegen kost niets!  Het vergt alleen een andere mindset, een bewustwording. In dat opzicht is het op zichzelf al een protest tegen de van prestatiedruk en winstbejag doortrokken wereld. Een gratis genot, uitgaande van gelijkwaardigheid. Noem ons idealisten, maar wat is er mooier dan een revolutie die begint in de slaapkamer?

NB1: Ann J. Simonton schreef in februari een artikel dat in zijn definitie van het begrip slow sex dicht bij die van ons in de buurt komt – dichter in ieder geval dan Vitale en Kitamura.

NB2: Aanstaande woensdagavond ben ik om 20:30 te zien bij Het Gesprek, het programma Spraakmakers. Brechtje en ik worden dan geinterviewd door Arie Boomsma over ons pamflet.

NB3: Dit is wat Brechtje over Slow sex schrijft.

Advertenties

Verwendheid van meningsuiting

Tibet_200_5

Ik weet het: dit soort vergelijkingen mag je niet maken. Je kunt alles wel wegrelativeren als je het leed van de wereld erbij haalt. Maar toch. Als ik de beelden zie van het Chinese leger dat ‘orde op zaken’ stelt in Tibet en omgeving, als ik de fanatieke protesten zie van de Tibetanen, de vastberaden blik in de ogen van de demonstranten, dan denk ik: dit zijn mensen die vechten om hun vrijheid van meningsuiting. En meer. Zij verzetten zich tegen een onmenselijk dictatotoriaal regime dat lang geleden wederrechtelijk hun land heeft bezet. Dit is een strijd die ergens over gaat. Hier staat beschaving tegenover barbarij.

Vergelijk dat eens met onze eigen kampioen van de vrijheid van meningsuiting: Geert Wilders. Ook hij zegt vanuit een underdog-positie te spreken. Zodra er mensen zijn die hem de mond willen snoeren, dan haalt hij alle dictatoriale regimes uit de geschiedenis erbij. De regering gedraagt zich als de DDR, de Sovjetunie. Ze ontnemen hem zijn grondwettelijk recht om te zeggen wat hij denkt. Geert heeft een Boodschap en hij is vastberaden om deze aan de wereld kenbaar te maken. Geert voert een heldhaftige en verbitterde strijd.

Wilders –en veel rechtse intellectuelen met hem- brengen voortdurend de boodschap dat de Taliban al zowat aan onze grens staan. Dat het één minuut voor twaalf is. Dat als we nu niets doen een horde islamitische barbaren binnendendert met woeste baarden en zwaaiend met hun kromzwaarden, klaar om alle Nederlandse vrouwen in een burkha te heisen en alle homoseksuelen op te hangen aan een grote blauwe strop. Helden van het vrije woord, zoals Wilders zelf, moeten hun waarschuwingsboodschap met gevaar voor eigen leven kunnen uiten. Tegenwerken van Wilders is eigenlijk landverraad. Want kijk maar: daar staan ze al, met hun djellaba’s en hun ogen als pikzwarte kooltjes. Geen slappe knieen nu, willen de echte mannen alsjeblieft opstaan? Geert: almachtig soeverein, herkent de uitzonderingssituatie en wijst de vijand aan.

Maar na een blik op de demonstraties in Tibet doet de heroïsche strijd van Wilders toch wat potsierlijk aan. Immers: niemand legt hem daadwerkelijk wat in de weg. Hij krijgt alle mogelijkheden zijn filmpje te tonen – als is het maar op internet. Over media-aandacht heeft hij niet te klagen. En nergens staan er tanks klaar om hem de ideeen met granaten uit het hoofd te schieten. Vrijheid van meningsuiting: het is een belangrijk strijdpunt in elke dictatuur, het maakt deel uit van de wording van een democratische natie. Wilders’ noodkreten zijn niets anders dan theater, met behulp van gezochte metaforen probeert hij een situatie op te roepen –als ware het nostalgie- waarin hij inderdaad de underdog is en moet strijden tegen de onderdrukkende macht van een dictatoriale staat. Maar dan nog: waar zijn die horden bloeddorstige moslims eigenlijk?

Wilders komt niet op voor de vrijheid van meningsuiting: hij is eerder het resultaat van een verwendheid van meningsuiting. Van een decadent mediaklimaat waarin journalisten zich vermoeid van de ene hype naar de andere slepen. Waarin de borrelpraat van de zoveelste poedelachtige kleinburger het beter doet dan werkelijk verzet zoals dat in Tibet plaatsvindt. Een klimaat waarin de Nederlander vanuit zijn luie stoel als een toeschouwer vermaakt wil worden door het theatraal geweld van populistische politici. Nu, als we dan toch met ons allen zo vermoeid zijn en op zoek naar hypes en kicks, waarom dan niet het volgende idee eens uitproberen: een nieuw programma-format Wilders in Tibet. Waarin Wilders een film uitbrengt over de misdaden van het Chinese regime. Deze na veel strijd stiekem vertoont in een klein illegaal theater ergens in een Tibetaanse plaats, omsingelt door Chinese tanks en artillerie. Stiekem distribueert via internet en illegale DVD’s. Dan heeft Wilders eindelijk eens een échte vijand.

Even een update…

Ik heb al geruime tijd niet meer geschreven op dit blog. Niet omdat ik genoeg van het bloggen heb, maar omdat ik al mijn tijd nodig had voor iets anders. Samen met Waterland-collega Brechtje Paardekooper heb ik namelijk een pamflet geschreven over de seksualisering van de samenleving, getiteld: Slow sex. Een erotisch beschavingsoffensief. In dit manifest geven wij een alternatief ideaal voor een sekspositieve samenleving dat noch preuts, noch libertijns is. Dit pamflet komt 7 april officieel uit en we zullen het die dag presenteren in Paradiso tijdens het eerste programma van de serie Pinched, over ‘sex, love and countercultures’.

Ik vermoed dat ik tot die tijd druk bezig ben met de organisatie en alle publiciteit rond het pamflet, maar wellicht vind ik tussendoor nog tijd en inspiratie om nog eens wat te bloggen.