‘Wereldburgers’ bestaan niet

Een kosmopolitisch ingestelde mens, dat is een ideaal dat velenpositief in de oren klinkt. Een partij als GroenLinks wordt vaak kosmopolitischgenoemd. Het Mentality model van onderzoeksbureauMotivaction kent zelfs een aparte doelgroep die deze benaming draagt. Met inhet achterhoofd deze impliciete waardering voor de wereldburger wordenandersdenkenden al gauw ‘provincialistisch’ genoemd. In de commentaren op derecente verkiezingen heette dat vaak ‘naar binnen gekeerd’. Een partij als deSP wordt keer op keer als provincialistisch en conservatief neergezet.

Het is eigenlijk verwonderlijk dat postmoderne, progressieveintellectuelen, die zichzelf vaak als kosmopoliet betitelen, nooit zijn begonnenaan een deconstructie van dit begrip. Wel zijn begrippen als ‘nationaleidentiteit’ en ‘patriottisme’ vakkundig gesloopt. Zoals historici kunnenbewijzen, gaat het hier om in een lange periode gegroeide constructen,bestaande uit allerlei tegenstellingen en vreselijk veel variaties. Eenheid indit begrip is moeilijk te vinden. Mensen die geloven in een objectief bestaande ‘nationale identiteit’ houden van een luchtspiegeling, een subjectief, zeerindividueel beeld dat zij aan anderen willen opleggen. Een nationale identiteitbestaat helemaal niet, dus waarom dan niet gewoon wereldburger worden? Dat isbovendien sympathiek, universeel en Verlicht.

Maar wat is dat dan, een wereldburger? Zelf kan ik me nauwelijks eenvoorstelling vormen bij dat begrip. Iemand die regelmatig voor de TV zit om het nieuwsvan de wereld te volgen en zich overal druk om maakt? Iemand die houdt vanbuitenlands eten? Iemand die veel reist en ‘de wereld’ gezien heeft? Of eenpostmoderne ‘nomade’, die van land tot land trekt en zich nergens echt thuis voelt?Wellicht een venture capitalist: iemand voor wie het niet uitmaakt in wat voor soortland, industrie of bedrijf hij investeert, als hij maar maximale winst behaalt.Iemand dus, voor wie alles abstract is geworden, voor wie er geen rijst, aardappelsof maïs meer bestaan alleen nog maar ‘producten’. Voor wie er geen mensen met cultureleen individuele identiteiten meer bestaan, alleen nog maar ‘resources’.

Het begrip kosmopoliet heeft geen eigen betekenis, hetis vooral iets niet. Namelijk nietnationalistisch. Als je het nog zou kunnen duiden dan is het een vaag gevoeldat wordt opgeroepen door de technologie (media, verbeterde reismogelijkheden)en van de abstraherende en vervreemdende effecten van het kapitalisme.Eigenlijk is het een waardeloos begrip. Ik denk zelfs dat je zou kunnen zeggendat ‘de wereldburger’ helemaal niet bestaat. Evenals nationale identiteit is het kosmopolitismeeen construct. Echter wel een waardeloos construct. Het is zo vaag, onduidelijk,modderig dat het mensen geen werkbare structuur biedt. En als links demaatschappij wil veranderen, dan zijn structuren nodig.

Terugzakken in een dogmatisch nationalisme à la Wilders danmaar? Nee, natuurlijk niet. Maar laten we met ons allen alsjeblieft nietontkennen dat we als Nederlanders een hoeveelheid historisch gegroeide codes enomgangsvormen gemeen hebben. Dat het begrip Nederlandse identiteit in al zijngekunsteldheid en verbrokkeling toch nog veel meer duidelijkheid en structuurbiedt, óók voor migranten, dan het begrip wereldburger. Je voelt dat meestalhet sterkst als je met vakantie bent in het buitenland. In gesprek met mensenuit een andere cultuur word je voortdurend geconfronteerd met je eigenimpliciete aannames die je maken tot een product van je eigen cultuur, van een vorm van Nederlandse cultuur. Gekgenoeg hoeft dat helemaal geen beletsel te zijn in het contact metbuitenlanders. Juist het feit dat je van elkaar weet dat je anders bent, maaktcommunicatie gemakkelijker. Verschillen kunnen ook bindend werken. Als je ze maar niet ontkent. Pas na verloop van tijd, als je de structuren,de cultuur van de ander, gaat begrijpen, ga je ook zien hoe de ander alsindividu uniek is binnen diens eigencultuur. Begrip voor de ander is gebaat bij duidelijkheid.

