Zizek over ideologie

Het is echt ongelooflijk was je allemaal aan prachtig materiaal op YouTube kan vinden. Zo vond ik beelden van een lezing van één van mijn favoriete filosofen, de Sloveen Slavoj Zizek. De lezing is in twaalf delen van ongeveer tien minuten geknipt, waarvan ik de eerste drie delen hieronder plaats. Ik zal daarbij even kort aangeven wat ik er zo leuk aan vind.

Marxisme en sociaal-individualisme
In de eerste plaats lees ik graag marxisten (zoals Zizek). Waarom leest een sociaal-individualist marxisten? Dat komt omdat ik intens kan genieten van hun vaak scherpe, dialectische redeneertrant en hun vernietigende analyse van bestaande ideologieën. Ook als linksliberaal moet je regelmatig door ideologische overtuigingen heenprikken. Veel mensen hebben niet door hoe radicaal het linksliberalisme wel niet is. Echte sociaal-individualisten willen de hele maatschappij herinrichten naar principes van vrijheid en sociale rechtvaardigheid. Dat is geen slappe pragmatiek zoals bij D’66, geen neoliberaal gerommel in de marge, geen derde weg zoals bij Tony Blair. In de traditie van Rawls zwicht je niet voor argumenten van schijnbare noodzakelijkheid voor de economie, concurrentie t.o.v. het buitenland, de slag die we ‘zeker’ gaan verliezen tegenover China en India ‘als we zo doorgaan’. Dat is een overeenkomst met het marxisme, ondanks alle verschillen. De ethiek komt eerst en de economie (of de markt) is dienstbaar aan ons menselijk geluk. We verdinglijken ‘marktwerking’ niet als een onzichtbare grootmacht waar we geen vat op hebben. Uiteindelijk zijn wij de economie, de markt zelf, met onze daden, en die kunnen we dus ook veranderen.

Natuurlijk, linksliberalen geloven niet in een volledig gecollectiviseerde economie, zien ook positieve dingen in het kapitalisme en principes van marktwerking, geloven dat er zoiets bestaat als een sociale meritocratie die voortkomt uit gelijke kansen in plaats van een opgedrongen gelijkheid van zowel kansen als uitkomsten en zien tenslotte de vrijheid van het individu als een belangrijk ethisch uitgangspunt. Dat neemt niet weg dat er volgens hen flink ingegrepen moet worden in de nog altijd ongelijke verdeling van kansen in de maatschappij. Dat betekent dat je niet bang moet zijn om (vanuit een democratische staat) in te grijpen in de eigendomsverhoudingen.

Foute films
Wat ik sympathiek vind aan deze lezing van Zizek is hoe hij een aantal ideologisch gekleurde films over 9/11 becommentarieert. Het gaat om United93 en World Trade Center. Het valt me op hoe kritiekloos in mijn omgeving vooral naar een film als United93 wordt gekeken. Mensen consumeren het zonder de context te begrijpen. Hetzelfde geldt voor zeer conservatieve propaganda bij rechtse series als 24, waarin martelen in crisissituaties (denk: terrorisme, de oorlog in Irak) wordt opgehemeld. Mensen zetten de jingle van de serie op hun mobiele telefoon omdat ze de serie spannend vinden. Ze hebben geen idee wat ze daarmee eigenlijk zeggen. Ooit zag ik de historische nazi propagandafilm Der Ewige Jude en voordat die vertoond werd vertelde een historicus welke propagandatruuks allemaal gebruikt werden. Dit om ons argeloze toeschouwers opmerkzaam te maken. Eigenlijk vreemd, terwijl we elke dag gebombardeerd worden met allerlei propaganda en er niemand is om ons te vertellen hoe we worden gemanipuleerd. Maar goed, zo iemand als die historicus is Zizek dus voor moderne films.

Het geeft mij eigenlijk altijd een raar gevoel om naar zo’n in mijn ogen ‘foute’ film te kijken. Het voelt altijd een beetje als hoereren. Je kunt een rechtse tekst kritisch lezen, dan hou je hem op een afstand. Maar een film heeft effect op je gevoel, neemt je mee. Als je je mee laat voeren door een rechtse film (en dat moet je, want anders ‘beleef’ je een film ook niet.. je kunt een film niet ‘van een afstand’ beleven) dan is dat net zoiets als met iemand vrijen waar je eigenlijk om de een of andere reden niet mee wil seksen. Je laat iets of iemand heel dichtbij komen, terwijl je dat liever toch niet doet.

Zizek geeft in onderstaande lezing heel scherp aan waar de ideologische momenten in dit soort films liggen. Probeer niet meteen in lachen uit te barsten vanwege zijn verschijning en werkelijk idiote accent. Een halfuurtje kijken werpt zijn vruchten gegarandeerd af!

