Twee koeien, het verlangen en lady TomTom

P1000451De groene weiden van Waterland. Ik was er al een tijdje niet geweest, maar besloot op deze zon-overgoten vroeg-herfstige zondagmiddag eens op mijn fiets te klimmen en door de omgeving te navigeren. Navigeren: dat bedoel ik vrij letterlijk want ik heb Tom Tom software en GPS op mijn nerdy mobiele telefoon zitten. Dat is erg leuk en grappig en fancy maar niet handig. Ondanks het feit dat de Tom Tom volgens het menu fietsroutes zou moeten bevatten, verwijst deze je steevast naar autowegen (zelfs die waar geen fiets mag rijden). Wanneer je dan eens een echt fietspad oprijdt zweef je volgens het vertoonde kaartje ergens in the middle of nowhere. Een mooie klus voor de belangenverenigingen van fietsers en wandelaars lijkt me, om Tom Tom onder druk te zetten dat ze hun software wat beter af gaan stemmen op de behoeften van deze niet-autogebruikers.

Wat overigens wel erg grappig is, is als je de stem van de Tom Tom dame uit je binnenzak hoort tetteren: ‘Na 200 meter linksaf’. Ik zag een aantal ouderen verbaasd kijken naar die jongeman op zijn fiets. Goed. Tot zover de wederwaardigheden van iemand met een telefoon met teveel functionaliteit.

P1000456Toen ik ergens bij Zunderdorp een tweetal prachtige koeien passeerde, moest ik even terugdenken aan het stukje dat ik een tijdje terug naar aanleiding van een column van Marjoleine de Vos schreef. Marjoleine de Vos was jaloers op de rust van de koe, die daar maar wat in de verte staarde. Ik moest ook denken aan Tommy Wieringa die in het recent uitgekomen boekje De dynamica van de begeerte de Boeddha himself citeert: ‘Dit monniken,’ zegt de Boeddha vervolgens, ‘is de Edele Waarheid van de Opheffing van Lijden: het is het gaandeweg verdwijnen en uiteindelijk ophouden van voornoemd verlangen. Het opgeven, het laten varen, het loslaten en de verwerping van dat verlangen zonder dat er een spoor van overblijft.’

Twee koeien kijken stompzinnig uit over de vlakte.

Wieringa gaat verder in praise of the buddha: ‘De mens die uitdoving zoekt moet zijn begeertes leren opgeven, en de sleutel die Gautama Boeddha hiervoor geeft, is simpel en geniaal: hij ontkent eenvoudigweg dat er iets bestaat als een eeuwig Zelf, of een onveranderlijk Ik.’.

Al fietsende moest ik terugdenken aan wat Nietzsche in De antichrist schreef over het Boeddhisme. Net als het Christendom zag de filosoof dit als een decadente religie. Nu is decadentie zo’n typisch negentiende-eeuws cliché. Vanuit de kunst en literatuur van die tijd walmen de verlepte bloemen, de overgevoelige dandy’s en de vermoeidheid je aan alle kanten tegemoet. Toch heeft Nietzsche hier een punt, hij schrijft over het Boeddhisme:

‘De twee fysiologische feiten waarop het berust en die het onder ogen ziet, zijn: ten eerste een overmatige prikkelbaarheid van de sensibiliteit, die tot uitdrukking komt in een verfijnd vermogen tot pijn lijden, en vervolgens een overdreven vergeestelijking, een al te lang leven met begrippen en logische procedures waardoor het persoonsinstinct schade heeft opgelopen ten gunste van het “onpersoonlijke” (…) Deze fysiologische voorwaarden hebben tot een depressie geleid: hiertegen treedt Boeddha uit een oogpunt van hygiëne op.’ (ja, die cursiefjes zijn van der alte Fritz zelf. Die lustte er wel pap van, van cursiefjes. Ik ook trouwens).

Wederom: twee koeien. Uit het oogpunt van hygiëne in deze geobjectiveerde tijd van logische procedures. Tegen onze overgeprikkeldheid.

‘Probeer om te keren’. Mooi niet, lady Tom Tom.

Wat ik altijd boeiend heb gevonden aan de leer van de Franse psychoanalyticus Lacan is dat hij precies het omgekeerde zegt van wat uit Boeddhistische teksten wasemt. Op het eerste gezicht zijn er overeenkomsten. Volgens Lacan valt het ‘subject-zijn’ min of meer samen met verlangen. Mensen zijn verlangen. Als je dat opheft, dan ben je dus geen subject, geen ‘ik’ meer. Maar waarom zou je dat doen?

Lacan maant ons juist om ons verlangen niet te verzaken (d’avoir cédé sur son désir). Verlangen ligt hier echter gecompliceerd en valt niet alleen maar samen met het verlangen naar –bijvoorbeeld- een potje stevige seks. Het voorbeeld dat Lacan geeft is dat van Antigone in de gelijknamige tragedie van Sophocles. Antigone staat erop haar gedode  broer Polynices te begraven. Koning Creon (die de waarden van de samenleving symboliseert, het Boven-Ik van Antigone) raadt haar stellig af om dat te doen aangezien zij dit met de doodstraf zal bekopen. Antigone verdedigt zich echter niet met argumenten. Ze gaat het gewoon doen. Ze doet het omdat het moet. En bekoopt dat vervolgens inderdaad met de dood.

Lacan zegt dus dat er een ethiek is die voorbij gaat aan de morele beperkingen van de maatschappij zelf, zoals deze in het superego naar voren komen. Het verlangen kent zijn eigen ethiek. Schuldgevoel kan je niet alleen oplopen door te zondigen tegen de wetten en normen van de samenleving. Je kunt je ook schuldig voelen door te zondigen tegen je eigen verlangen.

In dat opzicht is niemand schuldiger dan een Boeddhist.

De koeien boezemen me zo langzamerhand medelijden in. Hoe ze daar zo zitten, mistroostig te staren naar de horizon. Wat is het verlangen van een koe?

‘Probeer om te keren’. Mevrouw Tom Tom, mijn digitale superego, is inmiddels geheel van slag. Ik heb besloten mijn eigen route te kiezen.

Vreemd, hoe Lacan de mens gelijk stelt aan zijn verlangen. Dat dit verlangen de dood tot gevolg kan hebben, zoals bij Antigone. En dat dit volgens Lacan voor élk verlangen geldt, dat aan het einde altijd de dood ligt, maar dat we dit niet bereiken, omdat het object van het verlangen, het genot (‘jouissance’) onmogelijk is. Mensen worden voortgedreven door een verlangen dat eigenlijk een verlangen naar de dood is, maar omdat ze dat niet weten en dat dus ook niet doorzetten, zoals Antigone dat deed, blijven ze leven, blijven ze verlangen, blijven ze mens, subject, ‘ik’.