Een tijdje geleden sprak ik in De Balie met een Marokkaanse dichter.Hij vertelde me hoezeer hij soms moeite had met zijn eigen gedwongen dubbelleven.Het voortdurend schipperen tussen zijn Marokkaanse identiteit, het beeld datzijn familie thuis van hem had en de persoon die hij was binnen de meer stadseen meer Nederlandse cultuur waarin hij zich bevond. De door postmodernen veelgeroemde hybriditeit en onzekerheid werkte op hem alleen maar pijnlijk enverwarrend. Bij zijn ouders kon hij zichzelf niet zijn. Wie wil er nou niet door zijn ouders worden gerespecteerd in wathij doet? Maar om hem te leren kennen, zouden die ouders zich eerst moetenverdiepen in ‘de’ Nederlandse cultuur. Deze proberen te begrijpen. Een beeld van Nederland – hoe onvolledig ook- kan dus wel degelijk behulpzaam zijn bij de integratie.

Hoewel de natiestaat veel leed heeft veroorzaakt, zeker inde eerste helft van de twintigste eeuw, danken wij ook onze verzorgingsstaataan datzelfde begrip natie. Het is daarom helemaal niet gek om werkbareconstructen als ‘nationale identiteit’ wat meer dialectisch te benaderen. Nietalleen door ons bewust te zijn van zowel de voordelen als de gevaren van ditbegrip, maar ook door te zien dat we juist door de beperkingen die het natiebegrip ons oplegt eensprong kunnen maken naar de rest van de wereld. Natuurlijk, we moeten een begrip alsculturele identiteit niet te essentialistisch opvatten, ons bewust zijn van hetverbrokkelde karakter ervan en kunnen lachen om de vooroordelen en de clichésdie ermee samenhangen. Maar die verbrokkeling en zelfs de clichés maken eenweg vrij voor contact met de ander. Dat is een kracht die andere constructen,zoals ‘de liberale wereldburger’ of het klassiek linkse begrip ‘proletariaat’ met hun internationale dimensies, nooit hebben kunnen geven.

Willen wij solidair zijn met de landen om ons heen, willenwij daadwerkelijk betrokken worden bij datgene wat er in de wereld speelt, danis het helemaal niet gek om bij de eigen culturele identiteit te beginnen. Juistvia ons eigen ‘provincialisme’ kunnen wij een brug slaan naar ‘de wereld’. ‘Naarbinnen gekeerd zijn’ is soms een voorwaarde om je naar buiten te kunnen gaankeren. Je hoeft echt geen oranjeklant te zijn om dat te vinden.

Advertenties
Vorige bericht
Een reactie plaatsen

1 reactie

  1. Léon

     /  27 december 2006

    Hoi Dylan,

    De sociaal liberalisme site happerde bij het geven van een reactie op jouw laatste bericht. Dat was twee dagen geleden zo en nu nog steeds. Daarom reageer ik maar even rechtsreeks op jouw overigens zeer interessante site! Ik geef ook even puntsgewijs een reactie.

    Ten eerste, waar ik Waterland noem, ben ik me er wel degelijk van bewust dat het geen partij is, maar een denk tank. Maar ik houd wel telkens het schema van Dick Pels in mijn hoofd waarbij het Waterland, links en libertair, voorbij GroenLinks positioneert. Dat is een zelfgekozen positie (tenminste van een van de prominentste vertegenwoordigers), niet eentje die ik Waterland zelf heb toegedicht. Overigens vind ik hem wel redelijk doeltreffend.

    Daarnaast stel je onterecht dat ik tot de categorie ‘focusgroeponderzoek en vervolgens standpunt innemen’ hoor. Waar baseer je dat op? Op basis van mijn PvdA lidmaatschap? (Je bent PvdA’er dus….) Onvervalst groepsdenken Dylan 😉

    Ik heb overigens niks tegen op onderzoek naar wat kiezers denken. Maar ik vind het voor een politicus pleiten dat hij, soms, een standpunt durft in te nemen die tegen de stroom ingaat. Het is in de politiek een voortdurende balans; standpunten innemen maar ook goed luisteren. Ontwikkelingen bespeuren, daarop in spelen, op basis van een herkenbaar geluid. Dit is niet vrij van spanningsvelden. Maar goede politici weten juist met dit soort spanningsvelden goed om te gaan!

    Ten tweede denk ik niet schamper over de SP. Integendeel ik neem de SP en hun opkomst bloedserieus! Maar begrijpen doe ik je niet echt. Even grasduinen in je uitlatingen hier, een greep van enkele, prikkelende citaten:

    “Knellende banden zullen moeten wijken
    De dogma’s gaan nu overboord
    Samen valt niets te bereiken
    ’t Individu; het laatste woord”

    “Verder is je stuk doordrenkt van het woordje ‘we’. ‘ We’ moeten er aan werken om weer groot te zijn, ‘we’ vinden weer aansluiting en ‘we’ kunnen weer leidend worden. Als sociaal-individualist denk ik dat dat ‘we’, de natiestaat, een instituut is dat we op de schroothoop van de geschiedenis kunnen gooien. Er bestaat geen ‘we’, geen zware gemeenschap die allerlei dingen ‘moet’. Er zijn wel heel veel individuen die zichzelf willen ontwikkelen en dat willen doen in een omgeving waarin ze zich prettig voelen. Mensen die geen behoefte hebben aan instituten waar ze bij moeten horen, of het nu het gezin is, de kerk, de vakbond of de staat. De instituten die er nog wel zijn, moeten wat mij betreft verzakelijken en democratiseren. Lees onder de rubriek documenten /globalisering eens het stuk wat Ulrich Beck hierover geschreven heeft. “

    “Volgens mij is sociaal-individualisme helemaal geen contradictio in terminis. Er zit wel een zekere spanning tussen de twee begrippen. Volgens personalistisch socialisten en christendemocraten kan de mens zichzelf alleen als onderdeel van een gemeenschap ontplooien. Zij kijken neer op het ‘atomistische’ individualisme van de liberalen. Liberalen daarentegen gruwen van gemeenschappen die de vrije ontplooiing van het individu tegenhouden: zij krijgen koude rillingen bij de betutteling van (christelijke of andere) normen en waarden.”

    Mijn sympathie ligt als eerste bij de liberalen. De meeste ‘ zware’ gemeenschappen zijn mijns inziens altijd onderdrukkend voor andersdenkenden en noncomformisten. Als je afwijkt van het geaccepteerde, krijg je al gauw de volle laag. Aan de andere kant is het natuurlijk zo dat je natuurlijk niet kan ontkennen dat mensen binnen gemeenschappen groeien. Maar laat die gemeenschappen dan niet al te onderdrukkend, normerend, betuttelend zijn. Er moet respect zijn voor elkaars anders-zijn, ook al gaat dit soms tegen je eigen gevoelens voor wat mag en niet mag in. Dit is een typisch voorbeeld van die sociaal-individualistische spanning. In de lijn hiervan sta ik ook kritisch ten opzichte van mensen die van alles willen verplichten en bij wet willen regelen. Sociale dienstplicht, exorbitante accijnzen op alcohol (zoals in Scandinavie) zijn ‘ouderwetse’ sociaaldemocratische stokpaardjes waar ik niets mee heb.”

    Vervolgens stem je op de SP!? De partij van de ‘zware gemeenschapsdenkers’; het gaat toch tegen echt alles wat je hier hebt geschreven. Vanwaar deze radicale omslag? Van sociaal-liberaal naar socialist?

    Ik sprak in mijn vorige bijdrage over een egelstelling. Zie jij dat anders? De reden waarom de SP mij niet aanspreekt is dat er geen sprake is van een ‘emancipatiemachine’; van sociale mobiliteit. De klassieke sociaal-democratie heeft dat heel sterk. De PvdA heeft daar steken in laten vallen. Onder meer door een verregaande opname van de traditionele arbeidersklasse in de middenklasse. Maar ook omdat de ’68 ers (Nieuw Links) het als betuttelend zagen en het kind met het badwater hebben weggegooid. Ik vind dat de sociaal-democratie de ‘emancipatiemachine’ van een nieuw motorblok moet voorzien! Ik denk dat de PvdA daar vooralsnog de beste kaarten voor in huis heeft. Ik zie ze bij de SP niet of ik kijk er overheen?

    Overigens hoop ik serieus dat je binnen die partij actief wordt! Forse interne debatten zijn in die partij voor zover mij bekend nog niet geweest. En een forse groei, en een bredere aanhang moet daar toch toe leiden? Een paar vrijdenkers, om dat debat aan te zwengelen, kan geen kwaad!

    Met het derde punt ben ik het 100% eens. Mijn aanvliegroute is overigens anders. Ik ben een product van de ‘arbeidersaristocratie’. Een term bedacht door Engels die het overigens enigzins smalend bedoelde. Maar in feite wist hij er geen raad mee want deze ‘verburgerlijkte arbeiders’ voldeden niet aan de Verelendungs theorie. Integendeel zij emancipeerden in, en dankzij, de sociaal-democratie. Ikzelf, de eerste academicus in de familie, maak min of meer deel uit van de diffuse middengroep in Nederland.

    Eigenlijk beschouw ik mezelf als een soort ‘mediator’ als iemand die, dankzij de sociale mobiliteit, op een soort van drempel staat. Ik kan de brug (die in Nederland wat kleiner is dan in menig ander land) redelijk leggen (in positieve zin) of ik hoor nergens echt bij (in negatieve zin). Deze achtergrond zorgt er voor dat ik wat (genuanceerd) sceptisch tegenover de libertairen sta, waar ik me niet echt verwant mee voel, maar waar ik me ook niet voor afsluit.

    Overigens als je het hebt over de zucht naar authenticiteit dan, tenslotte, nog even de volgende verwijzing.Ik schrijf nu een artikel over de Werdegang van de New York Intellectuals. Een eminente vertegenwoordiger van de NY Intellectuals de cultuurcriticus Lionel Trilling heeft in zijn meesterwerk Sincerity and authencity daar behartenswaardige dingen over ‘authenciteitszucht’ geschreven. Wat hem overigens, evenals menig andere NY Intellectual, lijnrecht tegenover de ’68 ers heeft geplaatst. Dat komt dichtbij jouw standpunten in de buurt!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: