Asielzoekers

Logo
Zelfs de katten hebben tegenwoordig een legitimatieplicht. Maar Nederlands staatsburger zijn ze wel, als ik de tekst van de advertentie hiernaast mag geloven. Toch een beetje raar, om anno 2007 zo’n slogan te lezen. ‘Asielzoeker’: een beladen term. Ze staan tegenwoordig al lager in rang dan huisdieren.

Gevaarlijke preutsheid

Een lerares aan een lagere school laat per ongeluk vanaf een pc pornografische plaatjes aan de kinderen zien. Zij wordt nu aangeklaagd voor ‘het in gevaar brengen van minderjarigen’ en heeft 40 (!) jaar gevangenisstraf in het vooruitzicht. Waar speelt zich dit af? Iran? Afghanistan? Nee, de Verenigde Staten van Amerika: land of the free, home of the brave.

De discussie in de media rond de Julie Amero rechtzaak concentreert zich vooral op haar vermeende onschuld: zij zou het slachtoffer zijn geworden van Spyware. Tot mijn verbazing heeft niemand het daar over deze absurd, krankzinnig hoge straf voor dit minieme vergrijp. Ik moest onwillekeurig terugdenken aan mijn basisschool in de jaren ’80. Er circuleerde daar in de bovenbouw onder de kinderen op een gegeven moment een pornografische versie van een Suske en Wiske stripboek. Hier zag je Suske masturberen, Jerommeke die met een enorm geslachtsdeel uiteindelijk de maan kon besproeien en Tante Sidonia als strenge meesteres seksslaaf Lambik op zijn billen geven. Onze schoolmeester kreeg dit te pakken en gebruikte het meteen om een les seksuele voorlichting te geven. Dit is zelfbevrediging, dit is orale seks, dit is sadomasochisme enz. Ik kan me niet herinneren dat dit mijn tere kinderzieltje schade heeft berokkend. Ik was alleen weer wat beter voorbereid op de wereld waarin we nu leven. Nog steeds heb ik enorm vedel respect voor die meester die op zo’n manier op een situatie kon ingrijpen en er een les van kon maken. Hebben leraren tegenwoordig nog steeds zo’n vrijheid?

In de VS in ieder geval niet. Door een ziekelijke preutsheid en een obsessie met de tere kinderziel worden middeleeuwse straffen uitgedeeld voor een vergrijp dat nauwelijks een vergrijp is. Een land waarin de populaire cultuur steeds meer pornoficeert en waarin tegelijk de truttige preutsheid koning is. Was de VS niet ook het land met de meeste tienerzwangerschappen? Wel is het mogelijk in dit land de tere kinderzieltjes te belasten met allerlei religieuze griezelverhalen. ‘Vrijheid van religie’ betekent dat je je kinderen elke fantasie onbestraft mag wijsmaken. Zo zijn er christenen die rondlopen met de idee dat binnenkort de aarde vergaat en dat alleen een kleine groep rechtgeaarde gelovigen in de hemel zal worden opgenomen (‘rapture’). Erg gezond voor de kindergeest.

Toch moeten wij ook hier oppassen voor dit soort gevaarlijke preutsheid. Als je kinderen teveel beschermt, worden ze nooit volwassen.

Vrije tijd

Mannen werken meer in deeltijd. Dat schreef NRC handelsblad in een eerste deel van een artikelserie over ‘moeders, vaders en deeltijdarbeid’. Het aantal vaders dat in deeltijd werkte steeg van 30.000 in 1995 naar 64.000 in 2005. Nog steeds is dat natuurlijk niets in vergelijking met het aantal vrouwen dat in deeltijd werkt (420.000 in 2005) maar het is een vooruitgang. Wat vooral interessant was in dit artikel, was dat mannen dit deeltijdwerk anders blijken te organiseren. Mannen zijn veel stelliger over hun vrije dag. Ze zetten eerder hun telefoon uit en behandelen hun mail in een uur per dag. Vrouwen zijn de hele dag bereikbaar en doen de dingen tussendoor. Volgens de in het artikel geïnterviewde directeur van internetprovider xs4all zijn vrouwen zo dankbaar dat ze deeltijd mogen werken dat ze vervolgens niet al te moeilijk willen doen. Het lijkt alsof mannen hun vrije dag meer als een recht zien. En daar hebben ze gelijk in.

Als er één ontwikkeling is die naar mijn mening kenmerkend is voor de laatste jaren en zeker voor mijn generatie, dan is het wel dat betaald werk maar één deel van je leven is. Was het voorheen zo dat je je identificeerde met je beroep, je werkgever en de daarbij horende status: tegenwoordig is het steeds meer van belang om ook daarbuiten een identiteit te creëren. Dat kan op veel verschillende manieren: door vrijwilligerswerk, als zorgzame vader of moeder of door meerdere, parallelle carrières. Recent stond er in HP/De Tijd een uitgebreid artikel over mensen die naast hun reguliere arbeid een andere baan beoefenen, bijvoorbeeld als house-DJ in een club, als acteur in een grote musical of als popmuzikant. Dit onderscheidt zich dan van het ouderwetse idee van een ‘hobby’ in dat de arbeid serieus beoefend wordt.

De filosoof Adorno schreef ooit dat het begrip ‘vrije tijd’ (Freizeit) in een kapitalistische maatschappij eigenlijk neerkwam op een uitbreiding van de werktijd. In je vrije tijd kom je tot rust, zodat je des te productiever kan zijn in de momenten dat je dient te produceren voor je werkgever. Vandaar het rigide onderscheid tussen vrije tijd en arbeidstijd, waarbij je geacht wordt te ‘ontspannen’ in je vrije tijd en geen inspannende werkzaamheden uit zou moeten voeren. Dat betekent dat mensen oppervlakkig amusement verteren (zoals bijvoorbeeld de lege verpozing van de televisie) en zich werpen op hobby’s. Volgens Adorno zijn mensen niet meer productief in hun vrije tijd omdat alle productiviteit uit hen gezogen wordt, het beste wat ze nog kunnen produceren is een hobby, een inferieure bezigheid waaruit producten als slechte gedichten of slecht geacteerd amateurtoneel voortkomen. Dingen die andere mensen over het algemeen veel beter kunnen. Het hele idee van hobby’s heeft iets overbodigs, iets inferieurs over zich. Adorno gebruikt er ook wel de term ‘pseudo-activiteit’ voor.

Natuurlijk stelt Adorno hier de zaken op scherp, zoekt doelbewust de confrontatie. Ontspanning is niet altijd slecht en als het uitvoeren van een hobby mensen ontspant, dan is daar helemaal niets mis mee. Toch heeft hij in de kern gelijk: nog steeds is het niet algemeen geaccepteerd dat mensen er meerdere carrières op nahouden en dat betaalde arbeid maar één gedeelte van het leven, misschien niet eens het belangrijkste kan vormen. Het artikel in NRC heeft het vooral over mensen die in deeltijd gaan werken om voor hun kinderen te zorgen. Typisch eigenlijk, voor kinderen zorgen is een taak die je serieus uitvoert en die niemand als ‘hobby’ zal omschrijven. Een marxist als Adorno zou zeggen dat dat logisch is: de kapitalistische productiemachine heeft nieuwe arbeiders nodig. Maar naast betaald werk en het opvoeden van kinderen zijn er vele andere dingen in een mensenleven, en in de zelfontplooiing van een individu, die met evenveel ernst en overtuiging uitgevoerd zouden moeten worden. Vaak gaat dat dan om het ontplooien van talenten die door de zogenaamde vrije markt niet gewaardeerd worden, bijvoorbeeld musiceren in specifieke genres, het schrijven van serieuze poëzie en literatuur, het maken van beeldende kunst of het doen van allerlei vrijwilligerswerk dat de gemeenschap ten goede komt maar dat niet of slecht betaald wordt. Het gaat dan vaak om bezigheden die een bepaald kwaliteitsniveau bezitten, zodanig dat iemand daar een besef van eigen identiteit uit kan halen.

In mijn ogen zijn Adorno’s ideeën over ‘Freizeit’ nog heel actueel. Hoewel het aantal uren aan vrije tijd de laatste decennia is toegenomen worden we nog steeds geregeerd door de dictatuur van de economische productiviteit. Een activiteit is pas relevant als deze (op korte of op lange termijn) geld oplevert. Tevens probeert het bedrijfsleven stapje voor stapje meer invloed te krijgen op het leven van een individu. Het is niet ongewoon om tegenwoordig op je cv melding te maken van je hobby’s of ‘overige activiteiten’. Het bedrijfsleven wil steeds meer weten over je hele persoon in plaats van alleen je capaciteiten binnen een bepaald vakgebied. Er is een hele industrie ontstaan rond assessments, waarbij mensen psychologisch volledig gescreend worden (niet alleen hun kennis, ervaring of relevante vaardigheden). Dit is ook de zelfkant van de zogenaamde ‘soft skills’ in management waarbij werknemers veel meer als persoon worden behandeld. De interesse in mensen is dan namelijk niet authentiek, maar slechts een afgeleide van de behoefte aan grotere productiviteit. Het is een vorm van zachte disciplinering.

Intussen ervaren mensen steeds meer druk van buitenaf. Er is niets stressvoller dan de druk die mensen ervaren als ze in een bepaald patroon moeten passen. Soms neemt de benutting van de vrije tijd dan zelfs extreme vormen aan, vormen waarbij de maatschappelijke prestatiemachine zichzelf langzamerhand in de vingers gaat snijden. Een voorbeeld is de toename van alcohol en drugsexcessen bij jongeren. In mijn ogen een teken aan de wand, een onderdrukt protest, een roep om hulp in een maatschappij die langzamerhand niet alleen de arbeidskracht maar ook de ziel van mensen wil overheersen. Daarom is een doorgaande ontwikkeling naar deeltijdwerk een goede zaak. Niet alleen voor de emancipatie van vrouwen maar ook van mannen. Economische productieve arbeid is niet alleen zaligmakend. Maar, om eerlijk te zijn geloof ik dat het huidige systeem van vrije keuze voor deeltijdwerk (in overleg met de werkgever) nog iets te idealistisch is opgezet. Bedrijven zullen ook in de vrije tijd van mensen, al of niet gebruikmakend van moderne communicatiemiddelen, steeds meer aandacht blijven vragen. Tevens is er een belangrijke cultuur waarin de overtuiging bestaat dat de economie alleen met 40 uur werk – of meer- te redden valt. Wat we nodig hebben is een verplichte 32 urige werkweek en een cultuur van werkelijke privacy. Het gaat je werkgever niets aan wat je in je vrije tijd doet, wie je bent en welke carrières je er nog meer op nahoudt. Pas als we zover zijn, zal autonomie misschien een haalbaar ideaal worden.

Moraliseer niet te vroeg..

We moraliseren te vroeg in Nederland. Dat was mijn conclusie de afgelopen week na twee debatten over uiteenlopende onderwerpen. Afgelopen donderdag organiseerde Stichting Waterland met GroenLinks Amsterdam een discussie over de tegenstelling ‘Individualisme versus Gemeenschapsdenken’. Een interessante discussie, maar wat me opviel was dat de discussianten op het podium, individualistisch of communitaristisch, over elkaar heen duikelden om hun afkeur over van alles en nog wat uit te spreken. Over het liberale prostitutiebeleid bijvoorbeeld werden harde noten gekraakt. Over een ander onderwerp, de verwerpelijkheid van de campagne voor orgaandonatie met erotische ondertoon was Groen Linkser Jos van der Lans het helemaal eens met Joop Atsma. En Van der Lans gruwelde helemaal van de orgaandonatieshow van BNN (dat was dus nog voor bekend werd dat die hele show één grote stunt was). Van der Lans riep de zaal zelfs nog op om vooral geen lid van die verderfelijke omroep te worden. Op de een of andere manier moest ik denken aan de confessionele zuil in de jaren ’60 die het haar leden nog verbood om lid van de VARA of de VPRO te worden. In het ‘panel’ van de discussie bevond zich Evelien Tonkens, bekend van het moraliseren met ‘zelfspot’ waar ik al eerder over geschreven heb. Ik had echter niet het gevoel dat er in deze hele discussie, bij Tonkens en bij niemand, er sprake was van enige zelfspot. Prostitutie is abnormaal, porno werd in een negatieve context genoemd, eigenlijk was de afbeelding van seks in de media in het algemeen slecht. Lekker vrijzinnig daar, bij GroenLinks.