Ik heb nooit precies begrepen hoe ik die ethiek van Lacan nu echt moet plaatsen. Hoe doe je dat, je verlangen niet verzaken?

En dan moet ik ineens denken aan die monniken in Birma. Boeddhisten zouden ze moeten zijn. Wereldverzakers. In plaats daarvan zijn het de Antigone’s van onze tijd. Is het niet de Junta die hen toeroept dat monniken thuishoren in het klooster? En is het niet hun eigen leer die hun vertelt dat ze dat inderdaad moeten doen, de hele dag bezig moeten zijn om hun verlangens, hun ego uit te doven? In plaats daarvan gaan ze de straat op. Geweldloos, dat wel. Maar met enorme doortastendheid blijven ze doorgaan, terwijl ze weten dat ze dit protest met de dood kunnen bekopen. Dat is nu eens een staaltje van niet verzaken van het eigen verlangen.

En intussen liggen de koeien in de wei, rustig herkauwend, met een gele flap in hun oor. Boeddhisten? Decadentie?

‘Bestemming bereikt’ vertelt mijn altijd aanwezige digitale vriendin. Ik besluit haar uit te schakelen en zet mijn fiets binnen.

Paddo’s en betutteling

Hallucinerende paddestoelen worden sinds de jaren Paddo’s’90in Nederland openlijk via smartshops verkocht. In al die tijd hebben zeweinig slachtoffers gemaakt aangezien iedereen weet dat eenpaddestoelentrip best heftig kan zijn en je je daar goed op moetvoorbereiden. Niet combineren met andere drugs, zeker niet met alcohol.Rustige omgeving. Dat alles wordt door de meeste goede smartshopsomstandig medegedeeld. En de Nederlanders hebben zich daar altijd aangehouden. Tot er recentelijk veel ophef over die paddestoelen ontstonden de conservatieve betuttelaars zich weer eens ‘zorgen’ zijn gaanmaken.More...

Het is heel opvallend hoe dat gaat. De Nazi-propaganda ministerGoebbels gaf ooit aan dat als je iets als waarheid wil inpeperen, jehet vooral vaak moet herhalen. Elk incident (meestal dramatischetaferelen met buitenlandse toeristen) wordt voortdurend opnieuw genoemdzodat het lijkt alsof we in een neerwaartse spiraal zijn beland. Hetbegon met de 17-jarige Franse toeriste die van het dak van Nemo sprong(kwam het door de paddo’s of was het meisje gewoon een depressievetiener? Tsja, als je een van haar ouders bent geef je natuurlijk graagde schuld aan de paddo’s). Toen die Fransman die een hond aan stukkensneed (bleek later niet om paddo’s te gaan: resultaat is echter wel dathet woord ‘paddo’s’ in de hoofden van de mensen blijft hangen). Derecente statistieken van oplopende paddo incidenten (met buitenlanders)in de hoofdstad. De VVD roept om een verbod (daar zijn het tenslotte‘liberalen’ voor). Minister Ab Klink onderzoekt het fenomeen.

Wonderlijk dat het met al die ‘incidenten’ altijd om buitenlandersgaat. Waarom komen Nederlanders niet in die problemen? Dat iseenvoudig. Omdat Nederlanders van de jongere generaties in hunpuberteit naast dat blowtje ook wel eens een paddestoel hebbengebruikt. Netjes volgens de voorschriften: want is best eng namelijk.Wij Nederlanders groeien er mee op. En geen Nederlander haalt het inzijn hoofd om na een avondje goed zuipen paddestoelen naar binnen tegaan werken. Een lijntje na het zuipen, ok. Een pilletje, mwa, waaromniet. Maar paddo’s? Om zoiets te bedenken moet je echt afkomstig zijnuit een of ander achterlijk land waar men nog steeds denkt via verbodenen politieoptreden mensen in een gewenste pasvorm te kunnen gieten.

Nu is het ook wel zo dat -vooral in Amsterdam- een aantal smartshopszich wel expliciet op die toeristen richten. Die ruiken het grote geld.Veel toeristen gaan naar Amsterdam om high te worden en naar de hoerente gaan. Nu, zij krijgen hun high. En dat soort snelle smartshopsverdienen er een lieve duit aan. Zoals zo vaak, leidt eenongecontroleerd kapitalisme tot een samenleving, waarbij de mensslechts als consument wordt gezien, een ‘ding’ waardoor je snel rijkkan worden. Regels moeten dan inderdaad van de overheid komen.Kapitalisme zonder regulering is ondenkbaar, wat alle vrijemarktliberalen ook beweren.

Maar alsjeblieft geen verboden! Los van het feit dat een verbod nietwerkt (kijk naar de VS bijvoorbeeld) zou de overheid ook geen oordeelmogen uitspreken over het gebruik van paddo’s. Hallucinerende middelenkunnen mensen wel degelijk helpen de wereld en hun persoonlijke levenop een andere manier te gaan zien. Mits verstandig gebruikt, zijntripmiddelen voor velen een manier om zich te bezinnen over het leven.Enkel en alleen de nadruk leggen op de risico’s is dan ook eenzijdig.Stel je eens voor dat we alleen nog maar de negatieve effecten vanauto’s gingen benadrukken (vervuilend, potentieel moordwapen, labielemensen kunnen zichzelf en anderen ermee beschadigen, geluidsoverlast,stankoverlast enz.) en niet de positieve (het brengt je snel van a naarb, niet afhankelijk van openbaar vervoer, handig voor boodschappenenz). Zouden we dan ook auto’s niet moeten gaan verbieden? De meestemensen zullen het met me eens zijn dat dat een belachelijk plan is. Welis het belangrijk, dat iedereen een rijbewijs heeft voordat hij of zijplaatsneemt achter het stuur.

Vandaar ook dat ik goed kan leven met de plannen van burgemeesterCohen in Amsterdam. De idee om het gebruik van paddo’s aan eenvergunning te onderwerpen en een driedagentermijn af te spreken zodatmensen zich kunnen bezinnen over het gebruik van de drugs remt het alte spontane en ondoordachte gebruik, zoals het kopen van paddo’stijdens een alcoholroes. Ik vermoed dat de plannen tot gevolg zullenhebben dat het aantal incidenten met (buitenlanders en) paddo’s forszal dalen terwijl de serieuze gebruikers de vrijheid houden om de doorhen gekozen middelen te nemen. Het remt ook het al te gemakkelijkevermarkten van paddo’s aan toeristen door snelle profiteurs. Natuurlijkzal er altijd een zwarte markt blijven bestaan waar je wel snel aan dedrugs kan komen. Maar goed, als je dan toch moeilijk moet gaan doen viahet illegale circuit, waarom dan in vredesnaam paddo’s kopen met je bezopen hoofd?

Pantha du Prince

Afgelopen vrijdag was ik in club 11 waar de Duitse DJ Pantha du Prince optrad. Pantha du Prince maakt heerlijke sferische minimal techno. De set die hij die avond draaide blijkt bij de VPRO online te staan. Geniet ervan!

Beluister de set van Pantha du Prince hier.

De overheersing van de zelfbeheersing

Odysseus

‘Zo klonk hun heerlijke stemgeluid op, en, vervuld van verlangen om hun gezang te vernemen, gaf met een wenk van mijn brauw ik opdracht het touw los te doen, maar zij kromden hun ruggen en roeiden.’

Homerus – Odyssee (vert. H.J. de Roy van Zuydewijn)

Matiging en zelfbeheersing zijn dé thema’s van de laatste tijd. Ditgeldt bijvoorbeeld voor de Haagse politiek, die nadenkt over allerleimanieren om de leefstijl van mensen te kunnen sturen. Concreet komt datneer op een eventuele vet-tax, rookverboden in de horeca en dediscussie over het beperken van de onmatige alcoholconsumptie vanjongeren. Maar ook de linkse intelligentsia hebben schoon genoeg vanhet doorgeschoten gedrag van het egoïstische individu. Denk aan dediscussie over overheidspaternalisme (bijv. bemoeizorg) zoals dieanderhalf jaar terug in de Waterstof gevoerd werd. Of Remko van Broekhovens essay ‘Lof der zelfbeheersing’ en recentelijk Dick Pels’ bijdrage aan het tijdschrift Hollands Dieponder de titel ‘Lof er matiging’. Het verschil tussen rechts en linkslijkt dat rechts hier vooral de nadruk op de ‘eigenverantwoordelijkheid’ van het individu legt, terwijl links zowel deverantwoordelijkheid van het individu belangrijk acht als dezedoortrekt naar een meer maatschappelijk niveau. In een tijd vandoorgeschoten neoliberalisme en onbeschoft graaigedrag aan de top lijktelke oproep tot zelfbeheersing eenzijdig. Matiging is zowel eenpolitieke als een individuele zaak. Maar wat ook in de linksecommentaren over het onderwerp vaak vergeten wordt is datzelfbeheersing niet alleen het medicijn is, maar zelf ook deel van hetprobleem van de maatschappelijke ruwheid uitmaakt.

Matiging is een klassieke deugd. Zonder een bepaalde matiging enuitstel van behoeftebevrediging was de mens nooit in het technologischvergevorderde tijdperk terecht gekomen waarin hij nu zit. Vele denkers,van Max Weber en Sigmund Freud tot Theodor Adorno, hebben reedsaangegeven dat er een verband bestaat tussen Verlichting, beschaving,vooruitgang en kapitalisme aan de ene kant en zelfbeheersing aan deandere kant. Maar die denkers hebben ons ook iets anders geleerd dat indeze tijd, waarin de roep om matiging zo sterk is, niet vergeten moetworden. Zelfbeheersing impliceert namelijk altijd een vorm vanoverheersing van de eigen natuurlijke driften, van het eigen innerlijk.En de geschiedenis leert ons dat hoe meer we die natuur, deze chaos, inonszelf lijken te overheersen, des te vaker komt deze als een boemerangterug, als de duistere zelfkant van de beschaving zelf.

In het recent opnieuw in het Nederlands uitgegeven meesterlijke boek Dialectiek van de Verlichtingvan Adorno en Horkheimer handelt één hoofdstuk eigenlijk alleen maarover Homerus’ Odyssee. In dit epische werk van Homerus komt de heldOdysseus, die terugkomt van de oorlog, tijdens zijn terugreis inallerlei avonturen terecht. Zo moet hij bijvoorbeeld langs de Sirenenvaren. Die zingen een zodanig mooi lied, dat elke sterveling die erlangs vaart direct betoverd wordt en bij hen aan land komt, waarna hijhet avontuur niet overleeft. Wat doet Odysseus nu: hij stopt de orenvan zijn mannen, die roeien, vol met was. Zelf wil hij echter één keerin zijn leven de sirenenzang horen, dus laat hij zich aan de mastvastbinden. Hij geeft ze opdracht niet naar hem te luisteren als hij erom vraagt losgemaakt te worden.

Adorno en Horkheimer trekken hier een vergelijking met hetkapitalisme. Zij zien de roeiende mannen als de arbeidersklasse,doofgemaakt door ideologie en niet meer in staat de sirenenzang van devrijheid te horen. De bourgeoisie (hier: Odysseus) hoort de zang wel,maar heeft de maatschappelijke overheersing zodanig geïnternaliseerddat hij niet in het water springt. De touwen waar hij mee vastzit staangelijk aan zijn beheersing van zichzelf. Los van het wel heelmarxistische schema, is dit denk ik wat in de discussie overzelfbeheersing vaak ontbreekt. De relatie tussen maatschappelijkeoverheersing en interne zelfbeheersing. Het beeld van het je latenvastbinden heeft een element van geweld en masochisme in zich. Zoals demens de natuur onderwerpt: de grommende zagen en bulldozers die hetregenwoud omver kegelen, het industriële gedender van het slachthuis,het zwarte asfalt en de onophoudelijke geluidsmuur van weer een nieuwesnelweg, zo gaat hij ook om met zijn eigen natuur.

Een tijdje terug bracht de SIRE een campagne uit over het ‘veel tekorte lontje’ van de Nederlander. We zouden ons wat meer kunneninhouden en niet te snel onze zelfbeheersing moeten verliezen. Hetprobleem zit hem echter niet alleen in het lontje, maar ook in de bomdie daaraan vastzit. En die bom is vaak het product van diezelfdezelfbeheersing. Ik heb het over al onze opgekropte frustraties, dezonden die we plegen tegen onze eigen natuur door te hard en teveelover te werken. Door ons te voegen naar de wensen van anderen. Derelaties die al lang niet meer werken maar te lang worden aangehouden.Onze eigen persoonlijke en creatieve ambities die gesmoord zijn dooronze behoefte aan geld en status. De spanningen die je meeneemt van jewerk bij de zoveelste reorganisatie. De problemen bij het combinerenvan een baan en de zorg voor kinderen. Kortom: we lijken de dieperevrijheden die we onszelf onthouden te willen compenseren door deoppervlakkige vrijheid van het vloeken, het schelden en de vulgaireonbeschoftheid.

Veel van het hier genoemde ‘buskruit’ is niet alleen eenindividuele, maar ook een maatschappelijke kwaal. Aan alle kantenworden we aangespoord om maar harder en langer te werken, immers: deeconomie moet groeien! Maar dat betekent wel dat we minder tijd overhebben voor onszelf en de mensen, partners, kinderen, vrienden om onsheen. Daarbij wil het kabinet het ontslagrecht versoepelen zodat mensennog dieper in onzekerheid gestort worden en nog meer spanningen zullenmeenemen naar huis. De moderne drie-eenheid van werk, markt en inkomenvormt de religie op grond waarvan wij onze eigen natuur moeten lereninperken. Geen wonder dat ons ‘lontje’ af en toe wat kort is. Velenzullen zo af en toe met Van Speyck denken: ‘dan maar liever de luchtin!’ .

Het is dan ook opvallend dat in landen met een sterk neoliberaalbeleid de roep om beschaving en disciplinering zo groot is. Dat heeftgevolgen: in 1997 zat in de Verenigde Staten bijvoorbeeld één op devijftig volwassen mannen in de gevangenis en één op de twintig zat inzijn proeftijd of was voorwaardelijk vrij. Dat is tien keer zoveel alsin Europese landen. Maar ook Groot-Brittannië en Nederland neemt deopsluiting toe in vergelijking met andere Europese naties, die nog nietzoveel neoliberale maatregelen in hun beleid hebben doorgevoerd. In deVS is die opsluiting, naast de idiote ‘War on drugs’ (ook weer zo’ndoor de staat opgelegde vorm van ‘zelfbeheersing’) ook het gevolg vandomweg meer criminaliteit. Het tekort aan maatschappelijke instituties,de grote inkomensverschillen, de doorgedraaide prestatiecultuur, deAmerikaanse wapenvrijheid: allen geven ze blijk van het fatale verbandtussen enerzijds grote maatschappelijke controle en aan de andere kantde manier waarop deze op een vernietigende manier geuit wordt.

Er is niets mis met matiging. We moeten echter niet uit het oogverliezen dat matiging en zelfbeheersing tegelijkertijd ook juist deoorzaak zijn van veel onrecht in de maatschappij. Een vruchtbarebeschaving ontstaat immers ook door het tegendeel van dezelfbeheersing: door innerlijke vrijheid en het loslaten van de door demaatschappij aan ons opgelegde controlemechanismen. Zowel matiging alsbevrijding moeten in een juiste verhouding tot elkaar staan. Soms ishet nodig om grenzen te doorbreken en zelfs de bestaande orde teontwrichten of te shockeren om daarbij een bepaald punt te maken, zoalssommige kunstenaars dat doen. Shockeren om het shockeren zélf is echteronvruchtbaar en bevestigt juist de controlemechanismen waar ze alsverkrampte reactie uit ontstaat. Ook in ons persoonlijke leven is hetgoed om ons af en toe eens los te maken uit de vertrouwde, beheerstepatronen. Soms brengt dat ons nieuwe inzichten en een nieuwe vrijheid.Maar ook dan moeten het doorbreken geen doel op zich worden, geenfetisj. Om iets nieuws te bereiken is altijd zowel een (tijdelijke)ontwrichting als een voortgezette (zelf-)beheersing nodig.

Het is niet raar dat in deze tijd van onbeschoftheid een roep ommatiging klinkt. En in veel gevallen is dat ook zeer terecht: ordinairescheldpartijen zoals Geert Wilders die bezigt in de politiek, de taaldie je hoort op straat en in het verkeer en bovenal deonbeargumenteerde grofheid waarmee sommige mensen anoniem op internetanderen proberen af te zeiken: dat maakt ons samenleven er niet bepaaldgezelliger op. Maar ook hier moeten we beseffen dat het getoonde gedrageen reactie is op een te ver doorgevoerde vorm van diezelfdezelfbeheersing. De kunst is een balans te vinden tussen vrijheid enbeheersing, tussen zelfrespect en respect voor de wereld om je heen.Dat betekent echter een radicale omslag in het heersende denken,waarbinnen de economie nog altijd belangrijker is dan de wensen van hetindvidu. Zonder dat dat besef doorbreekt zie ik de Nederlander nietveranderen in een beschaafde, hoffelijke medeburger en zijn alleoproepen tot matiging aan zeer beheerste dovemansoren gericht.

The pornographic universe

2 oktober ben ik aanwezig bij het Studium generale van Erasmus universiteit Rotterdam om een column over de pornoficatie van de samenleving voor te lezen. Zie hieronder voor een korte omschrijving, op de site vind je nog meer info.

Porn has carved its way into mainstream society: look at the millions of porn sites on the Internet, billboards of naked ladies on the streets, the increasing number of breast implantations and even vaginal ‘corrections’. Does this mean the wet dream of the porn lover has become reality? Are we living in a PORNOGRAPHIC UNIVERSE, a world where sex is access unlimited? Or is it an omen of the moral bankruptcy of our culture – where sexuality degenerates in an erotic boredom and desire eventually extinguishes?
In addition to the exhibition BODYPOLITICX, where these questions are raised by a large number of contemporary artists, Studium Generale is organising in cooperation with Witte de With, centre for contemporary art Rotterdam, an evening-filling programme, where porn and especially the ‘pornofication of our culture’ become transparent and open for discussion.

With: professor Jos de Mul (Erasmus University Rotterdam – winner of the Socratesprice 2003 with the book Cyberspace Odyssey), Judith Visser (writer of the award winning novel Tegengif [Antidote]), Rob van Gerwen, PhD (University of Utrecht), Florian Waldvogel (curator of Witte de With), Dylan van Rijsbergen (Historian, Internet publicist and co-founder of the liberal think tank Waterland). Moderator: Awee Prins, PhD (Erasmus University Rotterdam – writer of the best-selling book Uit Verveling [Out of Boredom]).
Entrance free; limited seats. Note: restricted to visitors 18 years or older.

Meer informatie: http://www2.eur.nl/studium/pornographicuniverse.html

Het Waterlog seksdebat (6): Wieringa’s onvruchtbaarheid en de ondergang van het avondland

Tommy Wieringa

Gisteren klonk de donkere stem van Tommy Wieringa op Radio 1. De schrijver had het over porno en recapituleerde het artikel ‘Barre begeerte’ dat begin juni dit jaar in NRC heeft gestaan. In dit in de vorm van een verhaal opgezet essay geeft Wieringa zijn mening over pornografie en seksfeesten als Wasteland. Die is niet gering. Wieringa herhaalde op de radio nog eens het centrale woord dat hij gebruikte om deze uitwassen van de moderniteit te benoemen: ‘onvruchtbaar’. Seks zonder liefde, zonder inhoud. Alle religies uit het verleden waren erop gericht om seksuele driften te onderdrukken en nu overschrijden we die grenzen zonder enig probleem. Dat kan niet goed zijn, volgens Wieringa. En toch is er geen weg meer terug.

Echt origineel is hij daarmee niet. Het geheel deed me denken aan Oswald Spengler, de pessimistische denker die in 1919 de ‘ondergang van het Avondland’ aankondigde. Volgens Spengler kenden beschavingen een cyclische ontwikkeling van opgang, hoogtepunt en ondergang. Zoals in het oude Rome was gebeurd was nu ook het Westen terecht gekomen in een periode van decadentie, van verval. En inderdaad het betoog van Wieringa deed het goed bij conservatieve media als het Nederlands Dagblad, die zijn artikel met instemming begroetten. Verbazend was het dat een ‘linkse’ schrijver die zulke expliciete passages opnam in zijn roman Joe Speedboot (ik heb de roman van de zomer gelezen en ben de seksscènes alweer vergeten… zaten die er in dan?) het zo ontzettend met de christenen eens was.

Onvruchtbaarheid gaat met decadentie samen. Een jonge levende cultuur plant zich voort, breidt uit, terwijl een oude, in verval gekomen beschaving langzaam afsterft. Maar is de essentie van porno en feesten als Wasteland nu werkelijk onvruchtbaarheid? De implicatie is dat seks altijd gerelateerd moet zijn aan voortplanting. Een conservatieve, zo niet religieuze opvatting. Er zijn meerdere uitgangspunten op basis waarvan je de waarde van seksualiteit kan bepalen. Zo kan seks intiem zijn en de band tussen twee mensen versterken zonder dat daar ineens kinderen van komen. Seks kan spannend zijn en je kunt er ontzettend van genieten. Tenslotte kan seks bevrijdend zijn, omdat het uitoefenen van je eigen, hoogtpersoonlijke seksuele voorkeuren een bevestiging is van je individuele identiteit. Volgens dichter Willem Kloos moest kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ zijn. Iets dergelijks zou je ook over seks kunnen zeggen.

Individuele expressie heeft altijd een element van verzet in zich. Het individu ontleent namelijk zijn bestaan aan het afwijken van het geheel, van het gemiddelde. De homo en lesbische scene van de jaren ’70 was niet alleen een emancipatiebeweging, maar stelde in zijn spel met de seksen ook de gangbare mannelijke man-vrouw verhoudingen ter discussie. Op dezelfde manier was het sadomasochisme, zoals filosoof Foucault het ooit uitdrukte, een spel met machtsverhoudingen. Tussen elke vorm van spel en de omringende samenleving bestaat een dialectische verhouding. De verstarde tegenstellingen (sekse- of macht) van de samenleving worden gespiegeld in het spel en tegelijk onderuit gehaald, wat op zijn beurt weer een uitstraling kan hebben op diezelfde maatschappij.

In het eerste bericht over het Waterlog-seksdebat spreekt Brechtje over de speelsheid van de holebi’s uit de jaren ’70. Waarom verstarde bijvoorbeeld de lesbische scene gedurende de jaren ’80 in het Butch-Femme spectrum, in ‘mannetjes en vrouwtjes’, die exact leken op de heteroseksuele rolpatronen? Waar was de speelsheid en de rebellie gebleven? Tegenwoordig kunnen homo’s en lesbo’s trouwen, net als hetero’s. Aan de ene kant is dat prachtig en noodzakelijk voor hun emancipatie, aan de andere kant is het een capitulatie voor saaie, gevestigde en beperkende structuren.

In de sadomasochistische scene gebeurde ongeveer hetzelfde. Als voorbeeld kunnen we de Wasteland feesten geven waar Wieringa het over heeft. Op deze feesten heerst een strikte dress-code, die gecontroleerd wordt door de ‘door-bitch’. Mensen moeten er ‘fetisj’ uitzien. In de praktijk komt dat vaak neer op een verplichte dresscode van lak, leer of latex. Recentelijk hoorde ik een anecdote van een man die met zijn eigen fetisj, een luier, aan de deur was gekomen bij een dergelijk feest. Hij werd geweigerd door de door-bitch, omdat hij niet ‘fetisj’ genoeg was. Een bizar en misschien hilarisch beeld van deze treurige man die in zijn luier buitengesloten wordt, omdat hij de verkeerde fetisj heeft. Toch symboliseert het wederom hoe ook de sekswereld één van uitsluiting is geworden. Er is geen sprake van seksuele bevrijding meer, of van het uitoefenen van een eigen identiteit. Van te voren is vastgelegd wat wel en niet mag, wanneer je er wel en wanneer je er niet bij hoort. De seksuele revolutie is al lang over zijn revolutionaire fase heen, het Directoraat heeft inmiddels de touwtjes weer stevig in handen.

Ik geloof dat we het huidige debat over de ‘pornoficatie van de samenleving’ daarom helemaal niet moeten zien in termen van ‘onvruchtbaarheid’ of decadentie of een verlies aan zelfbeheersing. Eerder moeten we de vraag stellen of we wel genoeg bevrijd zijn. Porno en seksfeesten zijn even onderdrukkend als dat ze de vonk van seksuele bevrijding nog in zich dragen. In de standaardisering en structurering van de seksuele revolutie zien we de natuurlijke neiging terug van elke bevrijdingsbeweging om zich te consolideren, om zijn speelsheid, originaliteit en creativiteit te verliezen. Wat we nodig hebben is niet nog meer beheersing, maar juist ontwrichting. Elk in graniet gegoten clichébeeld van de porno kan onderuit gehaald worden door een alternatief. Elke door-bitch en dress-code kan onderuit gehaald worden door meer openheid, door vrijere seksfeesten. We zouden niet de ondergang van het avondland moeten betreuren, maar het begin van iedere nieuwe morgen moeten vieren.

Dit bericht maakt deel uit van het Waterlog seksdebat.

Sport en vrijheid

Laat ik hier even eerlijk zijn. Ik ben geen sportliefhebber. Heb van het hele fenomeen nooit iets begrepen. Die griezelige lichaamscultuur is me altijd vreemd geweest. Gymlessen op de lagere en vooral op de middelbare school vond ik een ware nachtmerrie. Het volgende blogje zal de sportliefhebber dan ook tegen de borst stuiten. Maar het moet mij toch even van het hart:  geïnstitutionaliseerde sport is het product van een cultuur geregeerd door de ijzeren wet van de nuttigheid. Sport is fantasieloos, het is saai, het is onderdrukkend en vooral: sport mist elke vorm van speelsheid. Maar tegelijk –eerlijk is eerlijk- bevat diezelfde sport een belofte van vrijheid.

Dat bedoel ik als volgt. Gedurende hun jeugd zijn veel mensen ontzettend creatief. Kinderen bedenken voortdurend nieuwe vormen van spel. Zij zijn gewend hun fantasie te gebruiken, associëren er ronduit op los en hebben er geen enkel probleem mee om onder hun spel eens de regels te veranderen. Als ze Indiaantje spelen, dan is het niet erg dat er plots een ruimtevaarder in beeld komt. Spelen ze met een bal, dan kunnen ze halverwege besluiten om het spel te veranderen en bijvoorbeeld het doel te verplaatsen. Dit al naar gelang hun inventiviteit hen daartoe stimuleert. Elk spel is plooibaar, veranderlijk. Niets is van tevoren vastgelegd. De regels bepalen niet het spel, het spel bepaalt de regels. Ziedaar: de essentie van speelsheid.

Wanneer kinderen ouder worden moeten ze opeens meedoen aan geïnstitutionaliseerde sport. De regels staan van tevoren vast. Er is competitie. Het individuele plezier van het kind is nu niet langer uitgangspunt. Het systeem, de combinatie van regels, clubs, competitieschema’s gaat de praktijk overheersen. Niemand zou het in zijn hoofd halen om halverwege een voetbalwedstrijd de regels te veranderen, omdat men daar toevallig zin in heeft. Voetbal is nou eenmaal voetbal, en geen handbal, of basketbal, of rugby. Bovendien: de prestaties van de verschillende teams tijdens verschillende wedstrijden moet vergelijkbaar zijn. Anders is er immers geen eerlijke competitie mogelijk. Natuurlijk: binnen die regels is er wel een klein beetje ruimte voor een eigen stijl, voor een gevoel van plezier, voor lol en misschien zelfs voor een heel klein beetje creativiteit. Maar dan alleen tussen de mazen van het net van regels. Sport is in de eerste plaats geordend en vergelijkbaar, het is een mal, een sjabloon, waar je niet van mag afwijken. In dat opzicht is het een spiegel van onze huidige maatschappij, waarin we voortdurend gedisciplineerd worden als werknemer of werkgever in een markteconomie. Er zijn wel degelijk mogelijkheden voor plezier en creativiteit, maar op beperkte schaal. Voor het overgrote deel moeten we de regels volgen.

Extremer is het als we het hebben over ‘professionele’ sport. Ik zap op tv wel eens langs zo’n groep ernstige mannen (en af en toe vrouwen) die rond een tafel over sport praten. Het zijn net politici. Hebben ze het nu over een spelletje? Nee, natuurlijk niet. Topsport neemt zichzelf zo serieus, dat het niet langer een spiegel is van onze markt-geobsedeerde wereld: het is deel van die wereld zelf geworden. De enorme transfer-bedragen van bijvoorbeeld voetballers spreken boekdelen: dit is geen spel meer, dit is big business. De serieuze blikken op de gezichten van de mensen die voetbal analyseren zijn niet anders dan die van de analysanten van de beurs.

Naast spelletjes is er ook nog ‘sport’ teruggebracht tot zijn meest kale essentie. Sport is namelijk beweging en dat heet gezond te zijn. In deze maatschappij vinden we gezondheid belangrijk, want gezonde mensen leven langer en werken meer. Werken moeten we allemaal doen, zodat we steeds rijker kunnen worden. Dus daarom is er sport die zich richt op het lichaam als machine: fitness. In de fitnessruimte trainen mensen op mechanische wijze hun ledematen. De menselijke geest is op een gegeven moment zo vervreemd geraakt van zijn lichaam dat we het alleen nog konden trainen door geestdodende repetitiviteit. Zo’n zaal met zwetende mensen, de verwrongen gezichten, getekend door inspanning: is dat niet een prachtige metafoor voor de obsessie die onze samenleving met werk heeft? Alsmaar gaan we door maar produceren niets. Geen plezier, geen creativiteit. Alleen een gezond lichaam. En wat doen we met dat gezonde lichaam? Meer fitnessen, meer werken.

Toch kijken hele volksstammen naar sport op TV. Veel mensen gaan met plezier naar hun plaatselijke voetbalclub. Al die geïnstitutionaliseerde sport bevat namelijk nog een herinnering aan de originele speelsheid uit de kindertijd. Sport trekt mensen even uit de regelmaat van het dagelijkse leven en laat ze verlangen naar oprecht plezier, naar dingen doen omwille van die dingen zelf en niet vanwege een of ander nuttigheidsprincipe. Sport is –hoewel ze de maatschappij spiegelt in haar spelregels en competitiedwang- ook een symbool van oprecht plezier: het verwijst naar de speelsheid die ze in haar eigen regelzucht tegelijkertijd bijna verstikt.

Zou het op de een of andere manier mogelijk zijn om de creativiteit weer terug te halen in de sport? Zijn mensen nog in staat om werkelijk te spelen zonder ten onder gaan aan de fetisj van de spelregels? Ik denk dat velen dat griezelig zullen vinden. Stel je voor, je gaat met een aantal mensen naar een plaats toe terwijl je van te voren nog niet weet wat je gaat doen. Dat bedenk je ter plekke. En als het niet leuk is, doe je wat anders. Excentriek? Raar? Angstaanjagend? Toch hebben we het allemaal ooit eens op die manier gedaan. Misschien vinden we het wel zo eng omdat het hier om het praktiseren van werkelijke vrijheid gaat.

Werkelijke vrijheid, inventiviteit, creativiteit, plezier en dat alles omwille van zichzelf en niets anders dan dat, dat is wat we een beetje zijn gaan missen. Ik geloof werkelijk dat het terughalen van die speelsheid het begin kan zijn van grotere veranderingen in de maatschappij. In een tijd dat de politiek obsessief probeert te voorkomen dat kinderen ontsporen is het slim om ook eens de aandacht te richten op datgene waarin volwassenen al ontspoord zijn. Het is tijd om de vrijheid als creativiteit weer aan te durven. Het is tijd voor een sport, die werkelijk onvergelijkbaar is.

Indie electro

Tonie van Ringelestijn van het hip & nerdy blad Bright brengt elke week een playlistje met muziektracks uit. Ditmaal eentje met fijne electro. De muziek die tegenwoordig helemaal in is, heet ‘indie electro’. Indie, dat komt van independent en dat is een woord dat in Engeland gebruikt wordt voor min of meer alternatieve popmuziek. Die bandjes hebben de laatste jaren ontdekt dat je hele leuke dingen kan doen met geluidjes uit de electro- en dancewereld. In deze lijst zijn dat bijvoorbeeld Digitalism (overigens uit Duitsland) en Goose (Belgen!), maar ook het merendeel van de andere, minder bekende bands in de lijst. Check it out, zou ik zeggen.

Omdat de widget van Imeem steeds hinderlijk automatisch begon te spelen, hierbij een linkje naar Tonies Tunes om daar te luisteren.

Bergmans gelijk

Beperkt_houdbaarAfgelopen donderdag werd het tweede deel uitgezonden van Sunny Bergmans Beperkt houdbaar,de documentaire over de invloed die schoonheidsidealen die uitgedragenworden via de media op vrouwen hebben. Doordat vrouwen dag-in dag-uitbestookt worden met beelden van perfecte modellen die in de meestegevallen producten zijn van photoshop en plastische chirurgie, krijgenvelen van hen het idee dat ze niet aan de norm voldoen. Ze wordenkritisch over hun eigen lichaam, voelen zich ongelukkig en gaannadenken over mogelijke chirurgische ingrepen.

De gangbare kritiek op de klacht van Bergman is de wedervraag waarze zich eigenlijk druk over maakt. Je kunt toch zelf ook wel bedenkendat al die modellen niet ‘echt’ zijn? Waarom je onzeker voelen over jeuiterlijk? Als jij niet aan perfecte normen voldoet, dan maakt dat tochniet uit, er zijn miljoenen vrouwen die niet aan het schoonheidsideaalvoldoen. Waarom je druk maken over de pornoficatie van de samenleving?Als je al die porno niet wil zien, dan kijk je toch gewoon de anderekant uit? Dring je op deze wijze niet jouw normen, over wat goed ensmaakvol is, op aan anderen? Laat mevrouw Bergman niet zo moeilijkdoen, ze stelt zich aan, ze overdrijft, het loopt allemaal zo’n vaartniet, vrouwen zijn toch sterk en autonoom genoeg om hun eigenbeslissingen te maken? Als iemand een plastische chirurgische ingreepdoet, dan is dat toch prima en iemands eigen keuze?

Het probleem met dit soort laissez-faire liberalisme is een gebrekaan zelfreflectie. Het gaat immers uit van een aantal niet nadergenoemde uitgangspunten die zeer twijfelachtig zijn. In de eersteplaats de idee dat vrouwen (mensen in het algemeen) volstrekt autonoomzijn en hun eigen beslissingen kunnen nemen onafhankelijk van de wereldom hen heen. Dit is een volstrekt utopische gedachte. Mensen wordenvanaf hun geboorte gevormd door beelden, gedachten en verhalen uit hunomgeving. Wie je bent, wat goed en wat kwaad is, wat waarheid is, watje zou moeten bereiken in je leven is grotendeels een product van onzeomgeving. Omdat we niet alles wat we horen empirisch enwetenschappelijk kunnen testen nemen we heel veel aan, vanautoriteitsfiguren bijvoorbeeld, of gewoon omdat iedereen het zegt ofomdat je het overal ziet. Dat je je aan vuur kan branden kun jeempirisch uitvinden, maar wat mooi en lelijk is, is veel vloeibaarderen moeilijker vast te stellen. In die laatste gevallen zoek je dan ookvaak houvast in je omgeving. In de eerste documentaire van Beperkt houdbaarkan Bergmans vriend praten als Brugman, zijn waarheid over haarschoonheid kan haar niet overtuigen. Dokter Mattlock in zijn witte jasheeft meer autoriteit, evenals de overdosis aan schoonheidsbeelden dieze elke dag toegediend krijgt.

Een tweede aanname van de liberale ‘vrije keuze’ gedachte is dat devraag het aanbod bepaalt. Stelt u zich even voor: een grote groepgeheel onafhankelijke, vrije geesten bedenkt uit het niets dat zebehoefte hebben aan een bepaald soort porno en schoonheidsbeelden. Deindustrie komt ze onmiddellijk tegemoet met alles wat hun hartjebegeert. Wat een prachtige gedachte, maar hoe onrealistisch ook. Ikdenk eerder dat mensen nog meer perfecte vrouwen en harde porno willenomdat ze geleerd hebben dat dat lekker is. Het is net als mode: weleren van de industrie wat hip is en we gaan vanzelf oudere modebeeldenlelijk vinden (of mooi, in een tijdperk van retromode). Daar komt geenvrije beslissing aan te pas. Ja natuurlijk, op detailgebied is er vrijekeuze. Je kan aan een bepaalde trend wel en aan een andere nietmeedoen. Zoals je kan kiezen tussen de ene pornosite en de andere. Maarnetto heeft dat op de industrie weinig invloed. Uiteindelijk bepalenzij hoe wij eruit zien en wat we lekker (horen) te vinden.

Nu heb ik weinig problemen met mode. Deze stimuleert een zekereafwisseling in kleding door de tijd heen en beperkt voor de gewonekoper de keuzestress, omdat je slechts hoeft te kiezen uit datgene watop een bepaald moment ‘in’ is. Bovendien is het bijzonder handig om opbasis van de kleding oude foto’s gemakkelijk te kunnen dateren.Geïdealiseerde vrouwbeelden echter maken dat vrouwen zich ongelukkigergaan voelen, de pornoficatie van de samenleving stimuleert de gedachtedat de vrouw onderdanig zou moeten zijn aan de man, lustobject zoumoeten zijn, en staat daarmee de emancipatie in de weg. Wat dan ooknoodzakelijk is, is meer dan de individuele keuze van zogenaamd‘autonome’ vrouwen om hier niet aan mee te doen. Zelfbewustzijn moetzich dan juist vertalen in collectieve actie.

Wat Bergmans actie uitwijst is dat autonomie niet een gegeven is,maar iets is dat telkens weer opnieuw bevochten moet worden. Juist doorde acties van Bergman, waarbij bijvoorbeeld foto’s in glossy’s wordenvoorzien van het ‘gephotoshopt’ logo, kunnen vrouwen zich losmaken vanhet door de industrie bepaalde beeld van de vrouw en daarmee een beetjeindividualiteit terugveroveren. Het is juist door actie, door dadendus, waarmee je –in samenwerking met anderen- ingrijpt in de omgevingom je heen, dat je wordt wie je bent. Niet door passief de wereld aanje voorbij te laten gaan. En zo is het niet alleen met devrouwenemancipatie, zo is het met veel politieke onderwerpen.Rechts-liberalen hebben het naïeve idee dat werkelijke keuzevrijheid,gelijke kansen en autonomie reeds gerealiseerd zijn. Links-liberalendelen deze idealen, maar zien ze als mogelijkheden in de toekomst,waarvoor voortdurend opnieuw gestreden moeten worden. Het verschiltussen ideologie en doorleefde werkelijkheid, tussen gewilde illusie enondervonden realiteit.

Ook deze bijdrage verscheen in het kader van het Waterlog Seksdebat.

Slow Sex (bijdrage aan het Waterlog seksdebat)

Het debat over depornoficatie van de samenleving is in Nederland tot nu toeaangezwengeld vanuit twee perspectieven: een feministische en eenconservatief-religieuze. Feministen maken zich zorgen over devernederende pornografische iconografie, waarbij vrouwen louter alslustobjecten en mannen als dominante lustsubjecten worden afgebeeld. Deconservatieven maken zich druk om al die verwerpelijke erotischeafbeeldingen, die mensen zouden verleiden tot de verkeerde gevoelens(zoals bijvoorbeeld seks vóór of buiten het huwelijk). Deallesoverheersende pornoficatie van media en straatbeeld zien zij alseen gevaar voor de veilige en beheerste wereld waarin zijzelf en hunkinderen moeten leven. Er ontbreekt mijns inziens echter een belangrijkander gezichtspunt: de wijze waarop wij met porno en seks omgaan isnamelijk het spiegelbeeld van een harde, consumentistische samenlevingwaarin behoeftes alleen nog maar snel bevredigd kunnen worden. Eensamenleving die genot af wil raffelen in quality time, diezelfs iets persoonlijks als seksualiteit gerationaliseerd engelijkgetrokken heeft. Wat ontbreekt is een kritisch socialistischperspectief.

De wijze waarop de massamedia, het bedrijfsleven en de commerciezich sinds de jaren ’80 op porno hebben gestort loopt gelijk op met detoename van neoliberale economische veranderingen en de bijbehorendeverharding in de maatschappij. In de film Boogie Nights is1980 het jaar dat de film in tweeën gesplitst: van de vrolijke tijd inde jaren ’70, de tijd van de sleezy pornobioscopen, naar de opkomst vande videoband en de commercialisering daaromheen. De tweede helft van defilm markeert dan ook de neergang van de grote pornosterren van deeerste helft. Ze raken aan lager wal, verslaafd. Hoe gemakkelijker dedistributiemechanismen (en hoe meer er dus commercieel uitgeperst konworden) van porno werden, des te platter (want lagere budgetten) enuitgekauwder de films.

Seks. Als er iets is dat te maken heeft met de persoonlijkheid vaneen individu, dan is het wel seksualiteit. Ariel Levy spreekt in haarboek over de ‘ongrijpbaarheid’ van seksualiteit. Maar de commercieheeft geen boodschap aan ongrijpbaarheid. Om een product breed tekunnen verkopen, is het nodig om het te standaardiseren. Het begripseks wordt daarbij ingekaderd en teruggebracht tot directe fysiekeexpliciete handelingen. Handelingen die zo standaard zijn, dat je ze ineen catalogus kan zetten: pijpen, beffen, vaginale seks, anale seks,diverse standjes. Dit gecombineerd met een beperkte variatie inlichamen (blondje of negerin, beiden met grote siliconenborsten,mannelijk subject vaak zwaar-geschapen gespierde gorilla: blank ofzwart). Dat werd de definitie van seks. Niet langer de langzame weg vanerotische blikken, van subtiele verwijzingen, van speelsheid enexperiment: nee, seks, teruggebracht tot de kern: stijve pik, sperma,cumshot.

Feministen spreken vaak over de leegheid in de blik van de vrouwenin pornofilms. Maar de mannen zijn net zo leeg. De ‘personages’ in eenpornofilm zijn even inwisselbaar als werknemers na de nieuweontslagrechtplannen van het kabinet. In de representatie van erotieklaat het late kapitalisme zijn meest oppervlakkige en lelijke gezichtzien: het karakter en het individu zijn afgeschaft, het zijn alleen nogje ‘prestaties’ die maken wat je bent. Of dat nu de kreunendepornoactrice is die haar mannelijke tegenspeler zijn product over haargezicht laat sproeien of de kantoormedewerker die zich moet richtennaar de machtsstructuren in het geglobaliseerde bedrijfsleven. Iedereenmoet zich aanpassen, er is geen plaats meer voor een persoonlijke noot,de norm is reeds door de industrie gezet. We moeten allemaal slikken.

Want wat is seks geworden in onze postmoderne cultuur? Het is ietswaar we ‘tijd voor moeten maken’ in onze drukke levens. Seksualiteitwordt in vrouwenbladen aangeraden als zeer belangrijk voor je relatie,maar is veroordeeld tot de slaapkamer in de kleine uurtjes. Of wellichtde parenclub, of het homopark, of een andere geëigende, voorafvastgestelde plek. De wijze waarop we met seks omgaan (evenals hetopvoeden van onze kinderen, tijd nemen voor jezelf of voor cultuur,creatieve, niet-commerciële zelfontplooiing, sport enz.) is als ietsdat beheerst moet worden. De conservatieven zitten er dan ooknaast, in hun angst voor verlies aan zelfbeheersing: er is juist nietsbeheerster dan porno. Je kunt zelf de tijd bepalen dat je er gebruikvan maakt en kiezen hoe je dat wil. Natuurlijk, het straatbeeldglibbert van de (afgezaagde) seksualiserende afbeeldingen, maar wiedaar nog niet immuun voor is, moet toch zowat van een andere planeetkomen (Iran, Noord-Korea enz.).

Het is de allesoverheersende behoefte aan economische groei, diemaakt dat we aan alles wat een leven mooi, rijk en individueel maaktsteeds minder tijd besteden, of het wegrationaliseren, outsourcen,commodificeren. Anders dan lifestylebladen impliceren kun je jeindividualiteit niet kopen. Je kunt wel een uitgekauwde, van elkeoriginaliteit gespeende porno-ervaring aanschaffen. En dat is watkinderen ook leren van de pimps & ho’s in hip hop clips. Hoe tevoldoen aan platte clichés. Want als je meedoet met de rest, als je inje meest persoonlijke seksbeleving al je individualiteit kwijtraakt,dan ben je wat, dan hoor je erbij. Zoals met alles in deze doorproductiviteit bezeten samenleving.

Dat betekent natuurlijk niet dat er iets mis is met seks, meterotiek en zelfs met pornografie. Er is iets mis met de cultuur en deeconomie die ons dagelijkse, meest individuele leven vermorzelt. Ikdenk echter dat seksualiteit wel een manier is om verzet te plegen. Netzoals er een Slow Food beweging bestaat, die zich verzet tegen de standaardisering en simplificatie van ons voedsel, zo zou er een Slow Sexbeweging moeten komen die in opstand komt tegen de eenvormige manierwaarop de industrie de seksbeleving voor ons neerzet. Een beweging diestimuleert dat er weer origineel, creatief, spannend, eerlijk,individueel gesekst, geschreven, gefotografeerd en gefilmd wordt. Eennon-profit club die nieuwe beelden gaat uitvinden die zich nietconformeren aan de voorgefabriceerde erotiek die als kant-en-klarepakketjes Knorr Wereldgerechten worden verkocht. Dat is nietalleen een doel dat al onze zinnen zou kunnen gaan prikkelen. Het isook nog eens een statement tegen een dolgedraaide,overgecommercialeerde, gestresste en onpersoonlijke maatschappij.

Dit stuk heb ik gepubliceerd als bijdrage aan het Waterlog Seksdebat.