Advertenties

2 days of 5 Days Off

4_1

Dat was een heerlijk weekend… Afgelopen week was het 5daysoff dance festival in Amsterdam en ik had besloten het ditmaal eens niet te missen. Dus ben twee achtereenvolgende avonden, vrijdag- en zaterdag, naar Paradiso geweest. Hoewel ik me op beide feestjes uiteindelijk vermaakt heb, had ik niet verwacht dat het contrast tussen die twee avonden zo groot zou zijn.

Vrijdagavond stonden live-optredens geprogrammeerd. Onder meer van Junior Boys, wiens laatste cd ‘So this is goodbye’ ik regelmatig draai: heerlijk weemoedige en dansbare electropop. Ervan uitgaande dat de rest van de programmering dan wel vergelijkbaar zou zijn, leek het me leuk om deze avond te gaan. Zodra ik er was, begon ik echter al enige argwaan te krijgen. Ten eerste: het publiek. Dit was niet het gangbare danspubliek dat ik vaak op feestjes tegenkom. Ze zagen er raar uit. Met raar bedoel ik: smakeloos. De kleedstijl voor mannen was saai: ongeïnspireerde t-shirts en overhemden. Dames zagen er over het algemeen niet erg vrouwelijk uit. Vooral de lompe Doc Martins zaten me dwars bij de ladies: hoe kun je zoiets dragen op een uitgaansavond?. Daarnaast leden vooral de mannen aan overmatige hoofd- maar ook gezichtsbeharing. Het zal toch niet waar zijn dat de baard weer in de mode komt? Het begon tot me door te dringen dat dit misschien wel poppubliek was. Niet de mensen die naar dansfeestjes gaan, met het soort mensen dat naar bandjes gaat kijken.

Dat werd me dan ook al snel duidelijk toen ik de eerste bandjes hoorde spelen. Hoewel de Junior Boys aan het begin van de avond prima muziek lieten horen, waren het grootste deel van de bandjes rockgeoriënteerd. Volgens de organisatie van 5daysoff ging het echter wel om dansbare muziek. Ik weet niet hoe ze daarbij zijn gekomen, maar bandjes als The Teenagers en Does it offend you yeah maakten alles behalve dansmuziek. Vervelende ondefinieerbare en tegelijk slaapverwekkende herrie waar een zaal vol puistige postpubers bij op en neer aan het springen was als bavianen onder een bananenboom. Een en ander werd overigens goedgemaakt door het Belgische Goose. Deze band maakte me duidelijk waarom sommige mensen live-optredens leuk vinden. Zij pompten hun rocky electro met een enorme energie het zaaltje binnen en zetten dat kracht bij met wilde armbewegingen en heftig op en neer gespring. Goose is voor mij een ontdekking en ik zou iedereen aanraden eens hun cd te gaan beluisteren.

Wat de vrijdagavond betreft nog even een opmerking: de optredens werden van elkaar gescheiden door dj’s, zoals de Robotrock dj’s en later Diplo. Deze jongens draaien echter veel te eclectisch. Zo nu en dan gooien ze een lekkere technoplaat op de draaitafel, waarna ze deze smakeloos over laten gaan in iets belachelijks, met als miserabel dieptepunt ‘Sweet child of mine’ van Guns’n’Roses (u weet wel van heul vroeger!). Ik heb me zelden zo geërgerd aan DJ’s. Het bezopen poppubliek scheen het allemaal verder prima te vinden. Een opmerking aan de organisatie van 5daysoff: zouden jullie me de volgende keer kunnen waarschuwen als je dit soort gekkigheid programmeert?

Hoe anders was de door Electronation georganiseerde zaterdagnacht! Voordat ik met mijn lof begin wil ik nog even een punt van kritiek noemen. De lange rijen voor de ingang. Is er echt geen manier om dit te voorkomen? Ik denk dat ik zeker een uur in de rij heb gestaan, waarvan een gedeelte in de verkeerde rij (voor de gastenlijst) wat totaal niet duidelijk aangegeven was. De hufterige portier kreeg het ook nog voor elkaar om al die mensen die al een halfuur stonden te wachten weg te sturen naar de andere, ellenlange rij en dat met een sadistische glimlach op zijn gezicht. Paradiso: ontsla die kerel!

