Vrije tijd

Mannen werken meer in deeltijd. Dat schreef NRC handelsblad in een eerste deel van een artikelserie over ‘moeders, vaders en deeltijdarbeid’. Het aantal vaders dat in deeltijd werkte steeg van 30.000 in 1995 naar 64.000 in 2005. Nog steeds is dat natuurlijk niets in vergelijking met het aantal vrouwen dat in deeltijd werkt (420.000 in 2005) maar het is een vooruitgang. Wat vooral interessant was in dit artikel, was dat mannen dit deeltijdwerk anders blijken te organiseren. Mannen zijn veel stelliger over hun vrije dag. Ze zetten eerder hun telefoon uit en behandelen hun mail in een uur per dag. Vrouwen zijn de hele dag bereikbaar en doen de dingen tussendoor. Volgens de in het artikel geïnterviewde directeur van internetprovider xs4all zijn vrouwen zo dankbaar dat ze deeltijd mogen werken dat ze vervolgens niet al te moeilijk willen doen. Het lijkt alsof mannen hun vrije dag meer als een recht zien. En daar hebben ze gelijk in.

Als er één ontwikkeling is die naar mijn mening kenmerkend is voor de laatste jaren en zeker voor mijn generatie, dan is het wel dat betaald werk maar één deel van je leven is. Was het voorheen zo dat je je identificeerde met je beroep, je werkgever en de daarbij horende status: tegenwoordig is het steeds meer van belang om ook daarbuiten een identiteit te creëren. Dat kan op veel verschillende manieren: door vrijwilligerswerk, als zorgzame vader of moeder of door meerdere, parallelle carrières. Recent stond er in HP/De Tijd een uitgebreid artikel over mensen die naast hun reguliere arbeid een andere baan beoefenen, bijvoorbeeld als house-DJ in een club, als acteur in een grote musical of als popmuzikant. Dit onderscheidt zich dan van het ouderwetse idee van een ‘hobby’ in dat de arbeid serieus beoefend wordt.

De filosoof Adorno schreef ooit dat het begrip ‘vrije tijd’ (Freizeit) in een kapitalistische maatschappij eigenlijk neerkwam op een uitbreiding van de werktijd. In je vrije tijd kom je tot rust, zodat je des te productiever kan zijn in de momenten dat je dient te produceren voor je werkgever. Vandaar het rigide onderscheid tussen vrije tijd en arbeidstijd, waarbij je geacht wordt te ‘ontspannen’ in je vrije tijd en geen inspannende werkzaamheden uit zou moeten voeren. Dat betekent dat mensen oppervlakkig amusement verteren (zoals bijvoorbeeld de lege verpozing van de televisie) en zich werpen op hobby’s. Volgens Adorno zijn mensen niet meer productief in hun vrije tijd omdat alle productiviteit uit hen gezogen wordt, het beste wat ze nog kunnen produceren is een hobby, een inferieure bezigheid waaruit producten als slechte gedichten of slecht geacteerd amateurtoneel voortkomen. Dingen die andere mensen over het algemeen veel beter kunnen. Het hele idee van hobby’s heeft iets overbodigs, iets inferieurs over zich. Adorno gebruikt er ook wel de term ‘pseudo-activiteit’ voor.

Natuurlijk stelt Adorno hier de zaken op scherp, zoekt doelbewust de confrontatie. Ontspanning is niet altijd slecht en als het uitvoeren van een hobby mensen ontspant, dan is daar helemaal niets mis mee. Toch heeft hij in de kern gelijk: nog steeds is het niet algemeen geaccepteerd dat mensen er meerdere carrières op nahouden en dat betaalde arbeid maar één gedeelte van het leven, misschien niet eens het belangrijkste kan vormen. Het artikel in NRC heeft het vooral over mensen die in deeltijd gaan werken om voor hun kinderen te zorgen. Typisch eigenlijk, voor kinderen zorgen is een taak die je serieus uitvoert en die niemand als ‘hobby’ zal omschrijven. Een marxist als Adorno zou zeggen dat dat logisch is: de kapitalistische productiemachine heeft nieuwe arbeiders nodig. Maar naast betaald werk en het opvoeden van kinderen zijn er vele andere dingen in een mensenleven, en in de zelfontplooiing van een individu, die met evenveel ernst en overtuiging uitgevoerd zouden moeten worden. Vaak gaat dat dan om het ontplooien van talenten die door de zogenaamde vrije markt niet gewaardeerd worden, bijvoorbeeld musiceren in specifieke genres, het schrijven van serieuze poëzie en literatuur, het maken van beeldende kunst of het doen van allerlei vrijwilligerswerk dat de gemeenschap ten goede komt maar dat niet of slecht betaald wordt. Het gaat dan vaak om bezigheden die een bepaald kwaliteitsniveau bezitten, zodanig dat iemand daar een besef van eigen identiteit uit kan halen.

In mijn ogen zijn Adorno’s ideeën over ‘Freizeit’ nog heel actueel. Hoewel het aantal uren aan vrije tijd de laatste decennia is toegenomen worden we nog steeds geregeerd door de dictatuur van de economische productiviteit. Een activiteit is pas relevant als deze (op korte of op lange termijn) geld oplevert. Tevens probeert het bedrijfsleven stapje voor stapje meer invloed te krijgen op het leven van een individu. Het is niet ongewoon om tegenwoordig op je cv melding te maken van je hobby’s of ‘overige activiteiten’. Het bedrijfsleven wil steeds meer weten over je hele persoon in plaats van alleen je capaciteiten binnen een bepaald vakgebied. Er is een hele industrie ontstaan rond assessments, waarbij mensen psychologisch volledig gescreend worden (niet alleen hun kennis, ervaring of relevante vaardigheden). Dit is ook de zelfkant van de zogenaamde ‘soft skills’ in management waarbij werknemers veel meer als persoon worden behandeld. De interesse in mensen is dan namelijk niet authentiek, maar slechts een afgeleide van de behoefte aan grotere productiviteit. Het is een vorm van zachte disciplinering.

Intussen ervaren mensen steeds meer druk van buitenaf. Er is niets stressvoller dan de druk die mensen ervaren als ze in een bepaald patroon moeten passen. Soms neemt de benutting van de vrije tijd dan zelfs extreme vormen aan, vormen waarbij de maatschappelijke prestatiemachine zichzelf langzamerhand in de vingers gaat snijden. Een voorbeeld is de toename van alcohol en drugsexcessen bij jongeren. In mijn ogen een teken aan de wand, een onderdrukt protest, een roep om hulp in een maatschappij die langzamerhand niet alleen de arbeidskracht maar ook de ziel van mensen wil overheersen. Daarom is een doorgaande ontwikkeling naar deeltijdwerk een goede zaak. Niet alleen voor de emancipatie van vrouwen maar ook van mannen. Economische productieve arbeid is niet alleen zaligmakend. Maar, om eerlijk te zijn geloof ik dat het huidige systeem van vrije keuze voor deeltijdwerk (in overleg met de werkgever) nog iets te idealistisch is opgezet. Bedrijven zullen ook in de vrije tijd van mensen, al of niet gebruikmakend van moderne communicatiemiddelen, steeds meer aandacht blijven vragen. Tevens is er een belangrijke cultuur waarin de overtuiging bestaat dat de economie alleen met 40 uur werk – of meer- te redden valt. Wat we nodig hebben is een verplichte 32 urige werkweek en een cultuur van werkelijke privacy. Het gaat je werkgever niets aan wat je in je vrije tijd doet, wie je bent en welke carrières je er nog meer op nahoudt. Pas als we zover zijn, zal autonomie misschien een haalbaar ideaal worden.

Advertenties
Volgende bericht
Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: