Female Chauvinist Pigs

Op dit moment staat het boekje Female Chauvinist Pigs van de Amerikaanse schrijfster Ariel Levy breed in de belangstelling. Er is geen krant die er geen artikel aan heeft gewijd, geen actualiteitenrubriek die er geen aandacht aan heeft besteed. Wat is een Female Chauvinist Pig (FCP) volgens Ariel Levy? Simpelweg: een vrouw die zich gedraagt als een Male Chauvinist Pig. Een vrouw die neerkijkt op andere vrouwen, die misschien zelf de playboy leest, die gelooft dat het bevrijdend kan zijn om zichzelf als mannelijk seksobject uit te dossen, die bijvoorbeeld een cursus paaldansen doet en die haar schaamhaar wegscheert. Al die details die ik hier noem, hebben volgens Ariel Levy te maken met een bimbocultuur waarin de meest platte porno hip is geworden. Dingen die voorheen behoorden tot de viezige, vulgaire kiosk, tot de bovenste plank van de videotheek of achter rood verlichte ramen zijn nu mainstream, sterker nog: worden gezien als bevrijdend, feministisch, onafhankelijk,

Levy ziet deze cultuur als een vorm van ‘oomtommen’. Oom Tom, de beroemde slaaf uit het boek van Harriet Beecher Stowe, De negerhut van Oom Tom, is iemand die zijn onderworpen positie geïnternaliseerd heeft. Om te kunnen overleven in een tijd dat zwarte mensen in de Verenigde Staten nog als slaven werden gehouden, is Oom Tom echt gaan geloven dat hij het bezit is van zijn meester. Zelfs al zou je Oom Tom bevrijden, dan zou hij toch niet weglopen. De FCP is een vrouw die zich zo heeft aangepast aan een mannenwereld dat ze bijna een man is geworden. Daarom haalt Levy ook vooral succesvolle zakenvrouwen aan als voorbeelden van FCP’s. Haar kritiek is echter dat je jezelf nooit helemaal bevrijdt als je je als vrouw als man gaat gedragen. Je blijft namelijk altijd een vrouw. En je helpt andere vrouwen er ook niet echt mee door je zo uit te laten.

Ik geloof inderdaad dat Levy hier een punt heeft. FCP’s bestaan wel degelijk en dat doet de vrouwenemancipatie geen goed. Willen vrouwen zich werkelijk kunnen emanciperen dan zouden ze dat op hun eigen voorwaarden moeten doen en niet door hun eigen sekse te vernederen of zelfs te haten. Toch zijn er enige kanttekeningen bij het betoog van Levy te plaatsen. Levy heeft soms teveel de neiging om allerlei keuzes die vrouwen maken en gedrag dat ze vertonen enkel en alleen in de context van de vrouwenemancipatie te bezien. In haar ogen is de tegenstelling tussen man en vrouw, de strijd van vrouwen tegen het patriarchaat, primair. Andere maatschappelijke tegenstellingen, die ook heel goed bepaalde keuzes kunnen verklaren, laat zij buiten beschouwing.

Een vergelijking met het marxisme is op zijn plaats. Marxisten geloven ook dat er een primaire tegenstelling in de samenleving aanwezig is: die tussen de Bourgeoisie en het Proletariaat. Dat zijn een heel ander soort klassen dan de sociale klassen die sociologen gebruiken. Die zijn eerder gelaagd opgebouwd, van onderklasse en middenklasse tot de hogere klassen. Voor een marxist zijn er uiteindelijk, in laatste instantie, maar twee klassen en die zijn hoe dan ook, altijd, in strijd met elkaar. Alle andere vormen van tegenstellingen zijn inferieur daaraan of gaan erin op: de tegenstelling tussen de seksen, de tegenstelling tussen het Westen en de rest van de wereld, de tegenstelling tussen homo’s en hetero’s, tussen conservatieve en progressieve waarden enz. Een groot probleem van dit gedachtegoed, dat alles terugbrengt naar de klassenstrijd, is dat het verlammend werkt. Alsof alle andere tegenstellingen in de samenleving even kunnen worden opgeschort tot de onvermijdelijke revolutie aanbreekt. Het klasse-essentialisme maakt het marxisme eendimensionaal.

Eenzelfde fout lijken de nieuwe feministen (evenals de oude) weer te maken, maar nu met de seksestrijd als primaire maatschappelijke tegenstelling. Een voorbeeld: van een vriendin van mij hoorde ik een tijdje geleden dat zij met veel plezier een cursus paaldansen deed. Na het lezen van het boek van Ariel Levy heb ik nagedacht in hoeverre zij nu dus een FCP genoemd zou moeten worden. Op het eerste gezicht zou je het wel zeggen: ze maakt zichzelf tot seks-object voor mannen. Ze voert een toneelstukje op dat rolbevestigend werkt. Maar ik ken deze dame goed en weet dat zij dat absoluut niet zo voelt. Zij houdt haar hele leven al van dansen en kan dat ook goed. Ze houdt ook van aandacht. En ze houdt ervan om te koketteren met stoute dingen. Niet om in een mannenwereld in de smaak te vallen, absoluut niet. Eerder omdat ze door haar moeder in een bekrompen conservatief milieu is opgegroeid en ze alles aangrijpt om zich daartegen af te zetten. En of ze dat nu doet met paaldansen, door middel van druggebruik of met vriendjes uit het ‘verkeerde’ milieu, dat is haar een en hetzelfde. Wie zijn dan de feministes om haar te veroordelen? Laat haar toch haar eigen strijd!

Los daarvan zijn er natuurlijk wel genoeg vrouwen die zichzelf en de eigen sekse wel degelijk weinig goed doen door mainstream mannelijke normen over te nemen. Het is daarom heel goed dat het debat over dit onderwerp gevoerd wordt. Er zijn echter meer tegenstellingen in de samenleving, meer gevechten die gevoerd moeten worden. Een gevecht tegen de nieuwe bekrompenheid bijvoorbeeld. Zowel van de nieuwe fanatieke christenen als de dubbele seksuele moraal die veel anderen er op na houden. Aan de ene kant worden we via de media met seksuele prikkelingen bekogeld, aan de andere kant zijn we steeds banger geworden om werkelijk over seksualiteit te praten. Daarover later meer.

Geile billboards, pornoficatie en seksuele bevrijding

In het opiniekatern van de NRC van zaterdag schrijft Stine Jensen kritisch over wat zij de pornoficatie van de samenleving noemt. Zij koppelt deze pornoficatie aan het beeld dat door commerciële porno van de vrouw wordt uitgedragen: een verminkte vrouw die het lichaam door plastische chirurgie en veel siliconen heeft omgezet in een lustobject. Hoewel zij voorheen de idee van een van de eigen seksualiteit bewuste vrouw als bevrijdend zag, ziet ze nu ‘female chauvinist pigs’, vrouwen die zich gedragen en denken als mannen. De pornoficatie uit zich volgens Jensen in allerlei commerciële media en bijvoorbeeld in reclame. Als aanleiding voor haar stuk gebruikt Jensen de kritiek van de Christenunie op een te plaatsen billboard van een vrouw in een goudkleurige bikini ergens aan de Oudegracht in Utrecht.

Een interessant betoog, vooral ook omdat Jensen hier, met veel voorbehoud overigens, als progressieve feministe in een politieke kwestie de kant van de neoconservatieven kiest. Deze ontwikkeling zie je de laatste tijd vaker, een voorbeeld daarvan is het eerder door mij op deze weblog becommentarieerde stuk van Karina Schaapman. Langs dit soort ideologische lijnen tekent zich zo langzamerhand een monsterverbond af tussen (christelijke) neoconservatieven aan de ene kant en emancipatorisch denkende progressieven aan de andere kant. Omdat je deze ontwikkeling op veel breder niveau kan zien – denk aan het huidige kabinet waarin CDA en Christenunie samen met de PvdA regeren – is het des te belangrijker kritisch naar dit soort betogen te kijken.

Pornoficatie. Als mensen spreken over ‘pornoficatie’ van de cultuur, wat bedoelen ze dan eigenlijk? Mijn Van Dale definieert ‘pornografie’ als volgt: ‘literatuur, films enz. met een sterke nadruk op seksualiteit om iem. erotisch te prikkelen of het maken van dergelijke literatuur enz.’. In deze definitie wordt niet gesproken over siliconentieten of andersoortige implantaten. Er wordt niet gesproken over specifiek de vrouw als lustobject. In strikte zin is pornografie niets anders dan geile boekjes, plaatjes of films. Die kunnen gemaakt worden door een commercieel bedrijf of door een individu zonder een commercieel oogmerk. Ze kunnen voor alle doelgroepen gemaakt zijn, vrouwen, mannen, hetero, homo. En ze kunnen alle denkbare seksuele fantasieën weergeven, van de meest versuikerde vanilleseks tot harde leernichten-sm.

Maar dat is niet wat Jensen met pornoficatie bedoelt. Met pornoficatie bedoelt zij dat een bepaalde vorm van seksualiteit en een bepaald vrouwbeeld (want over een manbeeld gaat het hier niet) alomtegenwoordig is geworden in reclameboodschappen, billboards, magazines, videoclips enz. Het gaat daarbij om een mainstream heteroseksueel masculien pornobeeld dat sinds de jaren ’80 steeds gewoner is geworden. De commercie heeft gebruik gemaakt van dit beeld: in het kapitalisme doen bedrijven immers wat de consumenten willen? Maar er heeft tevens een omgekeerd effect plaatsgevonden: doordat de commercie deze vorm van pornografie zo is gaan uitdragen, is deze mainstream geworden. De markt volgt niet alleen de wensen van de consument, ze maakt ze ook.

Als we een realistisch beeld willen krijgen van de seksuele wensen van gewone mensen, dan moeten we op internet kijken. Internet is een vrijplaats voor alle vormen van erotische prikkeling. Elke ‘perversiteit’, elke mogelijke vorm van verlangen is vertegenwoordigd op het internet. Sommige sites zijn commercieel, sommigen zijn zo specifiek wat ‘doelgroep’ betreft dat ze uit zichzelf nooit winstgevend kunnen worden. Dan zijn het louter individuele geilaards die graag hun verlangens willen delen. Internetporno wordt – met een nieuwe preutsheid- vaak weggezet als verdorven en slecht, Het feit dat gewone mensen de behoefte hebben om met hun verlangens bezig te zijn wordt gezien als een vorm van trieste, moderne ontaarding. Ook Stine Jensen schrijft over de ‘doe-het-zelf-huis-tuin-en-keuken-pornografie’ en rekent dit zonder onderscheid onder haar pornoficatie-these. Mijn mening is juist dat het internet een vrije ruimte is die enorm veel potentieel biedt voor ware seksuele bevrijding, voor echte erotische emancipatie. Het vormt juist een tegenwicht tegen de verplatting en simplificatie van de commercie en de massamedia.

Jensen heeft gelijk dat er een gevaarlijk aspect vast zit aan het mainstream pornografisch ideaal. Dit ideaal is verre van bevrijdend, het is enorm beperkend, schetst een fysiek model van de begeerlijke vrouw en sponsort daarin een enorme industrie. Meisjes die zichzelf vol met siliconen laten spuiten om te voldoen aan een ideaalbeeld, dat is net zo’n gevaarlijke ontwikkeling als vrouwen die zich uithongeren om de maten van de modellen uit de mode-industrie te benaderen. Mensen zijn niet autonoom, autonomie is verschrikkelijk moeilijk in een wereld waarin de commercie er vooral baat bij heeft om een simpel rolmodel uit te dragen. Het ontketende kapitalisme met zijn instrumentele logica maakt immers van alles en iedereen een consumptiegoed, van de werknemer, de patient, de burger en dus ook van de prikkelende plaatjes. En zoals het kapitalisme alles standaardiseert: de McDonalds ziet er in Jakarta hetzelfde uit als in Stockholm, zo standaardiseert het ook seks.

Maar betekent dat dat alle erotiek, alle pornografie dan maar weer verbannen moet worden naar de slaapkamer? Dit gevaar lopen we, als progressieve en liberaal-denkende mensen zonder meer conservatieve christenen gaan steunen in hun strijd tegen de ‘verseksualisering van het straatbeeld’. Integendeel, er is helemaal niets mis met een beetje meer seks, een beetje meer spannende erotiek in ons onderkoelde, preutse hollandse landje. Maar laat dan in vredesnaam duizend bloemen bloeien. Laat mensen zelf beslissen wat er in hun straat komt te hangen. Geef buurtcomités of gemeenteraden inspraak in de keuze van de billboards in de straat. Laat de jongens en meisjes van de gay-parade lekker hun gang gaan en ga alsjeblieft niet zeuren over een teveel aan bloot één keer per jaar. En als jonge mensen seksuele voorlichting krijgen op de middelbare school: leer ze dan surfen. Want door de rijkheid van het internet te bekijken, zullen zij leren begrijpen dat erotiek en seksualiteit meer is dan wat de gemiddelde hip hop of arrenbie clip op internet overbrengt.