Maar los van de rijen was de avond perfect georganiseerd. Drie zalen: de grote en de kleine en de kelder waren open en kenden hun eigen programmering. In de kleine zaal vooral live optredens van electro acts waarvan ik de unieke muziek van Solvent even met name wil noemen. Onder de noemer: pret met synthesizers en een vocoder maakte deze man aanstekelijke muziek waarbij hij gebruik maakte van zijn eigen stem. Wat de grote zaal betreft: Terry Toner vond ik erg goed, groovy en sexy en toch hele rechte techno die prachtig doorging zonder onmiddelijk plat te beuken. Bangkok Impakt viel een beetje tegen, draaide saai en fantasieloos, maar alles werd goedgemaakt door Dr. Lektroluv aan het einde van de avond. Voor iedereen die Dr. Lektroluv niet kent: de beste man heeft een enorm groen gezicht en een zonnebril op (zie foto). In plaats van een Dj-koptelefoon heeft hij een grote witte bakelieten telefoon. Er wordt wel gefluisterd dat zich achter het masker van Dr. Lektroluv niet één iemand, maar maar liefst drie mensen tegelijk bevinden, maar of dat waar is of een mythe kan ik hier niet bevestigen. Dr. Lektroluv draait hele volle, harde electro gemengd met beukende techno, alles voorzien van een heerlijk trashy plastic laagje dat op de een of andere manier opzwepend werkt op de dansvloer. Zo nu en dan leek het of Lektroluv vloeibaar rubber uit de luidsprekers deed stromen.

.. En dat werd gewaardeerd door het publiek, dat ditmaal danspubliek was. Goed en smaakvol gekleed en gekapt. Verbeeld ik het me nu of zijn dansmensen ook echt gemiddeld mooier dan popmensen? Ik weet het niet, maar mijn voorkeur is duidelijk.

Prettig nieuws

Tussen de beschouwingen door leek het me eens fijn om op wat prettige nieuwsfeitjes te wijzen. Ik was gecharmeerd van het wetsvoorstel van het GroenLinks kamerlid Tofik Dibi om via media-educatie kinderen te wapenen tegen schoonheidsidealen en pornoficatie van de media. Hier kun je een interessant interview met hem zien. Het voorstel is mij vooral sympathiek omdat het niet streng moraliserend is, niet doorschiet in het verbieden van van alles en nog wat, maar juist het jonge individu wil wapenen tegen de complexiteiten en gevaren van de moderne wereld. Een opluchting vergeleken met het dreinende gemoraliseer van Dijsselbloem en de Christenunie.

De beste remedie tegen het doorgeschoten schoonheidsideaal is jongeren bewust te maken van de virtualiteit van dit schoonheidsideaal. De ontwikkeling die je dan ook ziet is dat schoonheid in de virtuele wereld steeds meer democratiseert. Zo las ik dit artikel in de Bright. Een journaliste heeft zich voor een VPRO programma laten fotograferen als flickr babe. Toegegeven, deze dame is al niet bepaald lelijk van zichzelf. Maar de foto’s zijn echt betoverend. Als dit de erotiek is van de toekomst, dan mag je er van mij billboards mee volhangen. Iedereen zijn eigen billboard wel te verstaan.

Tenslotte natuurlijk de historisch-culturele canon van Frits van Oostrom, die eindelijk verplicht wordt voor het onderwijs. Dat heeft minister Plasterk toch maar mooi voor elkaar gekregen. Wel grappig, gezien de pittige discussie die ik met hem per mail had na mijn artikel over de canon in Waterstof (ik stelde zijn onzalige idee over de ‘beta-canon’ op één lijn met de roep om meer Pim Fortuyn en Johan Cruijff in de canon). Al heeft de beste man zijn Christiaan Huijgens er wel in gekregen. George Bush haalt zijn vriendjes uit de gevangenis, onze ministers stoppen hun idolen in de canon, lijkt het wel.

Maar prachtig, dat die canon nu verplicht is. Een gemeenschappelijk cultureel referentiekader is werkelijk nodig in deze tijd van versnippering. Ook dat is een noodzakelijke vorm van media-educatie.

Perversie

Een tijdje geleden sprak ik hier over pornografie en de nadruk die daarbinnen op de uiterlijke vorm van seksualiteit wordt gelegd. Door zo de nadruk te leggen op technieken en handelingen mist men de grillige kern van de seksualiteit, was mijn commentaar. Ik trok dat door naar andere delen van de cultuur, bijvoorbeeld de verhouding tussen kinderspel en georganiseerde sportwedstrijden. Zodra je je teveel richt op de techniek dan verdwijnt langzaam het doel waar je eigenlijk naar op zoek was.

Nu is dat volgens de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan het kenmerk van de perverseling. In onze cultuur fungeert bijna alles als een teken, dat wil zeggen dat het naar iets anders verwijst. Een voorbeeld is een beha. Een beha kan je erotiseren. Dan komt dat omdat de beha naar borsten zou kunnen verwijzen en borsten zouden een seksuele betekenis kunnen hebben. Wat doet nu de perverseling? Die erotiseert de beha niet omdat deze een verwijzing is, maar ziet de beha zelf als seksueel opwindend: als een fetisj. Hier vindt een betekenisverschuiving plaats, de perverseling verlangt niet naar wat er achter het teken hangt, maar naar het teken zelf.

Je zou dus ook kunnen zeggen dat pornografie pas pervers is, als deze de plek van de seksualiteit inneemt. Zolang pornografie een verwijzing blijft bevatten naar iets anders, heeft het meer een erotische, seksopwekkende werking. Pas als je porno gaat lezen alsof het ‘echter’ is dan de werkelijkheid, en de werkelijkheid moet gaan voldoen aan die pornografie, dan is er iets mis. Pornografie, de plaatjes, de verhaaltjes en de beelden, zouden een verlangen moeten oproepen naar The Real Thing en niet de plaats daarvan in moeten nemen. Ik geloof dat dat ook hetgene is waar iemand als Ariel Levy kritiek op heeft, een bimbocultuur waarin porno de plaats van de werkelijkheid inneemt, tot fetisj wordt gemaakt.

In hoeverre is dit niet echter sowieso een kenmerk van die cultuurperiode die destijds het postmodernisme werd gedoopt? De Franse filosoof Baudrillard sprak al over een hyperrealiteit. Dat betekent dat datgene wat je door de massamedia aan informatie binnenkrijgt echter voelt dan de realiteit. Toen ik voor het eerst in Afrika kwam had ik ook een onwerkelijk gevoel, alsof ik ineens door een omgeving heen liep die ik uitstekend kende van televisie, maar daardoor ook onecht was. De plaatjes zijn bekend, maar lijken ‘echter’ op televisie dan in werkelijkheid. Kun je iets perversers bedenken?

Fundamentalisten zijn ook perverselingen, heeft de Sloveense filosoof Slavoj Zizek al eens geopperd. Want fundamentalisten zien de letter van het heilige boek niet als een verwijzing naar iets heiligs, iets groots, wat daar achter ligt, maar vereren het boek zelf in al zijn letterlijkheid. Zowel George Bush als de islamitische fundamentalisten maken daarbij dezelfde fout. Om het Bijbels te zeggen: zij aanbidden het Gouden Kalf. Of om het nog anders te zeggen: hun heilige boek wordt hun fetisj. Er is niets mis met geloof, maar echte gelovigen weten dat de tekst altijd naar iets anders verwijst en niet op zichzelf heilig is. Niets is daarom postmoderner dan fundamentalisme.

Pornografie als fetisj, de hyperrealiteit van Baudrillard, het fundamentalisme: waar komt al die perversie vandaan en wat kunnen we ertegen doen? Linkse auteurs als Sennett, Jameson en Harvey hebben al aangegeven dat er verband is tussen het postmodernisme en de cultuur van het nieuwe kapitalisme of het neoliberalisme. Marx zelf sprak al over goederenfetisjisme, de neiging om goederen op zichzelf te gaan waarderen in plaats van ze te zien als producten van arbeid of middelen om andere dingen mee te doen. Veel mensen bijvoorbeeld streven naar meer geld om meer goederen te kopen, maar verliezen daarmee het zicht op het streven naar geluk wat daarachter zit. Je begint ooit met het vergaren van bezittingen om gelukkiger te worden, maar vergeet op den duur die reden en het vergaren van rijkdom wordt een doel op zichzelf. Ook dat is pervers, maar onze hele cultuur en de politiek is op dat idee gebaseerd. Geen wonder dat je deze perversie dan op alle gebieden van de cultuur terugziet. Perversie wordt de dominante levensmodus, de bril waarmee we naar de wereld kijken. Dat ligt denk ik zelfs dieper dan het kapitalisme, het is een alomvattende betekenishorizon geworden in onze technologisch denkende samenleving,

Kunnen we er wat tegen doen? Ik ben niet zo’n cultuurpessimistische somberaar dat ik dat niet geloof. Het beste kunnen we leren van de perverselingen. Mensen met een fetisj kunnen die gevoelens vaak prima scheiden van de werkelijkheid. Iemand die houdt van latex, weet wel dat hij of zij eigenlijk verlangt naar iemand in dat latex en niet naar het kledingsstuk zelf. Dat neemt niet weg dat die persoon intens kan genieten van zijn fetisj. Belangrijk is daarom dat we ons telkens weer bewust worden van onze eigen perversiteiten, zonder deze helemaal te willen verwerpen. Want de perversie van de techniek en het kapitalisme levert ook een enorme energie en heeft onze beschaving in een aantal opzichten (bijvoorbeeld in de gezondheidszorg en de democratie) veel goeds gebracht. Wat ons te doen staat is het bewust en kritisch cultificeren van ons eigen fetisjisme.