De christenen en hun diepe keel

DeepthroatOp het moment dat bekend werd dat de publieke omroep op 23 februari a.s. de porno-klassieker Deep Throat gaat uitzenden, kon je het commentaaral verwachten. Onmiddellijk schoten de christelijke partijen in hunrituele stuip. Vice-premier Rouvoet van de Christenunie deed een‘moreel appèl op de maatschappelijke verantwoordelijkheid’ van depublieke omroep om de uitzending tegen te houden. Bas van der Vlies(SGP) riep minister Plasterk op om de omroepen ‘om te praten’. ArieSlob (CU) vindt Deep Throat‘een historisch symbool van seksuele uitbuiting en pervers winstbejag.’Hoewel porno destijds werd gepresenteerd als bevrijdend, heeft hetgenre volgens Slob alleen maar gezorgd voor meer onderwerping.

Wat wordt er nu precies getoond, die bewuste avond? De VPRO zalsamen met BNN naast de pornofilm zelf zowel de kritische documentaire Inside Deep Throat (over de film Deep Throat als cultureel fenomeen, met al zijn voors en tegens) uitzenden, als een speciale uitzending van Spuiten en Slikkenover porno. In beide begeleidende uitzendingen zullen allerlei aspectenvan pornografie en specifiek deze pornofilm ongetwijfeld aan bod komen,ook de onderdrukking waar Slob naar verwijst. Dus de uitzending is indat opzicht informatief en stimuleert maatschappelijke discussie overhet onderwerp. Die discussie is naar mijn mening juist heel belangrijken zeker een taak van de publieke omroep. Wat interessanter is in dezeis vooral de wijze waarop de christelijke kritiek op seculiere wijzewordt geuit.

Natuurlijk weten we allemaal dat christenen sinds kerkvaderAugustinus ingepeperd hebben gekregen dat seks op zich vies en slechtis, dat je het alleen maar in de context van het huwelijk magpraktiseren en dan nog het liefst gericht op de voortplanting. Zekerhet uitbeelden van bloot en erotische handelingen zijn dan al verkeerd,omdat deze beelden ‘zondige’ verlangens in mensen zou opwekken. Dathoor je echter niet terug in de kritiek die zij uiten. SGP-voorman Bas van der Vliesheeft het erover dat de film in andere landen verboden is omdat dehoofdrolspeelster Linda Lovelace tot ‘acteren’ gedwongen was. Datzelfdefeit noemt Arie Sloben hij voegt er nog een andere kritiek aan toe: ‘Porno werd destijdsgepresenteerd als seksuele bevrijding, maar het bracht een nieuweonderwerping waarvan talloos veel vrouwen en mannen het slachtofferzijn geworden.’ Alsof het hen gaat om de uitbuiting van actrices (enacteurs?) door de porno-industrie. Een partij als de SGP die vrouwenpolitiek monddood wil maken, evenals de Christenunie die vrouwen wel inde politiek ziet, maar de man het ‘hoofd’ van het gezin laat blijven, hebben als het over seks gaat paradoxalerwijze ineens de mond vol over uitbuiting van vrouwen.

Want wat voor programma’s zien we wel bij de publieke omroep? Watopvalt aan onze publieke omroep als je die vergelijkt met bijvoorbeeldde BBC dan is het wel de overmaat aan religieus geïnspireerdeprogramma’s op televisie en radio. Kruispunt (RKK), Schepper & Co(NCRV), Soeterbeeck (RKK), Het Elfde Uur (EO) zijn momenteel optelevisie te zien en hebben allemaal een meer of minder religieuzethematiek en dan heb ik het nog niet eens gehad over alle kleinesplinteromroepjes die op basis van artikel 39f van de Mediawet hunreligieuze propaganda via de publieke omroep mogen uitzenden. Staat hetaantal religieuze omroepen: KRO, NCRV, EO, RKK, IKON, NIO, NMO, OHM,BOS, ZvK überhaupt wel in relatie tot de vraag naar dit soortprogramma’s? En is het de taak van een door de overheid gefinancierdeomroep om zo ontzettend veel religie uit te zenden? Afgaand op deproducties van de omroepen zou je bijna gaan denken dat het ‘normaal’is om gelovig te zijn, een idee waar ik als atheïst ernstig tegenprotesteer. Het is mijns inziens net zo normaal om te geloven in eenGod in de hemel als dat Linda Lovelace een clitoris in haar keel heeft.De christelijke partijen doen er alles voor om dat omroepbestel metzijn buitenproportionele nadruk op religie in die vorm te behouden. Omin de terminologie te blijven: wij atheïsten moeten dat allemaal maarslikken. Maar zodra het om seksualiteit gaat breekt de pleuris uit enzoeken de christenen met zalvende woorden naar elk excuus om degewraakte beelden van de buis te krijgen.

Toch hoort erotiek juist wél op de buis bij de publieke omroep. Deep throatis een klassieker en moet als fenomeen zeker getoond worden, voorzienvan een kritisch commentaar. Maar het zou prachtig zijn als VPRO en BNNeens met wat meer smaakvolle erotiek zouden komen. Niet alleenomstreden pornofilms waar mensen tegen hun wil aan hebben meegewerkt,maar ook eerlijke producties waar actrices en acteurs gewoon met vrijewil aan hebben meegedaan. En dan liefst smaakvolle erotiek, alstegengewicht tegen de vrouwonvriendelijke goedkope rotzooi waar we opde commerciële zenders mee worden doodgegooid. Want het is juistbelangrijk om naast het eenvormige platte porno-aanbod metalternatieven te komen. Gezien het feit dat de markt weinig aanstaltendie kant op maakt zou juist de publieke omroep met dit soort productiesmoeten durven komen. Zouden omroepen als VPRO en BNN daarmee niet eensmooi hun vrijzinnige karakter kunnen tonen? Ben benieuwd hoe dan dekritiek van de christelijke partijen gaat luiden, als ze zich nergensmeer achter kunnen verschuilen dan achter hun eigen reactionaireovertuigingen.

Advertenties

Mannen, seks en relativisme

BatemanEén van de meest krachtige verbeeldingen van de pose van het alfa-mannetje is te vinden in de film American Psycho.Patrick Bateman (gespeeld door Christian Bale) nodigt twee prostitueesuit in zijn dure appartement. Hij houdt een uitvoerige monoloog over demuziek van de band Genesis en over popzanger Phil Collins. Zo zegt hij over Genesis:‘”Invisible touch” is onbetwist het beste nummer van de band. Het iseen epische meditatie over onaantastbaarheid.’ en geeft de twee vrouwenvervolgens aanwijzingen over hoe ze zich moeten opstellen. Hij laat deprostituees seksuele handelingen met elkaar uitvoeren en voegt zichdaarna zelf bij het tweetal. Naast het bed plaatst hij een videocameraen neemt de hele, volledig door hem geregisseerde gebeurtenis op. Aanweerszijden van het bed staan twee grote spiegels waarin hij –zichzelfbewonderend- zijn spierballen laat zien en bodybuilder-poses uitvoertterwijl hij de dames in verschillende dominante standjes ‘neemt’. Tegenéén van de vrouwen zegt hij: ‘kijk in de camera!’.

Natuurlijk gaat het hier om een absurde scène waarin de filmmakermet veel overdrijving duidelijk wilde maken wat voor gestoorde narcistde hoofdfiguur (de ‘american psycho’) uiteindelijk is. Onderwerp ishier dan ook niet de seks, maar het ego van de yup Patrick Bateman. Deseksuele handelingen zijn in het geheel niet erotisch in beeldgebracht, het gaat hier dan ook niet om seks, maar slechts om de ‘pose’van seks. Seks gedacht als dominantie, als macht, als status en nietals een gevoel waarvan je kan genieten. Bateman wil zelf de hoofdrolspelen in een pornofilm, hij wil aan de kijker van de film (‘debuitenwereld’) duidelijk maken dat hij de koning is, de macho, diestoer twee vrouwen tegelijkertijd kan nemen. Wie die buitenwereldprecies is, is niet duidelijk. Maar uit de rest van de film blijkt datBateman vooral status wil ten opzichte van andere mannen.

Hoe extreem en karikaturaal deze scène ook is, dit macho-gedrag isnatuurlijk in een wat afgezwakte vorm in veel mannenculturen aanwezig.Extreme vormen ervan kun je terugvinden in de teksten en video’s vanrapmuziek, zoals het nummer ‘Ballen tot we vallen ‘van de groep THC:

‘Okee, kom in de tent, je weet wie ik ben
Arbijan, de man, met ballen, opvallende vent
Tanga’s ik wenk ze
Ben voor hun nog onbekend, maar binnenkort, ben ik de fucking rappresident’

‘Eey eey chuck, check die baka, die tanga met die planga, ik moet die tanga vangen, ik moet die tanga ballen
Mijn god, deze chick is te fucking hot, wat een kapsones ho’ volgens mij is ze pot
Kijk die tanga oog vallen, met die dubbel d ballen, wat een wereldcup, ik schiet hem helemaal stuk
Met een beetje geluk eet ik vanavond tuk, brada, ik krijg het nog druk, ik neem der mee naar m’n hut’ (enz enz)

Wat opvalt is de verbinding die wordt gemaakt tussen, seks, vrouwenen status. De zelfbenoemde pimps van de hiphop grijpen terug op eendiscours waarin status en eer belangrijk zijn en die status krijg jeals je met veel vrouwen seks hebt. Seks is hier niet het uitgangspunt,maar is iets wat je moet doen om status te verkrijgen. ‘Ballen tot wevallen’ is geen lofzang op de seksualiteit, maar een lofzang op demacho die doet wat andere mannen van hem verwachten, waar anderenmannen (in werkelijkheid en denkbeeldig) tegen opkijken. Namelijkneuken. Het liefst met zoveel mogelijk vrouwen. Nog iets dat opvalt isdat andere gevoelens dan de ego-kick onbesproken blijven. Dat geldtvoor de vrouwen die het object zijn van het ‘gebal’. Maar ook de eigenlustgevoelens worden op een hele afstandelijke manier besproken. Het isalsof er in de mannen eigenlijk twee mannen zitten: eentje dieopgewonden is en de seks beleeft. De ander die daarnaar kijkt en er metveel bravoure over vertelt. Die de belevenis giet in een vertelvorm diebegrijpelijk, acceptabel en vooral stoer is voor zijn maten. En daarbijde eerste man, de voelende man, buiten schot laat.

Die manier van praten over seks blijft niet beperkt tot het getto oftot de (al of niet allochtone) onderklasse. Ik geloof dat dieafstandelijkheid in het spreken over gevoel en in het bijzonder overseks voor veel mannen en in mindere mate ook voor vrouwen herkenbaaris. Ik vermoed dat er veel mannen zijn die wel eens een overheersendgevoel van ‘trots’ gevoeld hebben bij hun zoveelste verovering die het‘genot’ van de daad zelf volledig in de schaduw stelde. Mannen die hetaantal vrouwen waarmee ze het bed gedeeld hebben tellen en daaroveropscheppen bij hun vrienden. Ik geloof dat veel mannen de afstandelijkemanier van spreken over seks met hun vrienden herkennen, áls ze al overhet onderwerp spreken.

Want het is gemakkelijker om seksualiteit in getallen te vangen danin gevoel. Het is gemakkelijker om het te maken tot een ego-ding, danje bewust te zijn van je eigen seksuele verlangens. Vaak is het dan ookdat als mannen wél over seks schrijven, ze dat gevoel als geheelexternaliseren. Neem Tommy Wieringa in zijn pamflet De dynamica van begeerte.Verlangen is hier een verslaving, een last waartegen je moet vechten.De hoofdpersoon in het essay van Wieringa is bang voor zijn eigenseksualiteit, bang voor de ‘leegte’ die daarachter ligt. Na het bezoekaan een porno-feest beschrijft de ik-figuur het als volgt:

‘Ik had de uiterste grens van mijn begeertes opgezocht, ik had zezonder veel terughoudendheid vervuld, mijn zenuwen verdoofd metoverprikkeling, en nu viel ik. De kleine dood was de voorafschaduwingvan de grote, ik had achter de begeerte gekeken en het Niets gezien.Afgrijselijk, afgrijselijk.’ En verderop: ‘De god van de seksualiteitlacht naar je – met de grijns van een doodskop.’

Het heroïsche gevecht tussen de eenzame man en zijn libido. Maarwaarom noemt hij de vrouwen niet waarmee hij vree? Waarom vertelt hijniet wat voor interactie er was tussen hem en de vrouwen? Dat zou je ineen artikel over begeerte verwachten. Maar alle vrouwen zijninwisselbare objecten, er is alleen de man en zijn begeerte endaarachter een onpeilbaar Niets. Bij Wieringa is de begeerte, de lusteen vaststaand gegeven, die af en toe oplaait bij een willekeurigevrouw.

Ook bij filosoof Jos de Mul, die vorig jaar een stuk in De Volkskrantschreef over seks, gaat het om een externe macht. ‘Seks is subliem.Subliem noemen wij krachten die ons door hun onbegrensde,overweldigende of mateloze karakter kunnen vernietigen. Ze fascinerenons en trekken ons aan, maar ze boezemen ook, en niet zonder reden,angst in.’ Ook hier wordt seks geëxternaliseerd en gemaakt tot een‘ding’, een kracht die buiten je staat. De Mul reïficeert seksualiteitdus, zoals Wieringa dat met de begeerte doet. Beide maken deel uit vaneen afstandelijk vertoog over lust en seks. De mens wordt weergespleten in twee helften: de man die geniet van de seks en een andereman die angstig toekijkt.

De vraag is of de begrippen begeerte en seksualiteit ook in dewerkelijkheid bestaan. Je kan ‘begeerte’ of ‘seksualiteit’ geen handgeven, je kunt ze niet aanraken. ‘Verlangen’ en ‘begeerte’ ontstaantussen twee mensen of bij één mens tegenover een ander mens. Het zijngevoelens die door verschillende oorzaken opgewekt kunnen worden en diewel of niet kunnen worden uitgeleefd. Seksualiteit is ook geen massieveoerkracht, maar is het gehele proces van vormgeven van gevoelens vanlust en verlangen tussen individuen. Eigenlijk kun je dus niet sprekenover ‘de begeerte’ maar zijn er heel veel verschillende begeertes, éénvoor elk individu en voor elke seksuele gelegenheid.

De ‘leegte’ waar Wieringa het over heeft ontstaat volgens mij vooralals je dat andere individu niet wil kennen. Op het moment dat je jeafsluit van de ander, haar objectiveert, ontstaat een toestand vanvervreemding. Die vervreemding werpt je op solipsistische wijze opjezelf terug: de seksualiteit die je niet werkelijk kon beleven omdatje je niet openstelde voor de ander wordt tot een groot,verschrikkelijk subliem ding gemaakt. De angst voor de ander wordt deangst voor ‘de begeerte’. Het begrip wordt opgeblazen tot mythischeproporties. Daarom zijn het meestal mannen voor wie seks altijd zonegatief voorkomt. Want het eerder besproken machistische discours,waarin seks een middel is om je ego op te vijzelen ten opzichte van een(denkbeeldige) groep mannen, maakt het moeilijk om je gevoelsmatig opente stellen voor anderen en voor de gezamenlijke beleving, dieseksualiteit toch eigenlijk is. Het haalt ook het individuele van degebeurtenis af en integreert de gebeurtenis al tijdens de daad, in hetvertoog van de groep.

Nu kan men altijd tegenwerpen dat dit een wel zeer essentialistischemanier van het definiëren van seksualiteit is. De schrijver van ditblog legt zijn persoonlijke gevoelens en waarden (authenticiteit,echtheid, gezamenlijke beleving) op aan anderen, maakt ze zelfs tot eenuniversele, dwingende waarheid. Voor we het weten gaat hij onspaternalistisch voorschrijven hoe we seks moeten hebben en seks moetenverbeelden! In wat voor opzicht moeten we meer geloof hechten aan hemdan aan Heleen van Royen of Arie Boomsma van de EO, die immers ieder een bepaalde interpretatie van seksualiteit voorstaan?

Ik kan daarom als antwoord proberen objectieve criteria te vinden:het onderzoek, de psychologie en seksuologie induiken. Het ontologischeprobleem is echter dat zodra je de objectiviteit induikt je nu preciesdatgene doet wat ik bekritiseer, namelijk afstandelijk oordelen. Jeschuift je persoonlijke normen en waarden opzij en kijkt naar de zakenzoals ze zijn. Dan kom je waarschijnlijk tot een heel liberaal oordeel:mensen verschillen nu eenmaal, wie zijn wij om ze te beoordelen, zolanghet niet om criminele activiteiten gaat mag iedereen doen wat hij ofzij wil. Met als resultaat een doorwoekeren van platte, ongeinspireerdeseksreclames op televisie, voor vrouwen vernederende afbeeldingen opbillboards en het seksistische voorbeeld voor jongeren in de gemiddeldehiphop clip. Maar door te objectiveren negeer je het gevoelsmatige deelvan de discussie, terwijl dat net de kern is van seksualiteit, het gaatom een gevoel!

Om eerlijk te zijn heb ik geen God of Grote Ander nodig in de vormvan een bijbel of resultaten van wetenschappelijk onderzoek om mij tevertellen hoe ik over seks zou moeten denken. Wel luister ik graag naarpersoonlijke verhalen van mensen: hoe beleven zij seksualiteit, watvoelen zij precies? Ik geloof dat de afwezigheid van een positiefideaal over seksualiteit heeft geleid tot de pornoficatie van desamenleving zoals die nu is. Het liberale denken heeft daar geenantwoord op. De EO heeft wel een positief ideaal (seks moet altijd gepaard gaan met liefde) maar ook dat is het mijne niet.

Ik postuleer dat seks echt moet zijn, doorvoeld en intersubjectief.Het moet een gebeuren zijn tussen twee mensen die elkaar als subject enniet als object behandelen. Daar kun je het mee eens zijn of niet. Jekunt het bestrijden vanuit je eigen gevoel. Maar belangrijk is dat hetonderwerp is van gesprek, van discussie. Wanneer we als samenleving eenbeleid over seksualiteit willen voeren, dan moeten idealen overseksualiteit op een lege plek staan, waarbij voortdurend onderdiscussie staat welk ideaal –tijdelijk- op die plek mag zitten.Seksualiteit moet wederom gepolitiseerd worden, zoals het dat in dejaren ’70 was. Ik wil daarom geenszins de universele essentie van seksblootleggen, ik wil slechts een voorzet doen richting een debat overdat ideaal. Een debat dat ditmaal niet afstandelijk is. Waarbij weonszelf niet verliezen in slap relativisme, maar durven oordelen endaar consequenties uit te trekken.

Want er is behoorlijk wat af te dingen op het overheersendeobjectiverende en afstandelijke vertoog over seks. Ik heb hierbovenbeschreven hoe het kan leiden tot een zekere vorm van vervreemding, dieterugkomt in de culturele verbeelding en reïficatie van seksualiteit.Het is de vervreemding die in extreme vorm is terug te zien bij PatrickBateman in American Psycho. Voor hem is niet alleenseksualiteit, maar zijn ook andere mensen verworden tot dingen waaroverhij heerst, die alleen maar tellen voor zover ze bijdragen aan zijnego. In een overdreven en extreme vorm vertegenwoordigt hij eenbepaalde houding, een specifiek discours ten opzichte van seksualiteiten tegenover vrouwen dat heel veel mannen in de verte zullen herkennen.Laten we dat op zijn beloop, of gaan we over dat vertoog met elkaar indiscussie?

Hoe fataal is ‘stout’?

Heleen_als_tijdschrHeleen van Royen is stoer. In het boek Stout dat zij samenmet lingerie- ontwerpster Marlies Dekkers schreef definieert zij onderdie naam een nieuwe levensfilosofie voor vrouwen. Vrouwen moeten beternadenken over de mate waarin ze bevrijd zijn. Ze moeten zich nietschamen voor hun seksualiteit, hun verlangens en hun lust. Stout-zijnheeft veel te maken met vrouwelijke promiscuïteit en het delen van jeerotische fantasieën met andere vrouwen.

Van Royen noemt zich ook een feminist. In haar recent uitgekomen eenmalige glossy Heleeninterviewt ze Christie Hefner, dochter van Hugh en directrice van hetPlayboy concern. Hefner: ‘wie zichzelf geen feminist noemt, is in feiteeen racist.’ Ahum. Racist? In ieder geval geeft Van Royen samen metmede-powervrouw Hefner aan het woord feminist weer een stoere klank. Inhet magazine is verder een lijst opgenomen met de 100 Nederlandsevrouwen met het meeste aanzien en macht. De Top-3: Neelie Kroes, RitaVerdonk en Sonja Bakker. Wie wil daar nu niet tussen staan?

Wanneer ben je als vrouw stout? Daartoe ontwierpen Dekkers en VanRoyen een twaalfpuntsschaal. Tot en met nummer 9 op deze schaal scoorje met eigenschappen die iedereen (en zeker de meeste feministen)zullen aanspreken: levenslustig, ambitieus, creatief, ondernemend,grensverleggend, veerkrachtig enz. Maar vanaf schaal 10 komen daar deechte stoute begrippen bij: dominant, manipulatief en ongenaakbaar.Waarom nu juist deze termen? Waarom zouden vrouwen aan die omschrijvingwillen voldoen? Stoute vrouwen lijken een sterke obsessie te hebben metmacht. Vooral macht over mannen. Zij voldoen daarbij aan het klassieke type van de femme fatale. De fatale vrouw is het vrouwelijke equivalent van de mannelijke ladykiller.Ze windt mannen om haar vinger en dumpt ze wanneer het haar uitkomt(waarom komt het beeld van Rob Oudkerk me nu ineens voor ogen?). Zegebruikt haar seksualiteit vooral als middel om die macht teverkrijgen. De fatale vrouw heeft daarbij andere motieven dan de nymfomane.De laatste gebruikt ook seksualiteit als middel, maar dan vooral omaandacht te krijgen. De fatale vrouw echter veracht de mannen die zijgebruikt en manipuleert hen juist omdat ze afhankelijkheid naarhaar toe tonen. De fatale vrouw houdt niet van zwakte en vanbehoeftigheid. Ze kijkt neer op mannen die wel dergelijke gevoelenshebben.

Een paar jaar terug was er een tentoonstelling over fatale vrouwenin het Groninger Museum. Het type van de fatale vrouw was namelijk inhet fin de siècle een populair motief in de beeldende kunst.Fatale vrouwen speelden destijds een dominante rol in de mannelijkeverbeelding. Salomé, La belle dame sans merci, Klytaimnestra, Medea,het zijn vaak verbeeldingen van mannelijke angsten, net zoals denymfomane een verbeelding is van mannelijke verlangens. Betekent ditdat de fatale vrouw niet bestaat, dat het hier om een construct gaat,afkomstig ui de mannelijke fantasie? En dat als ze al bestaat, dat hetom zogenaamd uncle Tom-gedrag gaat, zoals Ariel Levy dat beschrijft in haar boek Female Chauvinist Pigs?Met andere woorden: dat ze de plek inneemt die haar in de mannelijkeverbeelding is toegewezen? Vanuit feministisch oogpunt is dat eenverleidelijke these. Fatale vrouwen als Heleen van Royen lijden aan eenvorm van vals bewustzijn. Filosofe Stine Jensen heeft al eens geopperddat Van Royen en Dekkers Nederlandse FCP’s zijn. En gezien het feit datVan Royen op bezoek gaat bij FCP bij uitstek, Christie Hefner, lijkt zedit geluid zelf te willen bevestigen.

Toch is dat te kort door de bocht. Fatale vrouwen bestaan weldegelijk, net zoals nymfomanes bestaan. Hun psychologische motievenzijn alleen wat minder fraai en eigenlijk helemaal niet stoer. In detentoonstellingscatalogus van Fatale vrouwenstaat een artikel over dit type vrouw van psychoanalyticus Eddy deKlerk. Volgens de Klerk gaat het hier om vrouwen die in hun kindertijdbang zijn gemaakt en affectief tekort zijn gekomen. Met behulp vanmachtsfantasieën proberen zij te overleven in een buitenwereld die zeals bedreigend ervaren. De psychoanalyticus beschrijft de eigenschappenvan de fatale vrouw als volgt: ‘een extreme vorm van onafhankelijkheid,de overtuiging niets of niemand nodig te hebben, de vanzelfsprekendeveronderstelling bewonderd te worden, superieur gedrag, het gevoelboven alle kritiek te staan, het streven zelf de touwtjes in handen tehouden en de neiging elk teken van zwakte, kwetsbaarheid ofbehoeftigheid uit het emotionele repertoire te bannen.’ Het is nietmijn bedoeling om Heleen van Royen als persoon te analyseren. Het gaatme hier om de levenswijze die zij samen met Dekkers onder de naam stoutwil uitdragen. Waarom is de stoute vrouw zo fataal? En waarom is erblijkbaar behoefte aan dit type in postfeministisch Nederland?

Want het kenmerkende van de fatale vrouw is dat ze leeg en onzekeris van binnen. Die leegte en onzekerheid die in de jonge jaren zijnontstaan probeert ze te overdekken met een imago van superioriteit. VanRoyen en Dekkers schrijven in Stout: ‘Niets van wat we doen isvanzelfsprekend of makkelijk, al zouden we liever dood neervallen dandat in het openbaar laten blijken’. Stout-zijn is dus een lege pose enhet doel is macht. Zou dat de reden zijn dat Van Royen altijd zo onechtoverkomt op TV? Wellicht. In ieder geval is het de vraag of het eengoed rolmodel is voor vrouwen om je in het openbare leven altijd andersvoor te doen dan je bent.

En hoe zit het dan met seks? De fatale vrouw maakt ook instrumenteelgebruik van haar seksualiteit. De Klerk spreekt zelfs vanpseudo-seksualiteit. Het is niet belangrijk of de fatale vrouw veel vanhaar seksualiteit geniet, als de man die ze verovert maar voor haarvalt en van haar afhankelijk raakt. Daarom zijn veel van de seksueleverhalen in Stout niet echt spannend. Ze gaan er eerder overhoe stoer vrouwen wel niet zijn, dat ze vreemd durven gaan, dat zemannen als lustobject durven gebruiken. Nog zoiets: in de Heleen staat een heel stuk over ‘SM voor beginners’ en ook in Stoutwordt veel gekoketteerd met SM. Natuurlijk is SM op het eerste gezichtinteressant voor stoute vrouwen die gepreoccupeerd zijn met macht. Maar SMis de seksualisering van macht en gevoelens van dien aard maken deeluit van je persoonlijkheid, net zoals homoseksualiteit deel uitmaaktvan iemands innerlijkste ik. Je hebt het of je hebt het niet. Het isgeen truukje dat je kan leren om je seksspel op te waarderen, om lekkerstoer en stout te doen. Dat alleen al denken is het instrumentaliserenvan seksualiteit en niet het beleven daarvan. Van werkelijke seksueleemancipatie is dan ook weinig sprake bij Van Royen.

Seks mag namelijk nooit een middel zijn, maar is altijd doel opzich. Seksualiteit is zo persoonlijk dat je er eigenlijk alleen maar opeen heel kwetsbare manier van kan genieten. Dat hoeft niet per se ineen vaste relatie, maar het vergt wel van beide partners dat degevoelens serieus worden genomen en dat er onderling respect is. Degevoelens zouden doorvoeld en authentiek moeten zijn. De fatale vrouwheeft echter totaal geen respect voor de mannen waarmee ze gaat. Zegaat net zo prat op haar veroveringen als de mannelijke ladykiller datdoet. In het hoofdredactioneel commentaar van de Heleen citeertde hoofdedactrice zelf met instemming het verhaal van een stoute vrouw:‘Ik ben een getrouwde moeder van drie kinderen. Dankzij internet heb ikeen relatie gekregen met een jongen van achttien, vervolgens heb ikvier buurjongens verleid tussen de zeventien en negentien jaar. Op ditmoment heb ik een vriendje van twintig en als we seks hebben, doe ikalsof ik zijn moeder ben.’ Let op de grote hoeveelheid getallen(aantallen minnaars, leeftijden) die in bovenstaande tekst voorkomen.Is dit verlangen, is dit lust? Of eerder bravoure en opschepperij?

Waarom worden vrouwen in deze tijd uitgedaagd om de rol van defatale vrouw te spelen? Wat is daar zo bevrijdend aan? Persoonlijk denkik dat het hier om meer gaat dan alleen uncle Tom-gedragrichting mannen. Het gaat niet alleen om vrouwen die zich aanpassen aande overheersende patriarchale moraal. Het gaat om vrouwen (en mannen)die zich aanpassen aan een samenleving waarin prestatie, macht, succesen markwaarde blijkbaar belangrijker worden gevonden dan innerlijkewaarden als authenticiteit en persoonlijkheid. Je bent pas iemand alsje succesvol bent. Op afhankelijkheid (van iemand anders of van deoverheid) wordt neergekeken. De stoute vrouw is ongelooflijkonafhankelijk, ze is ongenaakbaar. De seksuele bevrijding vanstout is een pseudo-seksuele bevrijding, omdat deze weinig te makenheeft met een kwetsbaar zelfonderzoek naar de eigen seksuele gevoelens.Seks is bij de Van Royens van deze wereld slechts een middel om hunimago interessant te maken, om nog machtiger en succesvoller te worden.Maar op het gebied van werkelijke hartstocht, van echte pureauthentieke en doorvoelde geilheid, hebben deze nieuwe femmes fatales weinig te bieden.