Sexing the handbag

De Engelse versie van mijn stuk voor Trouw (‘Vagina achter designtas’) is nu gepubliceerd op een Europese discussiesite, signandsight.com, onder de titel ‘Sexing the handbag‘. Grappig is dat ze allerlei links en typografie aan het stuk hebben toegevoegd.

Advertenties

PvdA: houd je rug recht tegen de ontslagrechtfetisjisten!

Kortgeleden werdik plotseling gebeld door een kamerlid van de PvdA. Waarom ik mijnlidmaatschap heb opgezegd. Ik was even verbouwereerd. Waar moest ikbeginnen? Vlak na de populistische uitbarsting rond Fortuyn was ik lidgeworden. Vond dat die partij, die toch uiteindelijk een sympathieke,vrijzinnige en linkse club heette te zijn, wel een steuntje in de rugverdiende. Bovendien leek de figuur van Wouter Bos me een verfrissendewind in het bestaande politieke bolwerk.

Vervolgens werd ik teleurgesteld. Ik heb niet alle oude koeien uitde sloot gehaald voor de dappere mevrouw die mij belde. Maar kan me noghelder een partijbijeenkomst van een paar jaar terug in De Rode Hoedvoor de geest halen. Bos legde daar vol vuur uit, dat de PvdA tegen deoorlog in Irak was, maar nu de oorlog was uitgebroken, de missie dantoch maar steunde (immers, ‘ze’ waren begonnen, niets meer aan tedoen). Bos mag dan gereformeerd zijn, dit was de redenering van eenJezuïet. Ik had eigenlijk meteen op moeten zeggen, maar gaf ze nog eenkans.

Naast dit soort openlijk gedraai bleek de partij ook van binnen eengedrocht te zijn. Toen recentelijk Pronk de verkiezingen voor hetpartijleiderschap verloor, terwijl hij toch de meeste stemmen hadgehad, had ik er echt genoeg van. De PvdA bleef een partij van demiddelmatigheid, van de slapheid en van het gebrek aan daadkracht. Enwaar ik me het meeste zorgen over maak, is hoe ze nu omgaan met de doorhet CDA gewilde versoepeling van het ontslagrecht. Hoewel de dame diemij belde mij verzekerde dat de PvdA op dit gebied zijn poot stijf zouhouden, vrees ik het ergste. Tot nu toe lijkt de partij dit wel te doen,maar houdt ze dat vol? Onder Pronk had ik dat vertrouwen zonder meergehad. Maar zal deze alleraardigste mevrouw Ploumen, die zo graag departij bij elkaar wil houden, dat ook blijven volhouden?

De versoepeling van het ontslagrecht is een fetisj van neoliberaleeconomen. Een flexibeler arbeidsmarkt zou volgens hen tot minderwerkloosheid leiden. Ook zijn er links-liberalen (bijvoorbeeld binnen Groen Links)die geloven dat door een gemakkelijker ontslag de zogenaamde‘outsiders’ (vrouwen, allochtonen) gemakkelijker aan een baan kunnenkomen. Beide uitgangspunten stroken niet met empirischeonderzoeksgegevens, zoals Alfred Kleinknecht gisteren in NRC Handelsbladnog maar eens aantoonde. Er is geen bewijs voor een correlatie tusseneen soepeler ontslagrecht en minder werkloosheid of het opnemen vanmeer ‘outsiders’. Versoepeling van het ontslagrecht werkt dus niet, het is pure ideologie. Een natte droom van economen in een ivoren toren.

En werkgevers natuurlijk. Wanneer je mensen gemakkelijker kanontslaan dan maakt dat de taak voor managers eenvoudiger. Je hoeftweinig mensenkennis te hebben en hebt geen uitgebreidesollicitatieprocedures meer nodig. Je neemt iemand aan en als die nietbevalt dan mieter je hem of haar er gewoon weer uit. Een buitenkansjevoor slechte, autoritaire en asociale managers. Ze hoeven nooit meernaar kritiek te luisteren en zijn nu in staat om een afdeling vol methielenlikkers om zich heen te verzamelen. Tsja, bepaalde groepen zullenzeker baat hebben bij ontslagrechtversoepeling.

Het is mij ook een raadsel hoe Groen Links ooit de wanstaltigeontslagrechtplannen in ‘vrijheid eerlijk delen’ naar voren heeft kunnenbrengen. Je moet toch wel een dromerig bloemenkind zijn om te gelovendat die autoritaire managers nu allemaal ‘outsiders’ gaan aannemen?Geloven dat deze versoepeling de emancipatie vooruit helpt is netzoiets als jarenlang blijven verkondigen, tegen alle feiten in, dat hetcommunisme, met al zijn goede bedoelingen, ook daadwerkelijk de besteuitkomsten blijft genereren. Het is lang geleden dat de CPN in GroenLinks opging, maar blijkbaar is de naïviteit gebleven.

En dan hebben we het nog niet gehad over de economie van het geluk,waar Femke Halsema recentelijk nog over sprak. Helpt een economie dieveranderd is in een grote flipperkast, waarbinnen je dan weer hier, danweer daar werkt, geheel en al overgeleverd aan de krachten van de markten de wispelturigheid van managers, in het bereiken van een groterAlgemeen Geluk? Nu ja, overwegingen voor mij om me toch maar niet bijGroen Links aan te melden.

Goed, terug naar de mevrouw van de PvdA. Ze kon me er niet van afpraten mijn lidmaatschap op te geven. Wel heeft ze me zover dat ikvoorlopig ‘belangstellende’ van de sociaaldemocraten blijf. Lijkt meeen prima positie om in de gaten te houden wat ze met het ontslagrechtgaan doen. Of ze in staat zijn nog wat vertrouwen bij me terug tewinnen. Ik wacht nog een halfjaartje en als ze dan hun leven nietgebeterd hebben, is het ook met mijn belangstelling gedaan. Tsjongejonge, geef ik ze wéér een kans!

Arme Hardwerkende Nederlanders. Gelukkig is er porno.

Poster_1

‘Verder is er op straat, op televisie en op internet van alles op seksueel gebied te beleven. Let maar eens op wat je allemaal aan seks tegenkomt in het straatbeeld. Den Haag noemt dat de pornoficatie van de samenleving, ik noem het een bron van inspiratie.’

Aldus seksuologe Eva Broomans in het laatste nummer van de Volkskrant Banen. Zij helpt mensen die geen zin meer hebben in seks. Haar cliënten hebben vaak langdurige relaties waar de sleur in is geslopen. Broomans vergelijkt ze met wat VVD-fractievoorzitter Mark Rutte Hardwerkende Nederlanders noemt.

Een bron van inspiratie. Ons straatbeeld als één grote erotische belofte. Loop door de stad, kijk goed om je heen naar al die reclameborden, komt hitsig thuis en bedrijf wild de liefde met je partner, dat lijkt het idee te zijn van Broomans. Ze gaat er vanuit dat erotiek en porno vooral supplementair zijn aan het seksleven.

Volgens mij klopt dat niet. Ik denk –al heb ik het vermoeden dat dat sterker voor mannen geldt dan voor vrouwen – dat pornografie in veel gevallen een compensatie is voor het gebrek aan een seksleven. Die Hardwerkende Nederlanders, die het grootste deel van hun tijd op pad zijn, hebben geen tijd of geen puf meer om aandacht aan een partner te geven. En die aandacht is noodzakelijk voor een bruisend seksleven. Maar wat wel snel en doeltreffend is (zoals alles in het snelle zakenleven snel, efficiënt en doeltreffend moet zijn) is porno. Downloaden. Plaatje kijken. Filmpje kijken. Muis in de linkerhand. Klaar is Kees.

Het is zichtbaar aan de aard van de meeste porno dat deze niet supplementair is, niet bedoeld om op te winden voor de daad, maar juist om te bevredigen. Ingezoomd op de bewegende geslachtsdelen. Het heeft vaart, komt gauw to-the-point. No nonsense. De Hardwerkende Nederlander heeft geen tijd voor teveel gedoe. De bedoeling was om klaar te komen. Libido weer onder controle.

Niet dat er wat mis is met masturbatie of masturbatie met behulp van pornografie. Maar ik geloof niet dat de pornoficatie van de samenleving uitgebluste stellen nu stimuleert om hun seksleven weer wat op te poken. Eerder geloof ik dat die pornoficatie ontstaat omdat er te weinig wordt geneukt en teveel wordt gewerkt.

Sommige reclameposters zijn ware Freudiaanse bespottingen. Een hoerige dame symboliseert dat de consument eigenlijk seks wil. Wat hij of zij krijgt is het zoveelste nutteloze product. Een eeuw na Freud worden we elke dag aangemoedigd tot sublimatie van ons libido, deze om te zetten in koopgedrag. En telkens weer beseffen we dat dat een onmogelijke opdracht is. De sekslust blijft.

Daar komt bij dat de geseksualiseerde afbeeldingen in de openbare ruimte een voor de massa gestandaardiseerd soort erotiek aanbieden, die van elke authentiek karakter ontdaan is. Moeten we daar nu opgewonden van raken? Blijkbaar. En snel ook.

In zijn nieuwe boek De infantiele consument. Hoe de markt kinderen bederft, volwassenen klein houdt en burgers vertrapt beschrijft de Amerikaanse denker Benjamin Barber hoe het kapitalisme in de moderne Westerse wereld niet langer vaart op het Weberiaanse protestantse ethos, maar deze heeft verruilt voor een infantiele versie daarvan. Omdat onze economieën koortsachtig moeten blijven groeien, ontstaat er overproductie. In de Derde Wereld bestaat een enorme reële behoefte aan goederen, maar deze mensen bezitten te weinig, er valt daar niets te halen. In plaats daarvan worden er miljarden geïnvesteerd in marketing om mensen die alles al hebben, te laten denken dat ze nog meer nodig hebben. Geen werkelijke behoeften, maar, om met Marx te spreken, denkbeeldige behoeften. Voortdurend probeert de reclamewereld ons wijs te maken dat we van alles nodig hebben om gelukkig te zijn. We besteden er zelfs de tijd dat we niet werken aan: shoppen is een normale vrijetijdsbesteding geworden. We gaan in onze zogenaamde vrije tijd gewoon door met werken, want dat is wat de markt wil.

Ik denk dat dit nog verder gaat dan Barber zegt. Ik denk dat we zelfs een gedeelte van onze werkelijke behoeften zijn gaan inruilen voor denkbeeldige behoeften. De behoefte aan rust en ontspanning bijvoorbeeld. De behoefte aan aandacht voor onszelf en voor de mensen om ons heen, binnen de gemeenschappen waarin we leven. En ook de behoefte aan warme, langdurige, intens-zinderende seksualiteit. Er is niets mis met een snelle wip of een snelle ruk. Maar het lijkt alsof de markt seks altijd terugbrengt tot dat korte moment. Seks is patat geworden.

Maar het moderne kapitalisme heeft ook daarvoor weer een oplossing bedacht. Elk tekort is namelijk weer een potentiële markt. Als we een burnout krijgen van ons werk dan zijn er psychologen en anti-depressiva om ons weer productief te krijgen. Als ons seksleven op dezelfde manier inzakt dan is daarvoor de beroepsgroep van de seksuologen gecreëerd. We houden elkaar wel bezig in deze inspirerende wereld. Misschien moet de Hardwerkende Nederlander van Mark Rutte wel helemaal niet naar de seksuoloog. Misschien moet hij of zij gewoon eens wat minder hard werken.

De welvaart werkt in onze huidige samenleving zo corrumperend dat het welzijn er bij inschiet. Dat is ook de boodschap van geluksprofessoren als Layard. We hebben het allemaal maar druk met produceren met ons allen en vergeten een deel van onze werkelijke behoeften. Nergens wordt dat zo duidelijk als in de verplatting en de fantasieloosheid van de meeste porno en de wijze waarop die in zoveel moderne cultuuruitingen doordruppelt. In een variatie op de gevleugelde uitspraak ‘Wat je zegt ben jezelf’ zou je hier het volgende over kunnen zeggen ‘Wat je opwindt, waar je geil van wordt, dat ben jezelf’. Porno is de lelijke en soms absurde lachspiegel van onze samenleving. Ik geloof dat we dat spiegelbeeld kunnen veranderen. Mooier, authentieker kunnen maken. Maar daarvoor moeten we bij onszelf beginnen.

Geen compromissen: vos looft egel

 

hedgehogfoxEen mooi stuk van Ian Buruma, afgelopen donderdag in het NRC.De nederlands-Amerikaanse intellectueel betoogde in zijn artikel met detitel ‘Geloof geeft de morele kracht bij het trotseren van dictaturen’dat geloof (en daaronder schaarde hij ook seculiere vormen van geloof,zoals het communisme) mensen beter in staat stelt om zich te verzettentegen onderdrukking, dan dat seculiere liberalen dat kunnen.

‘Liberalen zijn het hardst nodig wanneer er compromissen moetenworden gesloten; maar tegenover grof geweld heb je niet zoveel aan hen.In zulke omstandigheden nemen visionairen, romantici en gelovigen, doorhun overtuiging gedreven, risico’s die de meesten van ons nietaandurven’

Prachtig geschreven en helemaal mee eens. Toch betekent dit artikeleen interessante wending in zijn gedachtegoed sinds hij samen metAvishai Marghalit het boek Occidentalism. The west in the eyes of its enemies schreef. In dat boek definiëren de schrijvers een bepaalde stroming binnen het denken die zij occidentalisme noemden. Occidentalismezou je kunnen omschrijven als een karikatuur van de Westersemoderniteit. Het is de idee dat de westerse, moderne manier van leven,met zijn kapitalisme, zijn grote industriële steden, zijn seksuelelosbandigheid, zijn materialisme, oppervlakkigheid en decadentie, inessentie verwerpelijk is. Het is de ideologie van de Duitse romantici,van de Japanse nationalisten, de nationaal-socialisten en de modernefundamentalistische jihadisten dat dit beeld van de occident, die zegelijk stellen met de gehele westerse wereld, vernietigd moet worden.

Een spannende analyse van hoe ideeën een wereldbeeld kunnenperverteren. Buruma en Margalit leggen haarfijn een vinger op hetgevaar van het hebben van een gesloten wereldbeeld, op de wijze waaropoccidentalistische vooroordelen zo ontmenselijkend kunnen werken, datmen in staat is tot de meest gruwelijke vormen van geweld.

Ondanks de redelijkheid van dit boek heeft me een aantal dingen toch nooit helemaal lekker gezeten. Netals veel andere auteurs in het spoor van de Britse denker Isaiah Berlinkrijgen de Romantici me iets teveel de schuld van al het leed op dezeaardbol. Alsof de gevoelsmatige idee dat er iets niet helemaal kloptaan deze wereld waarin we dag-in-dag-uit met de meest platte commerciegeconfronteerd worden en de wil om daar iets aan te doen altijd slechtis. Alsof de kneedbare, rekbare identiteit van de liberaal altijdsympathieker is dan een iets meer geprofileerde en een scherpereovertuiging. Alsof een optimistisch geloof altijd onderdoet voor debrave, degelijke, compromis-zoekende, beheerste en altijd genuanceerdeliberale prudentie.

En nu geeft Ian Buruma zelf aan waar de beperkingen zitten van zijneigen tegenstelling. ‘Gelovigen’ kunnen zich veel overtuigder verzettentegen dictaturen dan de mannen en vrouwen van het liberale midden. Zekunnen dan misschien beter niet regeren: zonder hen is het verzet tegenonderdrukking beperkt. Isaiah Berlin sprak over de egel en de vos.De egel is hier de gelovige, die kent één truc, terwijl de vos meerderetrucs kent om ergens te komen: de liberaal. Maar in een omgeving vantotale onderdrukking zijn de stekels van de egel waarschijnlijkwaardevoller dan alle listen van de vos. Door zijn stekels is de egelin staat om op grond van een eigen ethiek beslissingen te maken, eenethiek die (voor hem) boven de ethiek van de omgeving uitstijgt. Geencompromissen mogelijk.

Ik moest aan Lyndie England denken. De militair die betrokken wasbij het Abu Ghraib schandaal in Irak. Haar antwoord op de vraag waaromze eigenlijk mee had gedaan aan het martelen en vernederen vangevangenen was: ‘because everyone was doing it’. Het antwoord van eenvos. Een domme vos, zeker, maar wel een vos. Een egel zal altijd eerstbij de eigen overtuigingen te rade gaan. Geen compromissen.

Maar de protesterende monniken in Birma waren egels! Of het nu hungeloof was of een ander soort overtuiging: ze gaven geen krimp. De moedom je als minderheid te verzetten tegen de status quo, zodanig dat jeer met je eigen leven bij in kan schieten, dát is de moed van een egel.Geen compromissen.

Maar niet alleen in een dictatuur hebben de romantici, devisionairen en de gelovigen hun nut. Ook in een democratie zijn zijnoodzakelijk voor het debat. Liberalen zijn belangrijk voor destabiliteit en rust van een natie, maar hebben een notoire slappe rug.Zoals de kikker die je kan koken door het water langzaam warmer temaken (als je de kikker in één keer in kokend water gooit, spring hijeruit) zo zijn liberalen in hun relativering en compromisbereidheid ookin staat om zeer kwalijke ontwikkelingen uit het oog te verliezen:zaken als de vercommercialisering, verplatting en infantilisering vande maatschappij, evenals de langzame vernietiging van het milieu en hetbroeikaseffect worden door hen gauw goedgepraat (‘het zal zo’n vaartniet lopen’, ‘het valt allemaal wel mee’). Het zijn socialisten,romantici, visionairen en christenen die daarop wijzen en dankzij hunrelatief gesloten wereldbeeld alarm slaan.

Ian Buruma slaat dus de spijker op zijn kop, al zou ik nog eenstapje verder willen gaan. Een zeker radicalisme en zelfs het hebbenvan een relatief gesloten wereldbeeld is niet alleen maar slecht(hoewel het zeker gevaarlijk kan zijn en deze mensen beter niet kunnenregeren). Als deze mensen, deze buitenbeentjes, er niet zijn, worden weallemaal langzaam als kikkers gekookt.

Vagina achter designtas

De column die ik afgelopen dinsdag uitsprak bij The Pornographic Universe is, vertaald in het Nederlands, verschenen in dagblad Trouw (Letter&Geest). Je kunt hem vinden op de site van Trouw.

Een pornografisch universum

The pornographic universe: celebration or extinction of desire: dat was de titel van het debat van het Studium Generale van de Erasmus universiteit Rotterdam waar ik gisteren aanwezig was om een column voor te lezen.

Het debat werd gehouden ter ere van de tentoonstelling Bodypoliticx in het centrum Witte de With. Een tentoonstelling, opgezet door curator Florian Waldfogel, met beeldende kunst die iets deed met het onderwerp ‘pornografie’. Dat laatste betekende niet specifiek prikkelende kunst, al zaten er afbeeldingen bij die dat effect konden hebben. Het was vooral kunst die een statement maakte over pornografie. Mensen (mijzelf incluis) dwaalden langs de verschillende afbeeldingen met een museumblik. Wat is een museumblik? Het is de geïnteresseerde blik van de voorbijganger. De interesse die het bekekene tot bekeken maakt, objectiveert, de blik die een muur zet tussen het tentoongestelde en het zelf. De blik die niet deelneemt. Kijkt. Pornografische afbeeldingen: u hangt daar maar prikkelend te zijn, ik doe niet mee, ik ben museumbezoeker. Ik ben er eigenlijk niet, ik kijk toe.

Iets dergelijks wilde filosoof Rob van Gerwen, één van de andere sprekers tijdens het debat geloof ik vertellen. Pornografie wordt onschadelijk gemaakt in het museum. In zijn ogen de oplossing voor de pornoficatie van de samenleving. Curator Florian Waldfogel had een ander verhaal. Tijdens het opstellen van de tentoonstelling had hij zoveel porno gezien dat hij er immuun voor was geworden, zei hij. Hij vond porno saai. Dat was dan ook de oplossing voor de pornoficatie van de samenleving: ons laten overspoelen door pornografische beelden. Dan zou het ons allemaal gaan vervelen. Waarop ik me onmiddellijk afvroeg: is dat niet al het geval?

Filosoof Jos de Mul thematiseerde pornografie en geweld. Dat deed hij door een lange reeks plaatjes te laten zien van zowel geweld (moorden, lynchings) als porno (billboards, sm enz). Hij deed dit aan de hand van het begrip ‘subliem’. Iets dat subliem is kan tegelijkertijd mooi en aantrekkelijk zijn als dat het angstaanjagend en afstotend is. Ik moet eerlijk zijn dat ik in het geweld van zijn diashow zijn pointe enigszins gemist heb, maar volgens mij kwam het erop neer dat we ons er min of meer bij neer moesten leggen dat seksualiteit en geweld op die manier in kunst en media gethematiseerd zouden worden.

En dan was er de Rotterdamse schrijfster Judith Visser. Zij was niet zo negatief over de pornoficatie in media en cultuur. In haar ogen was het vooral de taak van de ouders om hun kinderen zo op te voeden, dat ze zichzelf niet zouden vernederen. Voor elk meisje is haar moeder het beste rolmodel, was haar enigszins naïeve conclusie.

Al met al werd de discussie niet echt concreet en had van mij wel iets politieker mogen zijn. Ik heb een deel van de tijd gediscussieerd met Rob van Gerwen over een onderscheid dat hij maakte tussen woord en beeld. Volgens hem waren beelden altijd schokkender en reëler dan woorden. Als hij sprak over pornografie dan ging het vooral over beeld. Ik wierp tegen dat een boek als Brett Easton Ellis’ American Psycho toch ook wel degelijk een schokkend boek was. Volgens hen was een foto schokkender omdat die een soort van bewijs was dat het afgebeelde werkelijk was gebeurd. Mijn tegenwerping was dat als je ‘waargebeurd’ bovenaan je tekst zet, je hetzelfde effect bereikt als met een foto (die – bedacht ik me later – best gephotoshopt kan zijn en dus juist geen werkelijkheid weergeeft!). Dat soort discussies dus. Ik miste de politieke lading.

Veel interessanter waren de gesprekken die ik na afloop met bezoekers van het debat voerde. Een meneer vertelde iets heel boeiends over de geschiedenis van de reclame en het moment dat reclamemakers besloten – geinspireerd door Freud – om een commerciële boodschap met seksuele prikkels te vermengen. Mocht die meneer dit lezen, dan zou ik graag een mail van hem ontvangen: zeer interessante feitelijke informatie! Ik kreeg ook leuke reacties van mensen op mijn column, die zaterdag in het katern Letter&Geest van de Trouw zal verschijnen. Hopelijk breng ik iets aan het rollen! In ieder geval zal de in het pamflet naar voren gebrachte redenering worden verwerkt in het pamflet over pornoficatie dat ik samen met Brechtje Paardekooper voor Waterland ga schrijven. We zijn nog niet klaar met het onderwerp!

Interview met mij

Vanmiddag was ik te gast bij het radioprogramma Hagens op de Middag van de AVRO. Ik werd daar geinterviewd over pornoficatie naar aanleiding van de column die ik vanaf bij het Studium generale van Erasmus uitspreek (zie eerdere post hierover).

Hier kun je het interview terugluisteren.

Overigens sta ik vandaag ook in Trouw. Kijk daarvoor hier.