In dat opzicht was het debat over internetporno waar ik gisteren in Paradiso bij aanwezig was verfrissend. Hier waren verschillende deskundigen aanwezig die daadwerkelijk onderzoek hadden gedaan naar seksculturen op internet. Het ging eigenlijk maar weinig over de commerciële mainstream porno. Aandacht was er vooral voor de ‘realcore’ porno op internet, de praktijk van ‘sexblogging’ waarin gewone mensen erotische foto’s van zichzelf op internet publiceren voorzien van persoonlijke informatie (niets geen ‘lege’ blik of siliconen, maar een persoon: het seksobject is subject geworden), voor alternatieve pornografie, gratis pornografie en voor het feit dat voor elke ‘afwijking’ van de mainstream wel een site te vinden is: voor liefhebbers van veel schaamhaar bijvoorbeeld, of van pret met menstruatiebloed. Tegenwoordig schijn je dat als intellectueel allemaal verwerpelijk te moeten vinden (seks zou immers weer haute couture moeten worden!), maar ik vind het eigenlijk prachtig dat internet het mogelijk maakt om aan de mainstream te ontsnappen. Wat is er mis met seksueel non-conformisme? Waarom staat iedereen toch in vredesnaam zo snel met zijn oordeel klaar?

Wat ik bepleit is geenszins een terugkeer naar een jaren negentig-achtig liberaal beleid van ‘tolerantie’. Dat liberalisme ademde vooral onverschilligheid. Gewoon wegkijken van wat anderen aan het doen zijn. Die onverschilligheid is niet eens zoveel veranderd. Nog steeds interesseert het ons niet wat de ander doet. Alleen nu hebben we er wel meteen een oordeel over. Zouden al die anti-porno feministen weten welke variëteit aan seksbelevingen (ook niet commercieel) er op het internet te vinden zijn? Enig veldonderzoek is nuttig, dunkt me. Laat ze praten met de mensen die verschillende soorten pornografie maken en consumeren. Al die mooie woorden over zelfspot en zelfrelativering storen mij nu: men is vooral bezig met de eigen houding, in plaats van met het onderzoek naar wat er in werkelijkheid met de ander gebeurt, naar normen en waarden die misschien veranderen en die door verschillende mensen verschillend beleefd worden. Wat nodig is, is simpelweg een uitstel van het eigen oordeel en een open mind voor de ander. Dat betekent niet dat je niet mag oordelen. Maar een oordeel zonder dat daaraan een gedegen onderzoek en een oprechte interesse is voorafgegaan, is waardeloos.

In de prostitutie-discussie is eigenlijk alleen Karina Schaapman een serieuze ervaringsdeskundige. Maar een relatief nieuw fenomeen als vrijwillige sekswerkers via internet (niet via een pooier of escortbureau) behandelt zij niet. Vrijwillige prostitutie via internet is een van de dingen die gisteren door Audacia Ray (zelf een professioneel sekswerker) tijdens de netporn conferentie werd besproken. Hoewel de onvrijwilligheid van veel prostituees op dit moment zeker een groot probleem is vraag ik me af of dit niet een voorbijgaande zaak is in de netwerksamenleving die aan het ontstaan is. Het is daarom onnodig om een oordeel uit te spreken of prostitutie ‘normaal’ is of niet. Het gaat om het bestrijden van dwangpraktijken. En dat geldt ook voor porno.

Tenslotte moeten we ook durven om naar de positieve, emancipatoire kant van internetseksualiteit te kijken. De niet-commerciele pornografie op internet is juist een manier om aan de dwingende, object-makende mainstream porno te ontkomen en je daar tegen te verzetten. Feministen en linksliberalen zouden zich dat moeten realiseren.